Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72 EUROfA.
vooral in Friesland, van eene uitmuntende hoedanigheid: varkens,
schapen, vooral op de eilanden Texel en AVierinjren. Een aanzien-
lijke uitvoer van runderen, schapen en varkens is in de laatste ja-
ren opgekomen; ook brengt de uitvoer van boter uit Holland cn
Friesland, zoowel als die van de Edammer, Leidsche, Goudsche cn
Friesohe kaas, jaarlijks millioenen schats in het land. Voorts heeft
laen tamelijk veel gevogelte; bijen, meest in Drenthe; velerlei soort van
visch in overvloed; oesters en mosselen bij Zeeland en Texel; koren op
hoogere gronden, maar niet genoegzaam voor de behoefte; peulvruch-
ten, uitmuntende moeskruiden, vooral in de provincie Holland; vlas,
hennep, raapzaad, tabak in Utrecht en Gelderland; hop, meekrap,
vooral op de Zuid-Hollandsche en Zeeüwsche eilanden; mosterd , cicho-
rei, ooft; bloemen, vooral in den omtrek van Haarlem en Leiden; turf
in den ruimsten overvloed; verder steenkool in Limburg, pijpaarde,
enz., doch, behalve eenig ijzererts bij Zutfen, geen mineralen.
De taal is de Nederlandsehe; in Friesland wordt ook nog veel
zoogenaamd Boerenfriesch gesproken, dat echter meer en meer voor
de gewone landtaal plaats maakt, niettegenstaande de pogingen van
eenige letterkundigen aldaar, om dit bewijs van Frieslands oor-
spronkelijkheid te behouden. Het raeerendeel der inwoners belijdt
de Hervormde godsdienst; hierop volgen in talrijkheid de Iloomso/i-
Eatholieken, daarna de Lutherschen. Alle Christelijke gezindheden,
alsmede de vrij talrijke Joden, genieten volkomene vrijheid in da
uitoefening hunner eeredienst.
Het fa b r i e k-w e z e n is in eenige oorden des lands van aanbe-
lang. Men heeft linnenfabricken cn voortreffelijke linnenbleekerijen,
garen- en lintfabrieken, laken-, katoen-, wollen-, tabaks- cn leder-
fabrieken, papiermolens, pijpenmakerijen, suikerraffinaderijen, jene-
verbranderjjen, oliemolens en een groot aantal scheepstimmerwerven.
De hoofdbron van bestaan echter is de koophandel, na dien van
Engeland zeker de levendigste van ï^uropa.
Ook de visscherij is een gewigtig bestaanmiddel van vele in-
gezetenen. De haringvangst, weleer zoo aanzienlijk, bekleedt, hoewel
zeer verminderd, altoos nog eene voorname plaats. De walvisch-
vangst, insgelijks in vroegere tijden een belangrijke tak van welvaart,
is genoegzaam geheel verdwenen. De kleine visscherij op onze kus-
ten echter geeft een aantal handen werk.
Het rijk wordt thans verdeeld in 11 provinciën, zijnde: 1. Noord-
Braband, 2. Gelderland, 3. Zuid-Holland, 4. Noord-Holland, 5. Zee-
lavd, 6. Utrecht, 7. Friesland, 8. Ooerijssel, 9. Groningen, 10. Dren-
the, en 11. het hertogdom Limburg. Limburg (met uitzondering van
de vestingen Maastricht en Venlo) cn het groothertogdom Luxemburg
(waarover later) behooren tot het Duitsclie Bondgenootschap, waarin
de koning, als koning en groothertog, ééne stem uitbrengt.
Na de afscliudding van het Spaansclio juk, bestond de repnblkk tier Ver-
eenigde Nederlanden, in 1648 bij den vrede van Munster onafhaiil;elijk verklaard,
uit 7 provinciën, namelijk Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Over-
ijssel en Stad en Lande (Groningen). Onder de provinciën heeft Gelderland altijd
den voorrang gehad. omdat het den titel van hertogdom voerde. Daarna volgden
de graafschappen Holland en Zeeland; en eindelijk'de vier heerlijkheden Utrecht.
Friesland, Overijssel ea Groningen. Het landschap Drenthe, dat voorgaf eene af-
zonderlijke provincie te zijn, werd in de generaliteits-vergadering niet toegelaten.
Evenmin de Generaliteits-landen, tot welke Staats-Braband, Staats-Vtaondereu .
t^tants-Limbvrg en Venlo behoorden. De in 1 795 opgcrigte Bataofiche repnbli-b