Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
wm.[_____liL^Ü,___
DE ZWEEUSCliE STAAT. 57
de bewoonbaarheid hoe langer hoe meer afnemen, zoodat men hetbe-
woonbare gedeelte op niet meer dan 200 v.m. schatten kan. IMerk-
waardig zijn de vele heete en warme bronnen, die men op IJsland
vindt. De beroemdste is de Geiser, 12 m. van lieikiavik, aan den
zoom van de groote midden-woestijn, die het binnen-hoogland van
IJsland uitmaakt. De Hutt-aa en de Thiors~aa zijn de grootste rivie-
ren, en de My-wntn en de Thingtvalle-watn de merkwaardigste meren
op dit eiland. Ten oosten van het laatste meer en de vulkanen
liraOla en Leihrmikr liggen de Reikiahverar, een groot getal heete
bronnen, die met brullend geruisch, gedeeltelijk zuiver water, ge-
deeltelijk slijk opwerpen. De Ihkla, in het zuiden, hoog 1800 v.,
is de hoogste vuurspuwende berg; en de hoogste berg van het eiland ,
de Oeraeft-Jijkui^ is 6300 voet.
IJsland heeft eene oorspronkelijke en belangrijke letterkunde. In vroeger lijden
was hei de zetel eener eigenaardige beschaving, en leverde de beide Edda's op,
waaruit wij de rijkste kennis van het oud-Gerraaansche Heidendom, zijne goden-
leer, zijne zeden en zijne poëzij putten. Deze beide werken ontstonden in eenen
tijd, toen er nog geen Deensehe of Zweedsche letterkunde bestond: de oudere
Edda in de 12«!« en de nieuwere in de 13de eeuw. De oude poezij, voor wier ge«
scbiedkundige overleveringen door dc Skalden gezorgd werd, had zich in het af-
gescheidene IJsland beter staande kunnen houden, dan in liet overige Skandina-
yie, vermits het Christendom in IJsland eerst laat, op het einde der tiende eeuw,
ingang vond. Door de afzondering van het eiland is ook daar de oude Skandina-
vische taal het zuiverst gebleven. De Skandinavische volken bezitten daarin een
overblijfsel van hunne klassische oudheid, en derhalve wordt ook door hen zorg-
vuldig gewaakt, dat zij niet afdale tot een eenvoudig dialect. Dit is mede eene
der veelvuldige bemoeijmgen van het IJslandsch letterkundig genootschap, dat van
het jaar 1816 dagteekent, en te Kopenhagen gevestigd is.
IJsland is mathematisch verdeeld in 4 kwartieren oïfi'ördnngr.,
namelijk zuid-, west-, noord- en oostland, en in burgerlijk opzigt
in 3 ambten, het zuid-ambt, noord-ambt en west-ambt. Deze amb-
ten zijn weder verdeeld in syssel (districten), en deze wederom in
kerspelen. Men telt er 184, met 300 kerken. Eigenlijke steden,
vlekken of dorpen zijn er niet, maar slechts verspreide hoeven, en
alleen aan de meest bezochte havens vindt men eenige bij elkander,
Hcikiavik, de tegenwoordige hoofdplaats van IJsland, is de zetel van den bis-
schop en den stifts-amman; zij heeft de noordelijkste bibliotheek der aarde, en
nog geen 5ül) inw. De langste rij huizen, wier getal in ""tgeheel 70 is, loopt langs
het strand. Skalholt was weleer dc residentie van den bisschop.'Digt bij Leiraa,
eene hoeve midden in een moeras, heeft men de eenige drukkerij op IJsland'. Als
gehuchten of kerspelen komen nog in aanmerking: Dessessad, Butterstad, Steppen,
Olavsvik, Holum, Oejiord, Husaivik cn Eskejiord. Aan de zuidkust liggen de 13
bijna slechts uit lava bestaande Westmanna-cilanden, waarvan het grootste. Hei*
maey, door 200 menschen bewoond is.
Buiten Europa bezitten de Denen: in Afrtka, eenige volkplantin-
gen aan de kust van Guinea; \n Amerika^ de West-Indische eilanden
St, Thomas., St. Jean en St. Croix^ en koloniën op de westkust van
Groenland., te zamen 320 v. m. beslaande, met 40,000 bew.
De gezamenlijke bevolking van al de aan Denemarken beboorende
landen bedroeg in 1855 , volgens den Hof- en Staats-kalender, 2,550,000
zielen. _
Deze bevat de koningrijken Zweden en Noorwegen, die te zamen
eene oppervlakte hebben van 14,000 vierkante mijlen, namelijk Zwe-
den 8000 en Noorwegen 6000. De grenzen zijn: ten oosten aan