Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22 RÜROPA.
stand der Lusitaniërs, der stad Numantia en der Cantabriërs. Stadhouders bestuur-
den de provinciën, en voerden de Latijnsche taal in. Alleen ia den noordelijken
hoek aan de Pyreneën bleef een overschot van de Iberische taal bij de Baskiëra
hangen, en bestaat er tegenwoordig nog.
Toen in de öde eeuw onzer jaartelling het Romeinsche rijk verbrokkeld -werd.
kwamen andere volken in Iberië hun gelnk beproeven. Men noemt Vandalen en
SuGven; maar deze woorden beteekenen niets anders dan vreemdelingen y vreemde
indringers. Deze moesten weldra naar Afrika de wijk nemen, en werden opgevolgd
door [Vest'Gothen, wier koningen te Toledo resideerden. Na verloop van twee
eeuwen werden deze laatsten wederom door Muzelmansche Arabieren, aan wie
Noord-Afrika reeds was toegevallen, in den slag bij Geves (711) overwonnen. Bijna
het geheele schiereiland kwam nu onder de heerschappij der Arabieren, die een
chalifaat te Córdova oprigtten. Slechts in het Asturisch gebergte hield zich een
kleine hoop Gotten onafhankelijk onder eigene Christen-koningen. Bijna alle be-
woners buiten hen namen den Islam aan.
Geruimen tijd hebben de Arabische bewindvoerders landbouw, nijverheid, han-
del, zelfs wetenschappea en kunst bevorderd. Nooit was Spanje zoo welvarend,
als onder hunnen scepter, tot het chalifaat een einde nam, en de Arabische magt
van Spanje in kleine staten verviel. Dit maakten zich de Christenen ten nutte,
die reeds van het Asturisch gebergte en van den voet der Pyrencen zich uit-
gebreid en verscheidene kleine staten, als Leon, Castilië, Navarra, Aragon en
Portugal, gesticht hadden. Zij streden vol moed, en onderhen onderscheidde zich
vooral de cid, die in het laatst der 12de eeuw te Valencia stierf, Vergjeefs kwamen
uit Noord-Afrika de Mooren hunne Spaanscho geloofsgenooten te hulp. De siag
van Tolosa in 1220, waar de van alle kanten bijeengekomen Christen-ridders de
overwinning behaalden, bragt der Muzelmansche magt zulk een knak toe, dat zij
zich nooit weder volkomen herstelde. Evenwel bleef nog ruim twee eeuwen eene
Arabische of Moorsche stad in het zuidelijke land Granada bestaan, en dit zou
misschien nog langer geduurd hebben, zoo niet verscheidene koningrijken van het
schiereiland, met uitzondering van Portugal, zich tot een enkelen staat vereenigd
hadden. Dit geschiedde door het huwelijk van de Cabtiliaansche koningin Isaueli.a
met den Aragonischen koning Ferdinand. Aan hunne vereenigde legers gelukte
het in 1492 Granada te veroveren, en de heerschappij en taal der Arabieren op
het schiereiland uit te roeijen.
Toenmaals waren de Nederlanden door het huwelijk van hnnne vorstin Mauia
van Bourgondië, dochter van Kaiibl den Stoute, met Maximimaan van Oosten-
rijk, aan het Oostenrijksche of Ilabsburgsche huis gekomen. Beider zoon Philips
huwde met Isabella's dochter, en kreeg daardoor aanspraak op den Spaanschcn
troon. Zijn zoon Karel, geboren te Gent in 1500 (derhalve kleinzoon van keizer
Maximilaan en Maria), werd een der magtigste vorsten. In 1516 begroette men
hem als koning van Spanje, waarbij hij ook Napels en Sicilië ontving. Do
Nederlanden bezat hij reeds vroeger. 'Door de Duitsche keurvorsten was hij in
1519 ook tot keizer verkoren; en daarjuist toen de Spaansche zeevaarders nog
verscheidene kusten van Amerika ontdekten cn veroverden, kon men wel van hem
zeggen, dat in zijne staten de zon niet onderging. Toen hij in 1556 de kroon
nederlegde, erfde zijn zoon, Piiii^irs II, wel niet de Oostenrijksche landen en de
keizerlijke waardigheid (want beiden verbleven aan Karel's broeder Ferdinand),
maar toch altijd nog eene groote magt, die hem voor andere staten gevaarlijc
maakte. Een merkwaardig tijdvak in de geschiedenis is de tachtigjarige strijd der
Noord-Nederlanders, die zich tegen zijne tirannij verzettedcn, zich met moed en
volharding vrij vochten, en in (Lq republiek der Vereenigde Nederlanden stichtten.
Zijne nakomelingen regeerden tot 1701, toen de Oostenrijksche linie in Spanje
uitstierf. Vergeefs poogde de andere linie, die zich in het bezit van Oostenrijk en
do Duitsch-keizerlijke waardigheid bevond, haar regt te doen gelden en zich den
Spaanschen troon toe te eigenen. Frankrijk vreesde Oostenrijks wasdom, en ver-
zette er zich met alle magt tegen. Een bloedige krijg, de Spaansche successie-
oorlog, werd daarover gevoerd, die daarmede eindigde, dat in 1714 de Fransche
prins Philips, uit het huis Bourbon en kleinzoon van Lodewijk XIV, den Spaan-
schen troon verkreeg. Sedert dien tijd regeren de Bourbons, doch met even zoo
weinig doorzigt, als vroeger de nakomelingen van Karel V, ten gevolge waarvan
landbouw en nijverheid hoe langer hoe meer achteruit gaan. Keeds onder Ferdi-
nand en isabella werden, nadat Mooren en Joden waren uitgeroeid, zoodanige
Christenen, wier geloof den priesters mishaagde, met martelingen en den vuurdood
vervolgd,- en ta dien einde de verschrikkelijke wj^'w/s^^ze-rcgtbank ingevoerd, die
ieder in stilte aangeklaagde liet in hechtenis nemen, en, zonder hein tegenover
aanklager of getuigen te stellen, door de pijnbank folterde en naar willekeur ver-
oordeelde. Men rekent, dat op deze wijze door de inquisitie bij de 32,000 mcnscheu
verbrand en aan uog tienmaal zoo veel gestrenge straften opgelegd zijn.