Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
()2 EUROPA.
van Brahand stond Iianrniet af, en sedert dien tijd noemde men beide graafschap-
pen hertogdovimen; doch de hertogen hadden toen over de andere gewesten geen
gezag meer.
De uit\vendit:e toestand der gewesten was onveranderd gebleven, behalve dat
in het laatst der 13de eeuw het hertogdom Limburg met Braband, en dc graal'-
schappen Holland en Zeeland met Henegouwen waren vereenigd; maar eene om-
wenteling had plaats gevonden in de maatschappelijke betrekkingen. De adel
en de geestelijkheid vertegenwoordigden vroeger uitsluitend den staat; de land-
bouwende klasse verkeerde in dienstbaarheid, en werd gelijk gesteld met het vee.
Sedert de kruistogten echter was daarin verandering gekomen: de adel was ten
deele uitgeput en verarmd door de uitrustingen, terwijl eene groote menigte vrij-
gelatene dienstbaren, door nijverheid cn handel tot een aanzienlijken trap van^wel-
vaart verheven, cn in buurten te zamen wonende, zich door het vormen van gil-
<len tot een geheel hadden verbonden, van hunne vroegere meesters voorregten
kochten of ontvingen, zich door muren en vesten versterkten, hun eigen bestuur
kozen, en eindelijk als een derde stand in de staatsvergaderingen werden toegela-
ten. [Tiers-élat noemde men dien in Frankrijk, waar Philips in 1303 de gede-
puteerden der steden ter raadsvergadering riep; zij moesten echter knielende de
voorstellen aatdiooren en beantwoorden.}
De volksvrijheid ontkiemde reeds zeer vroeg op Ylaamschen bodem; doch op
het einde der 13de eeuw begon zij zich ook over de andere gewesten te versprei-
den, ""tgeen evenwel niet zonder botsingen kon geschieden. Enkele vorsten kozen
de zijde van het volk, zoo als Jan I van Braband en Floris V van Holland,
hetgeen de laatste met zijn leven boette. Dit tijdvak kenmerkte zich dan ook
bijzonder door inwendige onrust, door eenen strijd tusschen den adel en het volk.
Te midden van deze woelingen ging in 1384 het graafschap Vlaanderen door
huwelijk over ann den hertog van Bourgondië, wiens kleinzoon , Philips de Goede,
zich bijzonder ten tloel stelde, de Nederlanden tot een magtig rijk onder zijn be-
stuur te vcreenigen. Hij kocht Namen, erfde Braband met Limburg, en dwong
.Jacoba van Hcijeren tot den afstand van Holland en Zeeland.
Phimps de Goede breidde zijn gebied nog verder uit, door er ook Luxemburg
aan te hechten, terwijl mede de bisdommen onder zijnen invloed stonden. Slechts
Gelder weerstond zijne magt, en ook de Friezen erkenden alleen den keizer voor
heer. Om nu de gewesten tot ée'n rijk zamen te smelten, moest er langzamer-
hand eenheid in het bestuur woi'den gebragt, daar die vereeniging niet kon ge-
schieden zonder de privilegiën aan te randen, welke de magtig gewordene steden
bereid waren met goed en bloed te Verdedigen. Zijn zoon Kakel de Stoute trad
echter meer openlijk naar het doel, en wierp alles neder wat hem in den weg
stond, om zich als koning Ie doen kroonen; maar toen hij in 1477 was gesneu-
veld, lieten de gemeenten zich de voorregten met woeker teruggeven door zijne
dochter Maria. Deze huwde met Maximiliaan van Oostenrijk, in welk huis
alzoo de heerschappij overging, toen zij in 1482 stierf.
Philips de Schoone volgde zijne moeder op, eerst onder voogdij zijns vaders
Maximiliaan, tot dat deze in 1493 keizer werd. Hij huwde Johanna van Arra-
gon, en werd bij den dood zijner schoonmoeder, in 1504, koning van Castilië,
doch stierf kort daarna. Zijn zoon Karkl, toen nog minderjarig, kreeg in 1515
zelf de teugels in handen, kocht het erfpotestaatschap van Friesland, erfde iu
1516 het overige der Spaansche monarchie van zijnen grootvader, en werd drie
jaren later keizer (Karel V). Hij bestuurde met veel bekwaamheid zijne uitge-
breide staten, maar gekweld door vroegen ouderdom, deed hij in 1555 te Brussel
afstand van de regering.
Philips ontving van zijnen vader in 1555 het bewind over de Nederlanden, eu
in het volgend jaar ook over Spanje, terwijl zijn oom Ferdinand keizer werd.
Deze gewesten gingen alzoo niet op een ander stamhuis over; maar was het vroe-
ger een Ncderlflndsch vor^t, die over Spanje regeerde, van nu af kon men reke-
nen, dat de Nederlanden aan de Spaansche heerschappij moesten gehoorzamen.
Philips, geheel Spanjaard en ijverig Katholiek, ontzag geen privilegiën, om de
kerkhervoiming te stuiten , waardoor hij deze gewesten in opschudding bragt. Toen
echter de beeldstorm losbrak, traden de Katholieke edelen verschrikt terug, eu
van dat oogenblik was het niet meer een strijd om privilegiën, maar een religie-
krijg, die in de Nederlanden woedde. Alva verscheen, om met het zwaard de
ketterij uit te roeijen; schavotten werden roodgekleurd van bloed, en duizenden
vloden ten lande uit; maar ook de trouwe Katholieken werden onder Alva's
ijzeren voet vertreden en haakten naar verlossing. Toen dan de Watergeuzen iu
1572 den Briel namen, breidde een opstand zich over het geheele land uit; doch
Alva trok met zijne legerbenden van stad tot stad, en dempte ze overal, tot dat
hij voor Alkmaar en Leiden stuitte. Op dat tijdstip kwam Keqüesens, die door
xiu-hiheid zou herstellen, wat het schrikbewind had bedorven; maar toen hij iu
------—