Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
het tijdperk zijner levensvreugde nu ten einde ging. Het
getal zijner dagen was afgeloopen, de dood zeer naby. Hy
sprak: „Hoe wensche ik my thands een zoon, een erf-
„genaam, wien ik mijne krijgswapenen kon achterlaten.
„Vijftig winters was ik de Koning mijns volks. Geen
„der rondom wonende Vorsten waagde het my met strijd
„te bedreigen, my vrees te verwekken. Ik sloeg acht op
„het betamelijke; regeerde het mijne wel, en pleegde arg-
,^listige boosheid noch zwoer eeden met onrecht. Daarom
„mag ik met troostvollen blik mijne doodwonde vrolijk
„beschouwen, daar de Heerscher over het noodlot der
„menschen ' my geen verwantenmoord kan verwijten,
„wanneer het leven mijn lichaam verlaat."
„Doe my" — vervolgt hy later — „op de bergkaap
„den lijkenheuvel oprichten na den doodenbrand, op Tlro-
„nes bergkaap; mijnen volkstam ten aandenken een hoo-
„gen heuvel, dien de zeevaarders Bëówulfs-heuvel noemen
„zullen, wanneer de Brentingen over den donkeren
„vloed varen." — Toen nam hy zijn gouden halsring en
schonk hem den jeugdigen krijgsheld. Den gouden helm,
den armring en het pantsier deed hy hem aanvaarden.
„Gy zyt de laatste loot van ons geslacht," sprak hy:
„de laatste telg van wiiGMUND; al mijne magen (krach-
„tige helden!) heeft vtrd ® reeds vóór my wechgeroe-
„pen op den verren gang — ik ga hun thands volgen."
Dat was des grijzen Konings laatste woord. De treurige
WiGLaP brengt het getrouw over; en met de breede ver-
melding der lijkplechtigheid sluit het gedicht.
' woden = othin.
^ Een waarschijnlijk den Hernien verwandte volksstam.
® Vyrd, Angel-Saksische benaming voor xjedhr, urda, de
Noordsche schikgodin van 't verledene. Zy met hare zusters, de
Nomen vekdiiandi en sktjld , zijn het, die volgends de V ö 1 a
„Wetten geven;
„Levenden kiezen;
„Den wil des Noodlots
„Der waereld verkonden!"