Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE NEDERLANDEK. 65
UK mKUKKIiAIVUElV.
Dit koningrijk grenst ten oosten aan Duitschland, ten zuiden
aan België, en ten noorden en westen aan de Noordzee. De op-
pervlakte van het land bedraagt, na de droogmaking van het Haar-
lemmer-meer, nagenoeg 600 vierkante mijlen, en het getal bewo-
ners bedroeg 1 Januarij 1856 3,250,000.
Deze gewesten werden in ouden tijd bewoond door een aantal vrije en onaf-
hankelijke volkstammen, toen Caesar, 57 jaar v. Chr., het gedeelte van Gallië
binnenrukte, dat Belgic werd genoemd en door den Rijn van Germanië was ge-
scheiden. Hij onderwierp het na eenige jaren strijdens, en Adgüstcs verdeelde
het overwonnen land in Romeinsche provinciën. De laatste zocht ook Germanië
te onderwerpen, en zijne schoonzonen Drüsos en Tirerujs streden niet ongeluk-
kig, maar onder Varus werd het Romeinsche leger geheel vernield; en hoewel
Germanicds de nederlaag wreekte , bleef Germanië onbedwongen. In het jaar 70
waggelde ook de Romeinsche heerschappij in België. Civilis , het hoofd der Ba-
taven , had zich met eenige Germaansche en bijna al de Belgische volken tegen
Rome verbonden, welks legermagt werd verslagen; doch Cerialis, door Ves-
PASiANüS met een nieuw leger gezonden, dempte in het volgend jaar den opstand.
De Germaansche volkstammen vereenigden zich echter in de 3e ceüw tot groote
bondgenootschappen 5 welke het verzwakte Rome niet dan met moeite kon weêr-
staan, en die in het midden der 5e eeuw België en het overige Gallië veroverden.
De Franken, zoo. als de verbondene Germanen aan den Beneden-Rijn werden
genoemd, breidden zich in 420 uit over België en Gallië tot aan de Loire. Naar hun-
nen koning Meroveüs werd het eerste vorstenhuis het Merovingische genoemd. Iu
511 werd het rijk verdeeld onder de vier zonen vanCHLODowiG: Tiieoderik ont-
ving Austrasië, waaronder bijna geheel België was begrepen; het tegenwoordige
Vlaanderen behoorde tot het gedeelte van Neustrië, dat aan Chlotaris ten deel
viel. In 622 stond Chlotaris II, onder wien het rijk der Franken ten tweeden male
hereenigd was, aan zijnen zoon Dagobert Austrasië af, om het onder de leiding
van hofmeesters [majores domus) te besturen. Deze hofmeesters kregen weldra de
teugels geheel in handen, en zelfs regeerde een hunner, Pfpun van Herstal,
over Austrasië zonder koning, terwijl de hofmeesters, die Neustrië bestuurden,
door hem werden aangesteld. Zijn kleinzoon Pepijn de Korte plaatste in 751
den laatsten Merovingischen schijnvorst in een klooster, en liet zichzelven tot ko-
ning zalven. Naar zijnen zoon Karel den Groote , die in 800 ook keizer van
Rome werd, noemt men het 2de vorstenhuis het Karolingische. De kleinzonen vau
Kakel verdeelden in 843 het rijk in drie deelen. Lotharis werd keizer, en on-
der zijn gebied behoorde ook het grootst gedeelte van België. Bij zijnen dood
kwam echter de keizerskroon aan Duitschland, en toen zijn zoon Lotiiaris II
stierf, eerst de oostelijke en daarna ook de westelijke helft van Lotharingen, dat
in 895 onder Zwentibold nog eens ecn afzonderlijk koningrijk vormde, maar in
900 aan Duitschland terugviel.
De invallen der Noormannen en de onderlinge oorlogen hadden de magC der
Karolingische vorsten geweldig verzwakt, zoodat zij over hunne leenmannen niet
meer naar behooren hun gezag konden doen gelden. Zij zochten hen dus door
gunsten aan zich te binden, gaven aan hunne gouwgraven uitgesrrekter gebied ,
vele regtcn en aanzienlijke goederen — aan de grenzen, om de Noormannen te
keeren , —in Lotharin}:cn, om, bij de twisten om het gebied, op hunnen bijstand
te kunnen rekenen. Zoo werden dc graven gedurig magtiger, cn toen hunne
waardijrheid, die reeds eenigen tijd van vader op zoon was overgegaan, ten laat-
ste erfelijk werd verklaard, bleef het alleen dc lecnpligt, die hen aan den vorst
bond. In 887 waren dc leenmannen reeds too magtig geworden , dat zij bunnen
vorst onttroonden. Duitschland koos Arndlf in zijne plaats, en in 912 stierf er
de laatste Karolingisclic vorst; doch in Frankrijk regeerden de Karolingiers nog
tot in 987 , toen de stamvader der Capetingers er den troon beklom. Over Lo-
tharingen werd in 908 een hertog gesteld, leenpligtig aan den Duiischen vorst;
doch in 012 kozen de Lothariugsche graven de zijde van Frankrijk, maar keer-
den eenige jaren later onder Duitschland terug, hoewel het hertogdom nog langen
lijd een twistappel tusschen dc heide rijken bleef Van 976 tot 1005 werd de
hertogelijke waardigheid door arstammelinacn van Karel den Groote bekleed ,
vervolgens door het huis van Ardenne, en in 1106 door de graven van Braband,^
nadat ook Hendrik vnn Limburg korten tijd hertog was geweest. De zoon van
lezen werd wel in 1126 tot de waardigheid zijns vaders benoemd, maar dc giaaf
i