Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58 EUROPA.
Kusland, de Eotnisclie golf en de Oostzee; ten zuiden aan de Oost-
zee ; ten westen aan den Sond, het Kattegat en de Noordzee; ten
noorden aan de Noordelijke IJszee.
De 38-jange regering van Güstaaf "Wasa zal wel aan liet Zweedscbc volk
onvergetelijk blijven. Het onwaardige handelsmonopolie der hansa werd afge-
worpen, en de kerkhervorming ingevoerd. Van de goederen der geestelijken,
die bijna 2/3 aan grondeigendom bezaten, kwamen vele aan den staat en vele
aan adel en volk; maar de geestelijken bekwamen niettemin eene goede bezoldi-
ging, volgens bepaling van den rijksdag te Westeras in 1527. Nu begon donatie
hare inwendige krachten te ontwikkelen , en kon onder Wasa's kleinzoon üu.«?taar
Adolf (1611 — 1632) doen zien waartoe zij in staat was. Bekend zijn de overwin-
ningen van dien roemruchtigen vorst over Polen, Oostenrijk en Beijeren. Toen hij
bij Lützen gesneuveld was, zetteden de generaals Horn, Wrangel en Toustknson
de leiding van den krijg, en de kanselier Axel Oxenstikun die der staatszaken
voort. Koningin Christina, de erfgename van Göstaaf Adolf, was zeker
adelijken glans een pedante geleerdheid te zeer toegedaan en verkwistte veel in dit
opzigt, doch deed in 1654 vrijwillig afstan'd van den troon, welken zij aan den dap-
peren prins Karel Gustaaf van Palts-Tweebruggen overliet, die door de natie
als een achterkleinzoon van Güstaaf Wasa verkozen werd. Door Polen den oorlog
verklaard, trok hij schielijk met slechts 12,000 man door Duitschland naar Hol-
stein, en als overwinnaar weder naar Sleeswijk, stak in een harden winter de twee
IBelten over, en tastte Seeland aan, waarheen over den Sond versterking uit Zwe-
den kwam. Reeds den Ssten Maart 1658 was Denemarken genoodzaakt den vrede te
sluiten. Naauwelijks echter rekenden de Denen op de hulp van Holland en Branden-
burg, of de oorlog begon op nieuw, aan welks afloop de dood van den vorst in 1660
een einde maakte. Zes jaren lang heeft hij Europa met zijnen naam vervuld j
kenners der krijgskunst prezen hem nog hooger dan Güstaaf Adolf. Door dezen
echter was Zweden inderdaad magtig geworden. Hij bezat, behalve Finland, nog
Karelië, Ingermanland en Liefland, Voor-Pommeren, Wismar in Mecklenburg,
het hertogdom Verden en het land rondom de hanzestad Bremen waarbij Ka-
kel Gustaaf nog het den Denen van ouds toebehoorende zuideinde van Zwe-
den, namelijk Schonen met Halland en Blekingen, veroverde.
Het streven van den nieuwen koning Karel XI (1660—1697) en zijnen schran-
dercn vriend Gtllenstiern strekte minder tot het behalen van krijgsroem buiten
's lands, waar men geen geluk meer had, dan tot bet bestrijden van den hoogen
adel, die in den rijksraad zat, en over de kroon zoowel als over den burgerstand
der natie trachtte te heerschcn. Steunende op de meerderheid des volks en opzijn
regt, verlangde de koning de teruggaveder kroongoederen, die in handen van den
adel waren gekomen. Dit gelukte in 1682. Dc daardoor rijk geworden kroon was
nu in staat de staatsschuld te betalen, eenen schat te verzamelen, verkeer en nijver-
heid te bevorderen, en ging met zooveel overleg te werk. dat de rijksraad zijne
overmagt verloor en slechts tot koninklijken raad werd. Op deze wijze had men
het reeds in 1660 gegeven voorbeeld van Denemarken gevolgd. Karel XI liet
zijnen erfgenamen eene bijna onbeperkte monarchie achter, Avaarin een wijs re-
gent veel had kunnen doen. Maar zijn opvolger. KarelXII, die van I697totl708
regeerde, was helaas een jong, vermetel, haistarrig vorst, die de teugels van ecu
verstandig parlement grootelijks behoefde. In zijne ongebondenheid verspilde hij
goed en bloed zijns volks in de dolste oorlogen. Wel waren zijne eerste veldtogten,
waarby hij door Rusland , Polen en Denemarken werd aangevallen, regtvaardig, en
zijne overwinning bij Narwa, in 1700, over Peter den Groote van Rusland, en
bij Clissow in 1702 over de Polen, ten hoogste roemrijk; maar zijn later gedrag
was even zoo berispelijk. Na de nederlaag bij Pultava, in 1709, leidde hij een
avontuurlijk leven in Turkije. Eindelijk in het vaderland teruggekeerd, trad hij
weder als onverschrokken krijgsman op de kampplaats, om het intusschen verlo-
rene terug te winnen. Een kogel doodde hem echter voor de Noorweegsche
vesting Frederikshal; en wat Zweden aan de oost- en zuidzijde vau de Finnische
golf had bezeten — Viborg, Ingermanland , Estland en Liefland — bleef aan
Peter den Groote, terwijl het in Duitschland niets van Güstaaf Adolf's ver-
overingen behield dan ecn klein gedeelte van Voor-Pommeren (Straalsund), bene-
vens het eiland Rügen. Bovendien was Zweden uitgeput, en de naastvolgende
regeringen waren zwak, zoodat do adel-aristocratie haar hoofd op nieuw opstak.
De adelpartij der hoeden (Fransch-gezind) cn der mutsen (Russisch-gezind) brag-
ten het rijk nog meer in opschudding, cn de ontevredenheid der andere standen
met den adel wies van dag tot dag. Tot 1771 speelde Zweden eene ellendige
rol in Europa. Toen verhief het zich plotseling op nieuw door koning Gustaaf
III (1771—1792), een man van bekwaamheid, verstand cn karakter, die terstond