Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE ZÜIDPOOLLAKDEK.
Deze bestaan uit een uitgebreid vast hind en verscheidene groe-
pen eilanden. Allen zijn onbeAvoond, en met sneeuw en ijs bedekt.
Men lieeft voorgesteld het als zesde werelddeel te beschouwen en er
den naam Adetia aan te geven.
Nadat door Enderry, Oratiam, Wilke, Kemp, Sai^ine, en anderen, van
tijd tot lijd uitgestrekte streken kust waren ontdekt, die men als gedeelten van
eeu vast lund meende te mogen aanmerken, ontbrak het altijd nog aan bewijs,
dat zij tot een en het zelfde land behoorden. Eindelijk rusite dc Engelsche regering
twee schepen uit, de Erebus en de Terror (kapiteins Ross en Ckozier), ter ont-
dekking van de magiieiische znidpool. Ofschoon deze zending niet in alle op-
zigten aan de verwachting beaniwoorddc. die men zich had voorgesteld, had de
aardrijkskunde een des te gruoter voordeel aan deze expeditie. De genoemde stoute
zeelieden namelijk dronaen tot 78° 4' door, legden op verscheidene plaatsen aan,
en namen in Januarij 1841 het land . in naam hunner koningin, in bezit. Aan verder
zuidwaarts voortdringen werden zij verhinderd door de oostelijke buiging der kust,
die zij nog CO mijlen ver opvoeren, zoodsit eene streek van circa 200 mijlen een
zaraenhans:end kustland bleek le zijn, en het bestaan van een vast land derhalve
buiten twijfel gesteld is. Nog grootere zekerheid echter geven de reizen van den
Noord-Amerikaan Wilkes cn den Franschinan Dümont d'Urvili.e (in 1839),
door welke de zamenhang der kust op cene lengte van circa 800 mijlen is aan-
geduid.
Ilet vaste land ligt bijna gelieel binnen den Zuidpoolcirkel, en
sleclits tegenover Zuid-Amerika ter eene en Nieuw-Holland ter
andere zijde strekt het zich ten noorden daarvan uit, terwijl het
daarentegen ten zuiden van den Atlantischon en den Grooten oceaan
bijna tot 80° eene inbuiging maakt. Het noordelijkste punt ligt op
65*^ tegenover Zuid-Amerika. Van hier af strekt zich het vaste land
in zijne langste linie bijna door het poolpunt tot aan het tegenover-
gestelde einde omstreeks 780 mijlen uit. De oppervlakte zou men
op 250,000 v. m. kunnen schatten. Gedeelten der kust dragen (van
het westen naar het oosten) de namen van Enderhij-land, Kemps-laud,
Sahine-land, Wilhes-land en Victoria-land of Zuid-Victoria, Kapitein
Ross ontdekte langs de door hem bevaren kust (Victoria-land) een^
hooge bergketen, en zelfs nog twee vulkanen, door hem de Erehns
en de Terror genoemd, wier hoogte hij op 12,000 voet schatte, die
rook en vuur uitbraakten en tot aan hunnen voet in sneeuw en ijs
gehuld"waren. Het nog zuidelijker liggend Lofljj-gebergte is de zui-
delijkste bergketen der aarde. Merkwaardig is in de door Ross be-
varen streek de ontzaggelijke diepte der zee, die op vele plaatsen
met 4000 vademen nog geen grond liet vinden.
De volgende eilandgroepen kan men voorts tot dit zesde wereld-
deel rekenen:
1. Kerguelens-land, of Eilanden der bekommering, 70'
0.1. Greenw. en 50*^ z.br. Het grootste er van is omstreeks 30 m. lang,
ruim 20 m. breed, zelfs zonder zoogdieren, en bijna zonder planten-
groei, maar door hooge bergen bedekt en van heerlijke havens voor-
zien, die door de zeelieden uit hoofde van de vele zich daar ophou-
dende robben vaak bezocht worden.