Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ms^fSB^^memmm
52 EUROPA.
lieven. Op tleze wijze was Zweden weder onafhankelijk; Noorwegen echter bleef
-met Denemarken vercenigd.
Wij komen nu aan de nieince geschiedenis van het koningrijk Denemarken, dat tot
-1814 viet Noonvegen vereenigd bleef. De koningen uit dit tijdvak, onafgebroken
uit het huis vau OMenburg, heetten bij afwisseling Frederik en Ciikistiaan.
Daar reeds de eerste Oldenburger in 1448, bij zijne verkiezing, aan den adelijken
rijksraad groote regt en moest toestaan , kreeg onder de volgende koningen de aris-
tocratie haar beslag; de regering was beperkt, en de boerenstand geraakte geheel
in lijfeigenschap. Maar te gelijk met het stijgende kwaad bereidde zich ook de
genezing voor. De hervormings-ideèn van Saksen vonden grooten aanhang, en
werden schielijk door de koningen ondersleimd. Daarmede verloor de geestelijk-
heid goederen en magt, en de hooge adel, die er in het eerst bij won (want deze
eigende zich bij vrijheid van hoofdbelasiing nog vrijheid van tienden, ja zelfs in-
komende regten cn accijnsen toe), zag zich van een grooten steun beroofd. Do-
vendien zonk de magt der hanza, die tot dusver den Noordschen handel alleen
gevoerd had, waarop in de steden van Denemarken handel en vertier klommen.
De koningen, zich dit ten nutte makende, versterkten hnn staand leger; entoen
in eenen oorlog met Zweden de burgerij van Kopenhagen in 16.59 door moedi-
gen tegenweer hunne stad gered en zich aan het koninklijk huis zeer toegedaan
betoond had, kon men op den rijksdag van 1660 de magt des adels doen vallen.
De voorregten, die bij de verkiezing van den koning waren toegestaan, werden
voor nietig en het rijk voor een erfrijk verklaard. Van nii af klotn het aanzien
der koningen, die de mindere standen in bescherming namen, maar evenwel aan
den adel glans en altijd nog aanmerkelijke voorregten lieten. Het despotisme, op
eene zachte en niet onredelijke wijze gehandhaafd, was voor het volk noodzakelijk,
wanneer rust en orde verzekerd, grootere welvaart mogelijk gemaakt en verlich-
ting bevorderd zou worden. Dit geschiedde in de 18Je eeuw, inzonderheid door
<len uitmuntenden minister J. 11. E. von Beunrtürff, die van 1750 lot 1770, en
zijnen neef A. P. von Bekkstouff, die na 1772, als vriend van den kroonprins
cn later koning Frederik VI, aan het hoofd van het bestuur stonden, en welke
laatste cr tot zijnen dood in 1797 in bleef. Beide, in Ilannover geboren, begun-
stigden letterkunde en schoone kunsten, en ruimden vele hinderpalen tot verbe-
tering van maatschappelijke toestanden uit den weg. Hierdoor nam het gevoel
van eigenwaarde bij den burger- en boerenstand zoodanig toe, dat zij, zich tegen
de voorregten des adels opgewassen achtende, eene gelijkstelling van regten, ge-
lijk mede, naar het motel van Zweden, tot waarborg voor de toekomst, eene
beperking van'de koninklijke magt door landstenden begeerden. Voordat dit echter
geschiedde, had het Deensche rijk nog aanzienlijke verliezen te ondergaan. Inden
grooten oorlog tusschen Nafoi.eon en andere mogendheden gewikkeld, verloor het
eerst zijne vloot in 1807 door de Engelschen, cn eindelijk, in 1814, ook Noorwe-
gen, dat Frederhc VI aan Zweden moest afstaan. Tegen het hoe langer hoe ern-
stiger wordende verlangen van het volk trachtte zich de koning in 1834 door het
invoeren van provinciale staten te helpen, die intusschen niet aan de behoefren van
het oogenblik voldeden. Ciiristiaan VHI begreep, dat hij meer moest doen. Nu
maakte hij zich echter ongerust over de aanstaande troonopvolging, en meende
dat vóór alle dingen het bewerken eener engere vereeniging van Sleeswijk-Holslcin
met het eigenlijke Denemarken noodig was. Gedurende de geschillen, waarin dit
plan hem met de hertogdommen en de Duitsche natie wikkelde, stierf hij, en wel
in het begin van 1848. Des te meer moest zijn opvolger zich haasten. Reeds in
October was uit Jutland en alle eilanden eene constituerende vergadering opge-
roepen, en den 25'<ten Mei 1849 de aan haar voorgelegde grondwet des rijks vast-
gesteld, ten gevolge waarvan de staatsvorm inderdaad in de rij der beperkte mo-
narchiën trad. De tegenwoordige koning, Frederik VII, regeert derhalve met
verantwoordelijke ministers, cn deelt de wetgevende magt met 2 kamers, den
landes-thing (landsraad) en den folkes-thing (volksraad), en is, wegens zijne Duit-
sche bezittingen, ook lid van het Duitsche bondgenootschap, waarin hij e'ene stem
heeft. De troon is erfelijk, ook in dc vrouwelijke linie; dc koning is echter kin-
derloos, en de troonopvolging onzeker. De tegenwoordige kroonprins is des ko-
nings oom, prins Frederik.
OKMKJVIJlRHICIV
Dit rijk bestaat uit een schiereiland, onder den naam van Jutland
bekend, en verscheidene grootere en kleinere eilanden, voorts uit
liet hertogdom Skeswijk eu de Duitsche hertogdommen Holstein eu