Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
FRANKUIJK.
•1000, Iltßeres met 10,000 inw. Voorts heeft men: Fréjus met 3500, Ollioides met
30(H) en BrignulUs met GOOO inw. Voor de reede vun llyères liggen do Uijènschc
eilanden, 4 in getal, zijnde steile onvruchtbare rotsen, waarvan 3 een fort met eene
kleine bezetting hebben.
86. Dep. Corsica, met 230,000 bew. Dit dep. bevat het eiland Corsica, gr.
160 v. m., in de Middellandsche zee gelegen, en eigenlijk tot Italië beboorende.
J)aarin liggen : Ajaccio Ispr. Ajatsjo}, de tegenwoordige hoofdstad, aan de westkust
cn aan eene golt van dien zelfden naam. Zij is de geboorteplaats van Napoleon,
cn heeft 10,000 inw. Bastïa, de voormaliire hoofdstad, aa)i de noordkust, heeft
13.000 inw. Voorts heeft men nog de steden Calviy iSt. Florent, Corte, Porto
Vecchio, Bonifado en Sartene.
DeFnanschen bezitten bu i ten Europa: 1. In Afrika: geheel^/^ye-
rije, gr. 7ó 10 v. m., met 2,555,000 bew.; voorts landstreken in Senegambië,
912 v. m. en 300,000 bew., en het eiland iïour^on, 42 v.m.en 120,000
bew. 2. In Azie: de Oostindische steden PondicheryCarical an Maliéy
benevens het daartoe beboorende gebied, te zamen 25 v. m. en 210,000
bew. 3. In Amerika: twee kleine eilanden bij Newfoundland, 8J v. m.
met 1500 bew., eenige Westindische eilanden, 49 v. m. en 272,000 bew.
een gedeelte van Gniana^ alsmede het eiland Cayenne., 1822 v. m. en
20,000 bew. In Australië een gedeelte van ^^Markiezen-eilanden, de
Societeits-eiL, Nieaw-Oaledoniè^ A^d Pijnboom-eilanden, en de groepen der
Vrieiidschaps-eilanden, tezamen 510 v.m. met 90,000 bew. De gezamen-
lijke koloniën bevatten 10,940 vierkante mijlen, en tellen 3,600,000 bew.
IIKT nniTSiCHK RIJK.
Dit rijk bestaat uit twee groote en verscheidene kleine eilanden.
De groote heeten Groot-Brittanje [Engeland en Schotland) en Ierland.
liet geheele rijk wordt door de Noordzee, de Atlantische zee en
het Kanaal omringd. De oppervlakte bedraagt 570G vierkante
mijlen, waarvan Engeland 2728, Schotland 14G7 en Ierland 1511
vierkante mijlen beslaat.
De landzaten of oorspronkelijke bewoners van het Brit'^che rijk waren Kelten of
Gallen; zij heetten in het zuiden van Groot-Brittanje Britten, in het noorden Cate-
iUmiërs, cn in Ierland/eren. De Britten kwamen onder de Komcinsche heerschappij,
cn bleven daaronder verscheidene eeuwen, terwijl in hunne nabuurschap ten noor-
den van den Tyne de Pieten en de Schotten zich geducht maakten. Toen het Ko-
meinsche keizershof tot eigene verdediging zijne legioenen noodig had en Brittanje
prijs gaf, bestormden de Schotten de gemetselde ver.schanningen (Tictenwal) tusschen
dcu mond van den Tyne en de golf van Solway, en maakten zicli meester van het
land. Dc verlatene inwoners wendden zich nu om hulp tot do Saksen en Anyelen ,
zeeroovcrs, die, door üengis en Horsa aangevoerd, aan de kust van Kent'land-
den, en eerst de Schotten terugwierpen, doch vcrvolgcus de Romeinsche Britten
zelve begonnen te onderwerpen. Vergeefs verzette men zich hiertegen: de Saksen,
van tijd tot tijd door landslieden vewiterkt, overwonnen. Na vcrscheiilene veldsla-
gen, waarbij meest alle Komeinen te gronde gingen , behielden dc vreemde indrin-
gers het veld, tot op de berglanden ten westen van de Scvcrn na, waar dc Britten
van Wales hunne reeds tegen llomc verdedigde zelfstaudigheid reddeden. ZooJra
op krijasgewoel cn verwoesting eenige rust volgde, verzoenden dc veroveraars zich
weder niet het voor hen gevlugte Cljriötendom, en verwisselikn dc oude wilde
dapperheid met eene meer kalme levenswijze, waartoe dc nieuwe priesters en mon-
niken hen overhaalden. Ook wilde het geluk, dat zij zeven koningrijken, die zij
eerst hadden opgerigt [Essex met Middltsex, Kent, Smsex, Westsex, Oost-Anyelen,
Mercia en IS^orthumherland)y zamensmolten, en over dat alles ée'n koning bekwa-
men, in deu persoon van Alfred ^871—900). Deze vorst overwon dc Denen en
Noren, die in het land waren gevallen, en zorgde, nadat hij het land had gered,
uok voor orde cn kuituur, meer nog dan Karel de Groote. liet ontbrak echter
helaas zijnen opvolgers aan gelijk inzigt en kracht, zoodat er naauwelijks eene
eeuw was verloopen, toen de nog \vUijd krijgszuchtige Denen, onderkoning
Kanut, en, na den val hunner heerschappij, de Norinandisch-Fniuschc ridders