Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28 RÜROPA.
h. Mi nor ca, 12 v. m. groot, is minder aangenaam en vruchtbaar. Port Mahon
is de hoofdst. met 6000 inw. Ciudadela, de voormalige hoofdst., heeft 25,000 inw.
Ook behooren hiertoe de Pityusische eilanden, te zamen 8 v. m., be-
vattende :
a. Iviza. De hoofdst. van gelijken naam heeft 4000 inw.
b. Formentera, eilandje met 1600 bew.
De 49ste prov. zijn de Canarische eilanden, die door Spanje tot Europa
gerekend worden, groot 151^ v. m., met 258,000 bew.
Voorts bezit Spanje buiten Europa nog: 1. in Afrika, eenige
plaatsen in Barharije; 2. in Azië, een gedeelte van liet eiland Ma-
gindanao en de Philippijnsche eilanden^ 3. in Amerika, de Westindi-
sche eilanden Cuba en Porto-rico^ benevens de Spaansche Maagden-
eilanden] en 4. in Australië, de Marianen-eilanden. Deze koloniën
beslaan te zamen 5036 vierkante mijlen en hebben 4,300,000 bewo-
ners, De onmetelijke bezittingen, die Spanje voorheen op het vaste
land van Amerika had, hebben zich aan de Spaansche heerschappij
onttrokken en tot onafhankelijke staten gevormd.
FRjt^VKRIJK.
Dit keizerrijk, groot ruim 9748 v. mijlen,. grenst ten noorden
aan het Kanaal (met het Naauw van Galais), België en Duitsch-
land, ten oosten aan Duitschland, Zwitserland en Italië, ten zui-
den aan de Middellandsche zee en Spanje, en ten westen aan de
Atlantische zee. Het telde in 1856 bijna 37 millioen bew., waar-
onder bijna 36 mill. Katholieken, 480,500 Calvinisten, 268,000 Lu-
therschen, bijna 74,000 Israëlieten, en 30,000 andere gezindheden.
Behalve de Fransche taal, als heerschende, spreekt men de Baski-
sche bij de Pyreneën, de Kymrische in Neder-Bretagne, de Duit-
sche in den Elzas en Lotharingen, en de Italiaansche op Corsica.
Frankrijk was in ouden tijd het land der Galliërs of Kelten, die ten zuiden
der Garonne Aquitaniërs, en ten noorden van de Aisne, waar zij zich met Ger-
manen vermengden, genoemd werden. Jülios Caesar bedwong hen. Van
toen af was het land een Romeinsch wingewest, tot dat Germaansche volken in-
vielen, en eindelijk de Frank Clhowio in 486 door gewelddadigheden en sluip-
moord een rijk stichtte, dat later onder de Pepins tot eene aanzienlijke grootte
aanwies. De uitstekendste van dit geslacht, Karel de Groote, geboortig te Aken
en in 800 met den titel van Roomsch-keizer vereerd, voerde het bewind tot aan
den Eider, de Saaie, het Bohemer woud en de Raab, in Italië tot aan gene zijde
van den Tiber, in het zuidwesten tot aan den Ebro. To^n in 843 en 888 het Ka-
rolingische rijk zich in verscheidene staten splitste, bleef Frankrijk een eigene on-
afhankelijke staat tusschen de Maas en de Atlantische zee. doch onder de zwakke
opvolgers van Karel in wanorde. De groote leenheeren en vasallen der kroon had-
den meer magt dan de koning, en kozen eindelijk in 987, toen het Karolingische
huis uitstierf, een onder hen, den hertog Hugo Gapet, tot opperheer.
Het geluk wilde dat het Capetingsche geslacht niet uitstierf, en de kroonvasal-
len niet weder gelegenheid hadden om koningen te kiezen. De vorsten van Frank-
rijk konden derhalve hunne magt uitbreiden, en df met de wapens hunne zich te
veel aanmatigende vasallen tot rede brengen, óf de hertogdommen en graafschap-
pen. zoodra de geslachten der bezitters uitstierven , met hunne kroonlanden ver-
eenigen. In deze pogingen werden de koningen in de 12<3c en 13de eeuw door het
Normandische huis verhinderd. Hertog Willem van Normandije veroverde name-
lijk in 1066 het koningrijk Engeland, en zijne nakomelingen verkregen door hu-
welijken en erfenissen het hertogdom Guienne, benevens Poitou, Anjou, Maine,
enz. Bijna half Frankrijk — het geheele westen — kwam aan Engeland. De En-
gelsche koning was zeker daarvoor den Franschen leenpligtig, maar een zoo mag-
tig vasal behoefde niet te gehoorzamen. Het geluk van ^Frankrijk wilde echter,
dat Ricuard Leeüweniiart's broeder en opvolger, koning Jan van Engeland,
het met zijne natie te kwaad kreeg, en zoo lafhartig en glccht regeerde, dat