Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
50 EUROPA.
landen (behalve Groenland), NexofoundlandNieuw-Sclioiland^ Nieuiv-
ßrnnsiüijk, de Frins-Edwards^eilanden ^ Opper^ en Neder-Canada; in
Zuid-Amerika een aanzienlijk gedeelte van Wesl-Indiè^ met name
de eilanden Jamaica., sommige der Maagden-eilanden, voorts Anguilla
met Barbuda, St, Christqffel, Newis, Montserrat ^ Antigoa, Domiîiica, St,
fjucia. St. Vincent, Barbados, Granada, Tabago, Trinidad, Aq Bahama-
en de Bermudische eilanden., de kolonie Hondtiras, een gedeelte van
Guijana of de kolonie Berbice, Essequebo en Demerarij, benevens de
Falklands-eilanden, te zamen 150,()51 v. m., met 3,700,000 bew.
In Australië: een groot gedeelte van Nieuw-Holland, de eilan-
den Van-Biemensland en Norfolk; thans ook Nieuw-Zeeland; tezamen
09,348 v. m. en 485,000 bew. Het Britsche rijk, met zijne bezittingen
in Europa en andere werelddeelen, beslaat derhalve in het geheel
233,258 v. m. en telt 35 millioen bewoners, behalve de bezittingen
der Engelsch Oost-Indische Compagnie in Azié, die op zichzelve
73,868 v. m. beslaan, en op eene bevolking van 162 millioen zielen
freschat worden.
SU.tlV
Gewoonlijk verstaat men onder Skandinnvië de drie Noordsche rij-
ken Denemarken, Zweden en Noorwegen. Bij de ouden was echter het
Deensche schiereiland Jutland hieronder niet begrepen, maar werd
tot Germanië gerekend, en Noorwegen was hun nog onbekend. De
woorden Skandiaaviazoo als PuNiüS heeft, en Scandia, zoo als
men bij Ptolemaeus vindt, kunnen het best door ver-
taald worden. Inzonderheid kwam de naam Scandia toe aan het
zuidelijk gedeelte van Zweden, dat men zich als het grootste der
Oostzee-eilanden voorstelde, en thans nog ^c/ionen heet.
De oude geschiedenis van deze drie Noordsche rijken kan men verdeden in den
Heidenschen voortijd lot in de elfde eeuio onzer jaartelling, en de middeleeuwen tot
1524. Men kan de oude Skandinaviers beschouwen als broeders van de Germanen,
cn wel het meest van de Angelen en Saksen, met wie zij. ook in godsdienst,
zeden, wetten en taal veel overeenkomst hadden. Daar vischvangst, jagt en een
weinig landbouw tot hun onderhoud niet toereikend waren, namen zij zeerooverij
te baat. en betoonden zich even moedig te water ala te land. De daden van
stoutmoedige lieden onder hen werden bezongen door skalden, die dikwijls de
aanvoerders der krijgsbenden zelve waren. Geruimen tijd wist men van deze noor-
delijke landen weinig; eerst toen de heerschappij der Franken en het Christendom
in hunne nabijheid kwamen, vernam men, dat de naam der bewoners van Jutland
en de daar digt bij gelegene eilanden Denen, die van de oostelijke Skandinaviers
Zweden, die van de westelijke Noren of Noormannen was.
Verscheidene malen hadden zich reeds onder gelukkige veroveraars enkele
kleine volkeren vereenigd; maar in de 9de eeuw wiessen groote koningsmagten
op, en wel het eerst bij Zweden en Denen, waar het geslacht van Ragnar Lod-
nuoK, vervolgens in Noorwegen, waar EIarald Harfagr (d. i. Schoonhaar) zich
magt vcnvierf. Dit had landverhuizingen en krijgstogten ter zee ten gevolge.
Velen gaven de voorkeur aan een vrij leven in een vreemd land boven dienst-
baarheid in hun eigen; krijgszuchtigen en behoeftigen voegden zich bij hen. Van
Zweden voer men de Oostzee over, drong de landen der Slaven binnen, tot
aan den Volchow, waar Rurik met zijne broederen, en tot aan den Dnjeper,
waar Oskold en Dir Zweedsch-Slavische staten stichtten. Noren en Denen
zwierven in de Noord- en Middellandsche zeeën. De kusten van Duitschland,
Frankrijk, Engeland, zelfs van Italië, werden door hen aangedaan. Nooren ont-
dekten het eerst de Faröer en Orkneys, vervolgens in 847 het onbewoonde IJs-
land, waar zich Recken en Skalden nederzetteden en een vrijstaat stichtten; en
in Frankrijk gelakte het zelfs den ondernemenden aanvoerder Rolf of Rollo iu