Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
UET BEIT3CI1E KIJK. 4o
vindt men er ook veel heidegrond. De luclit is, wegens de nabijheid
der zee, vochtig, doch niet ongezond en zeer matig. De winter is
liier doorgaans minder koud dan in vele zuidelijker gelegen streken
van het vaste land.
Schotland daarentegen is voor het grootste gedeelte bergachtig, in-
zonderheid de hooglanden of het noordelijkste gedeelte, dat meest-
al uit ruwe, rotsachtige oorden of uit wouden bestaat, liet hoog-
land wordt, om zoo te zeggen, geopend door het Gravipian-gebergte.,
hetwelk menigvuldige natuurschoonheden aanbiedt. Het zuidelijke
gedeelte van Schotland, of het laagland, is meer vlak, en heeft daar-
door een zachter klimaat dan de hooglanden, die eene zeer koude,
doch gezonde luchtgesteldheid hebben.
De grond van Ierland heeft, over het geheel, eene meer natuur-
lijke vruchtbaarheid dan die van Engeland, en vertoont eene afwis-
seling van groene weiden, dalen en heuvels, welke zich nogtans zelden
tot bergen verheffen. Dit laatste heeft het meest plaats in het weste-
lijk gedeelte. Het ontbreekt er echter ook niet aan moerassige oorden.
In het noordoosten wordt de kust voor een gedeelte omringd door
den merkwaardigen reuzendam, eene door de natuur gewrochte ver-
zameling van hooge bazaltzuilen. Het klimaat in Ierland is vochtig,
maar niet zoo warm en ook niet zoo koud als in lüngeland.
Onder de voortbrengselen van Groot-Brittanje en Ierland
nemen de steenkolen eene eerste plaats in. Voorts vindt men in
geen land van Europa zoöveel koper, lood, tin en ijzer, als in Groot-
Erittanje.
liet aantal inwoners bedraagt ruim 29 millioen, van welke 18 m.
in Engeland, bijna 3 in Schotland en de overigen in Ierland wonen.
Men spreekt 3 hoofdtalen, namelijk Engelsch, A^/nmc/t in Wales,
en Gaelsch of lersch in de Schotsche hooglanden en Ierland. Op de
Normandische eilanden aan de Fransche kust wordt Fransch gespro-
ken. De heerschende kerk in Engeland en Ierland is de zoogQ-
nosmÜLQ Bisschoppelijke of Anglicaansche, welke, wat de leerstellingen be-
treft, veel overeenkomst met andere Protestantsche gezindten heeft,
doch in het kerkbestuur veel van de Roomsche vormen heeft be-
houden. In Schotland bestaat de Gereformeerde Presbyteriaansche
kerk, en in Ierland is | der bevolking Katholiek. Bovendien wor-
den alle godsdiensten geduld.
Het fabriekwezen bloeit nergens zoo zeer als in Groot-Brittan-
je , waar bijna de helft der inwoners daarvan bestaat; en de kunst,
om met machines te arbeiden, is tot zulk eene hoogte gebragt, dat
hierdoor zoo veel wordt geleverd, als 400 millioen menschen met
hunne handen zouden kunnen tot stand brengen. De uitgebreidste
en voornaamste fabrieken zijn die in katoen, wol, leder, linnen,
metaalwaren, glas en aardewerk. De katoen-, leder- en staalwaren
worden zeker nergens zoo goed en fraai gemaakt, als hier. Ook de
suikerraffinaderijen en bierbrouwerijen zijn van veel belang.
De handel van dit rijk is de bloeijendste van de geheele wereld,
waartoe alle mogelijke middelen zamenwerken, zoo als de gunstige
ligging des lands, de vele havens, de hoog geklommen industrie, de
gemakkelijke gemeenschap der koopsteden onderling, door de vele
kanalen en de talrijke spoor- en andere wegen, de aanzienlijke be-
zittingen in andere werelddeelen, de handelmaatschappijen en han-
delsbanken.