Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
voorheen, de daden der Vorsten en Helden zijns lands:
ook hier werd de poëzy dienstbaar aan de uitbreiding
van het Goddelijk woord ludger leerde davids psal-
men ' van buiten, en dezen vervingen zijne nationale zan-
gen, waarvan ons niets is overgebleven, evenmin als
van de oude volkspoëzy, byeengebrae.ht op last van ka-
bel den Groote.
4. Deze uitmuntende vorst, wiens eernaam hem ten
volle mag worden toegekend, vereenigde al de Duitsche
staten, zoo als zy zich na de volksverhuizing gevormd en
gescheiden hadden, onder zijn gebied. Hy gelastte Bis-
schoppen en Abten het instellen of weder vernieuwen van
schoolinrichtingen; drukte hun vooral de behartiging der
moedertaal op het hart, en legde, volgends verklaring van
zijnen Hofmeier eïnhard, zelf de hand aan eene Duit-
sche spraakkunst. Hy bezat open hart en open zin voor
de liederen en sagen zijns volks, die hy verzamelen en
opschrijven deed. Was het hem bewust, dat juist in die
liederen en sagen zich het karakter van een volk op het
getrouwst afspiegelt? Te bejammeren is het, dat zijn
zwakke zoon lodewijk, die ze in zijne jeugd had aan-
geleerd, hen op lateren leeftijd, uit verkeerd geplaatste
godsdienstzucht, verafschuwde; zoodat men waarscïiijnlijk
de vernietiging dezer allerkostbaarste verzameling voor-
namelijk aan hem te wijten heeft.
5. Het oudste gedenkteeken, dat wy nu in de geschie-
denis onzer Letteren ontmoeten, is het Hiltibraths- of
Hildebrandslied, dat wel vrij zeker niet in Nederland
zal zijn ontstaan, maar, als geschreven in half Hoog-
half Nederduitsch, trekkende naar het Frankiesch dia-
lekt, van algemeene bekendheid moest worden op een
bodem , byna geheel door Franken en Germanen bevolkt.
Dit gedicht is in zijn oorspronkelijken toestand slechts
gedeeltelijk tot ons gekomen, en alleen uit eene latere
omwerking van den ouden tekst, in den volksmond be-
waard gebleven, wordt ons de samenhang duidelijker.
' Weliiclit de Prozavertaling, omstreeks dezen tijd vervaardigd?