Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
^^ Naud: nood, en boeien.
I is: ijs.
)( Ar: jaar, en goede oogst.
Sol: zon.
^ Tyr: de naam van den oorlogsgod.
Birkan: berk, of birkal: berkenhoutjen.
Laugr: vloeistof, ons loog.
Madr: man, mensch.
Yr: boog; geldt nu eens voor y (lees u) en
dan voor r.
5. Het dichten van liederen en zangen was echter
niet het voorrecht van een enkelen stand, was niet ver-
knocht aan een byzonderen persoon, allerminst aan de
by TülSKOOS zonen slechts gedroomde Barden: elke Ger-
maan zong, wanneer in de opgewektheid van zijn hart de
lust daartoe by hem oprees; en naarmate zijn lied dieper
in het leven zijns volks ingreep, of een geliefkoosd onder-
werp behandelde, of soms ook den verdoofden en half wech-
gewischten kleuren van een oud dichttafreel een nieuwe
frischheid gaf — naar die mate werd het spoediger verbreid,
en leefde liet langer in den mond der stammen Of nu de
zangen der Noordsche Edda ons op grooten afstand eenig
denkbeeld kunnen geven van de poëzy, die in de oude
donkere wouden, op de eenzame heuvelige heiden, op de
moerassige wild begroeide vlakten van onzen bodem, in
den morgenstond onzer geschiedenis tierde? Het and-