Boekgegevens
Titel: Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Auteur: Hofdijk, W.J.
Uitgave: Amsterdam: Gebroeders Kraay, 1864
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 91-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203771
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bellettrie, Nederlands, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Geschiedenis der Nederlansche letterkunde: voor gymnasiën en zelf-onderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
ontegensprekelijke waarheid gezegd, dat wy door het be-
oefenen van onze letterkundige voortbrengselen tot een
meer helder inzicht van onze zeden, gewoonten en gebrui-
ken ; van de heerschende denkwijze over godsdienst, staat
en zedekunde; van het al of niet bestaan en de mindere
of meerdere ontwikkeling van den volksgeest by onzen
landaart geraken. Waaruit met evenveel waarheid volgt:
dat de kennis van de verschillende tijdvakken onzer Let-
terkunde even onontbeerlijk voor ons is, als de kennis
van de geschiedenis der staatkundige en maatschappelijke
gebeurtenissen onzes vaderlands zeiven; ja, dat het recht
begrip en de juiste opvatting van de laatsten, zonder
eene behoorlijke kennis der eersten, eene volstrekte on-
mogelijkheid is.
Daarenboven: wy maken ons tot in de gerinste byzon-
derheden bekend met wat door volken van eene vreemde
geaartheid, vreemde zeden, en vreemde godsdienst edels
en schoons is voortgebracht: wat Grieken en Romeinen
in hunne belangrijke Letterkunde hebben opgeleverd;
wy stellen er prijs op om te weten wat FranJcrijJc, En-
geland, Buitschland en anderen, merkwaardigs daarin
bezitten — en zullen wy dan karakterloos genoeg zijn,
vreemdelingen te willen heeten op onzen eigen bodem?
De taal van den trouwhartigen kronijkschrijver der der-
tiende eeuw is ook nog van volle kracht in onze dagen_:
Et dinket mi wesen scande,
Dat cle lieden van den lande
Ander giesten vele weten,
Ende si des hebben vergheten,
Wanen si selve sijn gheboreu.
En het woord, in 1827 in de zuidelijke Nederlanden ge-
sproken, mag nog ten allen tijde in de noordelijken gel-
den en weêrklinken: hy, die niet koud is voor Neêrlands
roem, zal zich aangespoord gevoelen om die Nederlan-
ders te leeren kennen, die zich door hunne geschriften en
werken in de letteren en in de wetenschappen onsterfelijk