Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
van den menschelijken geest, door de algeheele omkee-
ring, maar vooral ook door de zuivering, veredeling en
verrijking der denkbeelden. Maar juist door deze vol-
strekte omkeering stond zy het bewaren en verplegen
der oude zangen en sagen in den weg. De gedichten
der Germaansche stammen stonden ontwijfelbaar in ver-
band met hun oud, op natuurdienst en daarmede door-
vlochten overleveringen gegrond geloof, zoowel als met
hunnen maatschappelijken toestand. Veranderde de laat-
ste — nog meer het eerste; en tot zelfs de namen der
gevallen goden waren willebrord als bonifacius ,
eligius als maternus, ja allen ijverigen bekeerders
en geloofspredikers een gruwel. Daarom achtten zy het
zich ten plicht, om de overblijfselen van het heidendom ook
tot in de volkszangen te verdelgen, of door christelijke
wendingen te doen vervangen; en van daar die zonder-
linge vermenging van heidensche en christelijke denk-
beelden , die wy in sommige stukken van dien tijd, vooral
onder anderen in den straks te melden Bëówulf, aan-
treffen. Van den anderen kant trachtten zy der oude
poëzy zoo grooten afbreuk mogelijk te doen, door er hunne
legenden en bybelsche gedichten voor in de plaats te ge-
ven; een zeer goed gemeend, maar overigends zeer be-
krompen denkbeeld, dat der toenmalige Letterkunde vol-
strekt geen voordeel aanbracht, en slechts het getal on-
beduidende en alleen voor de taal belangrijke rijmwer-
ken vermeerderd heeft.
3. Door den invloed dier Christenleeraren, die met
vurigen yver voor hunne taak waren bezield, verrezen
weldra hier en daar kloosters en geestelijke gestichten,
die de vestiging van het Christendom bevorderden, en
de schatkameren van de kennis huns tijds mochten
heeten. Doch nu verdrong ook de geestelijke poëzy wel-
dra de heldenliederen, waarmede zy zich nog niet kon
verstaan. De blinde bernlef , een Friesch zanger van Hol-
merden, door den geloofsgezant ludger tot het Chris-
tendom gebracht, bezong by zijn harpspel niet meer, als