Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
42 RÜROPA.
Stelling van dc oudo kerkelijke Iicerscliappij cn tirannij stemden, viclc.i van licm
af. Beide partijen riepen des konings schoonzoon, Wili.em van Oranji-:, erfstad-
houder van Holland, tot zich; en zoo algemeen openbaarde zicli de wensch der na-
tic, dat Willem zich naauwelijks aan de kust vertoonde, en staatkundig-go<Is-
dienstige vrijlieid beloofde, of Jakod nam (in 1688) lafhartig de vlugt, en verliet
het land. Krachtens eene parlements-acte werd Willem III, als gemaal van Mauia,
tot koning, en zijne vrouws zuster («Takob's tweede dochter) Anna tot zijne op-
volgster verklaard, terwijl Jako» en zijn zoon, benevens hunne nakomelingen, van
den Engelschen troon werden uitgesloten.
Zonder bloedvergieten eindigde deze laatste omwenteling, die tot voltooijing van
het Engelsche staatsbestuur noodzakelijk was. Wel zocht, gelijk dat in zulke ge-
vallen geschiedt, de afgezette koning de hulp van het buitenland, en werd ook door
LodkwijkXIV met eene vlootondersteund. jAKOukwam in Ierland, en bewoog de
talrijke aanhangers der Iloomsche kerk tot opstand, doch bereikte daarmede niets,
dan dat hij den Ieren, die in 1641 meer dan 20,000 Protestanten vermoord en zich
daardoor de wraak van Cromwell op den hals gehaald hadden, eene nog grootcre
ellende voorbereidde. Aan de rivier de Boyne, ten noorden vau Dublin, werd hij
op nieuw gedwongen de vlugt te nemen.
Van 1689 tot heden regeerden: Willkm III tot 1702. — Anna, nog uit het huis
Stuart, tot 1714. — Gkokge I, keurvorst van Hannover, wiens moeder eene klein-
dochter van Jakob was, tot 1727. — George II tot 1760. — George III tot
1820. — George IV tot 1830. — Willem IV tot 1837. — Thans regeert Victouia ,
in 1837 gehuwd met Albeut, prins van Saksen-Coburg, die echter geen deel aan
de regering heeft. De kroonprms voert den titel prins van iro/cA*, en de troonop-
volging is erfelijk, zoowel in de vrouwelijke als mannelijke linie.
In Engeland zijn de voornaamste rivieren: 1. de T^e/zi.?, die uit
de Isis ontstaat, Avelke in Glocestersliire ontspringt, bij Oxford, na
den Charwel opgenomen teliebben, den naam van Teems bekomt, cn,
na eenen loop van oO m., tusschen de eilanden Foulness en Sliepey
in de Noordzee valt; 2. Trent^ die, na bare vei'eeniging met de Oase^
den naam van Humber aanneemt, en mede in de Noordzee vloeit; 3.
de Severn (spr. Sèv-ern), die in IMontgomerysbire ontspringt, en in
de lerscbe zee uitloopt. Vele uitmuntende kanalen dienen tot ge-
meenschap van het binnenland. I^^enige daarvan zijn: liet Bridyewa-
ier-y het Great-Trunh-navigation ^ het Grand-Jauction-^ het Oxford-ka~
naaly enz. Het grootste meer heet Winrmder-meer,
In Schotland heeft men de rivieren de Ta// (spr. Tee) en de Forth,
die in de Noordzee uitloopen, en de Cbjde^ -welke in de lersche zee
vloeit. Het Glasgowsche kanaal vereenigt de Clyde met de Forth, en
daardoor de lex^sche met de Noordzee, liet Caledonische kanaal ver-
bindt de Atlantische zee met de Noordzee. Onder de meren onder-
scheiden zich inzonderheid de Lock-Lomond en de Loch-Neas.
In lei'land is de Shannon (spr. Sjennun) de hoofdrivier, die uit
het Allen-meer komt, en in de Atlantische zee stroomt. Het grootste
meer is Lougk Neagh (spr. Loch Ni). Ook hier vindt men vele ka-
nalen, -waaronder vooral in aanmerking komen het Groote en het
Koninklijke kanaal^ die beide Dublin met den Shannon en derhalve
de lersche met de Atlantische zee verbinden.
Engeland is meer vlak dan bergachtig, vooral in het oostelijk ge-
deelte; alleen het westelijke bevat gebergten, van -welke nogtans
geen enkele de sneeuAvlinie bereikt. Het zuidelijkste is het gebergte
van Cornwall, dat van kaap Landsend, in noordoostelijke rigting voort-
loopt. Hooger en ruwer is het gebergte van Wales., dat dit geheele
prinsdom tot een bergland maakt, welks hoogste toppen der Cader
Idris en Üq Snowdon zijn. Mede bekend \^\\Gt Feak-gebergle, dat door
geheel Northumberland loopt. Aan de kusten verheffen zich gedeel-
telijk krijtbergen. Over het geheel is de grond zeer vruchtbaar, en
doet zich als een duurzaam groen tapijt aan het oog voor; niettemin