Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32 RÜROPA.
zee uitloopt. Hare voornaamste bijrivieren zijn de Arrihje, de Tarn,
de Gers, de Baïse, de Lot en de Dordogne. 2. de Rhône, die haren
oorsprong in Zwitserland heeft, door het meer van Geneve heen
loopt, dit verlatende, op Fransch gebied treedt, en, na zich in ver-
scheidene kleine armen verdeeld en het eiland Camargue gevormd
te hebben, zich in de Middellandsche zee stort. De voornaamste
bijrivieren van den llhone, die een loop van 110 ra. heeft, zijn de
Ain, de Saône met den Dottbs, de Isère, de Brome, de Ardèche, de
Durance en de Gard. 3. de Luire, de grootste rivier in Frankrijk,
ontspringt in de Sevennes, en valt na eenen loop van 132 m. in de
Atl. zee. Bijrivieren zijn de Arroux, de Allier, de Cher, de Indre,
de Vienne, de Mayenne met de Snrthe, en de Nantische Sèvre. 4. de
^Seine ontspringt in het gebergte Côte d' or, en ontlast zich, na een
loop van 96 m. in het Kanaal. De rivieren, die zij opneemt, zijn
inzonderheid de Auhe, de Yonne, de Marne, de Oise met de Aisne,
en de Eure. Ook de Rijn benevens de Maas en de Schelde, welke
laatstgenoemden hier haren oorsprong hebben, doorstroomen Frank-
rijk voor een klein gedeelte. Van de kustrivieren vallen de Somme
en de Orne in het Kanaal, de Vilaine, de Niortische (Sèvj-e, de Cha-
rente en de Adour in de Atlantische en de Aude, Hérault en Bar m
de Middellandsche zee. — Frankrijk heeft weinig en slechts kleine
landmeren; het grootste is het meer van Grandlieu, bij Nantes;
grooter zijn de étangs of s t r a n d m er en, onder welke het 7j- m.
lange étang de Thau het aanzienlijkste is. Voorts zijn er 70 bevaar-
bare kanalen, die eene gezamenlijke lengte van bijna GOO m. hebben.
Een der merkwaardigste kanalen is het Zuider kanaal of dat van
Languedoc, hetwelk 30 mijlen lang is, en de Atlantische met de
Middellandsche zee verbindt.
De grond is voor het grootste gedeelte vlak; voornamelijk in het
noorden en westen. In het oosten en aan de znider-grenzen is hij
bergachtig. De Pyreneën, die Frankrijk van Spanje scheiden, ver-
heifen zich hier in den Montperdu tot een der hoogste spitsen, of-
schoon de Maladetta in Spanje hooger is. De Pyreneën bevatten
meer dwarse dan lange dalen, ouder welke laatste het Campa-
ner dal het schoonste is. De Coltische Alpen heeft men aan de Ita-
liaansche, het Jura-gebergte aan de Zwitsersche grenzen. Van het
laatste kan men de Vogesen als eene noordelijke voortzetting be-
schouwen. Ten westen van de Rhône heeft men de Sevennes, die
ten zuiden met de Pyreneën zijn verbonden, in het noorden zich
verliezen in het Ardenner-woud, en onder andere westelijke takken
een naar het Kanaal zenden, waarvan het Britsche gebergte eene
voortzetting is. De grond is voor het meerendeel vruchtbaar en
droogaans wel bebouwd, terwijl men somtijds ook onbebouwde hei-
destreken aantreft.
De luchtgesteldheid is over het geheel gematigd en zacht,
hebbende in de provinciën ten zuiden van de Sevennen wel iets van
het klimaat van Noord-Italië ; maar het schoonste en aangenaamste
zijn de middendeelen des lands. De noordelijke oorden zijn wel iets
kouder, maar lijden naar evenredigheid minder van de vorst dan
andere landen op gelijke breedte.
Frankrijk heeft alle producten, welke de behoeften des levens
vorderen. Een hoofdproduct is wijn {Champagne-, Bourgonje-, mus-
kuativijn). Jlen heeft er ook vele minerale bronnen.