Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40 RÜROPA.
onder Willem den Veroveraar, dc Angelsaksen onderwierpen. Dit gcschicdde
in 1066, door den veldslag bij llastings.
De overwinnaar voerde in alle openbare beraadslagingen, bovenal bij de ge-
regtsbovcn, do Fransche taal in, en wat onder de Angeisaksen van oude vrij-
heid was overgebleven, werd grootendeels vernietigd. De Icen-adel werd heer-
schend. Slechts weinige Angelsaksische grondeigenaars bleven, als vasallen des
konings, in het bezit van hunne eigendommen. De grond, bijna alleen met uitzon-
dering der geestelijke en koninklijke goederen, werd door den veroveraar in ha-
roniën herschapen en onder de mcdegebragte vasallen verdeeld, die wederom ge-
deelten hunner goederen ami kniyhlfi of ridders in IcL-n gaven. Men telde bij de
700 baronnen en liooge geestelijken (die onder verschillende titels den eigenlijken
adel uitmaakten) en vele duizend ridders; want menige baron had er over de
honderd. Wel behield zich de koning groote voorrcgten over hen voor, en meende
eene veel betere grondwet gemaakt te hebben, dan ergens op het vaste land be-
stond; maar de magt der baronnen en bisschoppen was groot genoeg, om ka-
rakterlooze koningen te kunnen trotseren. Dit geschiedde tot heil der iiatio;
want toen, na den dood van Richard Liceuwenhakt, zijn grillige broeder Jan
zonder land den koningsscepter droeg, en allerlei geweldenarijen en ongeregtig-
heden pleegde, stonden de baronnen en bisschoppen op, en dwongen hem in 1215
eene acte te ondeiteekenen, waarbij der monarciale willekeur ])aal en perk wei'd
gesteld. Deze acte heet liet groote blad {magna charta, great charter). Ieder En-
gelschman ontving daardoor üe verzekering, dat will(;kcurige bevelen tot inhech-
tenisneming en vonnissen zouden ophouden, cn niemand anders, dan na uitspraak
van 12 gezworenen , of beëedigde vrije lieden, en wel van zijns gelijken, gevonnisd
zou worden, zoo als het in den Angelsaksischen tijd geweest was. Ook werd den
bisschoppen en baronnen nog inzonderheid toegestaan, dat ieder buitengewone
belasting eerst aan hunne goedkeuring zou worden onderworpen.
Wel schonden de koningen nu en dan dit verdrag, doch werden dan telkens ge-
dwongen het weder te bezweren; en reeds na het einde der dertiende eeuw werd
zelfs het regt, om in nieuwe belastingen toe te stemmen, ook op kleine irrond-
cigenaars en burgers uitgestrekt. Voor het eerst in 1265, en voor de tweede maal
in 1283, beriep men voorde rijksvergadering een tweetal afgevaardigden uit elke
stad, marktvlek en graafschap, en in 1343 verdeelden zij de stenden iu hooger-
huis {house of lords, huis van hoogen adel cn bissclioppen) en lagerhuis {house cf
commons of huis der gemeenten), die te zamen het parlement uitmaakten.
Intusschen voerden d«»^'ormandische koningen — of, gelijk zij naar AYillem's
kleinzoon IIenduik II heetten, de Plantagenets— vele veroveringsoorlogen. Se-
dert 1172 was Ierland en sedert 1282 Wales bedwongen. Tegen Schotland streed
men te vergeefs; de grootste oorlogen werden echter in Frankrijk gevoerd; wat
Hendrik II had bezeten, namelijk Normandije, Bretagne, Anjou, Guicnne en
Poitou, bijna half Frankrijk, had Jan zondeu land grootendeels verloren. Moe-
dige koningen trachtten het weder te veroveren. Eduakd III (1327—1377), onder
wien de ridderschap in vollen bloei stond, bevocht schitterende overwinningen,
in 1346 bij Crecy cn in 1350 bij Poitiers, waar de prins van Wales, of zooge-
naamde zwarte prins, met 12,000 man, het 48,000 man sterke Fransche leger over-
won, en zelfs den koning Jan den Goede gevangen nam; alleen de vroege
dood van den prins en de betere aanvoering der Franschen door dü Guesclin
verijdeldeEdüaiid''s wenschen. Hendrik V ^1413—1422) begon den strijd op nieuw,
•won in 1415 den slag bij Azincourt, cn maakta zich meester van Pargs; maar de
fortuin keerde den Engelschen den rug toe: de Tlappere koning stierf schielijk, en
de Franschen werden door de Maagd van Orleans in geestdrift ontstoken. De
minderjarigheid en vervolgens zwakke regering van Hendrik VI (1422—1461)
verwekte de hevigste vijandschap tusschen do twee linien van het koninklijk huis,
namelijk tusschen Lancaster, de roode, en York, de loitte roos.
Eene reeks van inwendige oorlogen beroerde nu het ryk. De'eene veldslag
volgde op den anderen; de helft van den adel en zestig leden van bet koninklijk
huis kwamen om in gevecht of door beulshanden, tot eindelijk de tiran Riciiaud
III in den slag bij Bosworth viel (1485), en Hendrik VII uitliet geslacht Tudor
den troon beklom.
De strijd tusschen de roode en de witte roos stremde natuurlijk alle vooruitgang
en ontwikkeling. De Tudors (1485—16U3) maakten zich de verzwakking van deu
adel en den algemeenen walg van inwendigen oorlog ten nutte, om de nationale
regten nog meer te onderdrukken of te ontwijken. Toen de denkbeelden eener
kerkelijke hervorming uit Duitschland in Enueland overkwamen, matigde Hen-
drik VIII zich het regt aan om over de wijze der hervorming naar willekeur to
beslissen, cn maakte zichzelven tot een soort van pans in zijn rijk, terwijl hij deu
paus van Rome de gehoorzaamheid oj^zeide. Hiertegen vcr/eitedon zich i.iet al-
leen de aanhanger van het oude geloof^ maar ook de gestrenge Protestanten, eu