Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
rr
37 t . AUSTRALlü.
en kokospalmen, areka-noten, pisangs, zuidvrucliten, jams, brood-
vruclit, bamboesriet en catappanootboomen. Van Europa lieet't men
er varkens, geiten en schapen overgebragt. De inlanders zijn van
het Maleische ras, en worden door de vroegere reizigers als zeer
goedhartige menschen afgeschilderd, met welke getuigenis de latere
evenwel niet instemmen.
Het grootste dezer eil. (30 v. m ) is Babel-thu-up, en het volkrijkste Eri-
kli-thu, met de hoofdplaats Kurura.
DE CAROLINES of IVIEV%VE PlIILIPPIJKSCHE
EILAKDEW.
Deze eilanden, in 1543 door een Spanjaard ontdekt, liggen ton
oosten van de Pelew-eilanden, en hebben de zelfde producten als
deze, alsmede inlanders van het zelfde ras. Zij bestaan uit talrijke
groepen, waarvan de groep Citlak verscheidene ketens van eilanden
bevat, onder welke de zuidoostelijke Pug heet, en waarin een eiland
van aanzienlijken omvang moet gelegen zijn. ïot de Carolinen be-
hooren ook het eiland Walan of Strong en de Monteverdo''s-eüiiuihn,
in 1806 door Monteverdo ontdekt en door vredelievende menschen
bewoond, welke eilanden door sommigen worden gehouden voor de
zelfde als de eiland-keten Lugulus of Ilogolen.
ȣ ItlARI/tlVIVKlV, liADROIVKM of DIKVEIV'
KIIiAIVDKlV.
Zij zijn in 1521 door Mageliiaens ontdekt, liggen ten noorden
van de Carolinen, en zijn door de natuur zeer begunstigd; er heerscht
een eeuwige zomer. Men vindt hier de gewone Indische producten
uit het plantenrijk. Zij zijn eene bezitting der Spanjaarden. De
bewoners (de inlanders zijn geheel uitgeroeid) leven in steden on
dorpen, hebben landbouw en veeteelt, en belijden de Roomsch-Ka-
tholieke godsdienst.
Het hoofdeiland heet Guam of Guajan, beslaat 20 v. m., en telt 8000 hew.
De hoofdstad, St. Ignatio de Agana, is de zetel van den Spaanschen gouverreur
en heeft 4000 inw. Op het eiland Tinian zijü merkwaardige ruinen van tem-
pels. — ïen noorden van de Mariannen heeft men de Magellan-archipel,
welks meeste eilanden zeer klein en onbewoond zijn.
DE HVI.GRAVE'S-E1LAN»E1V.
Zij liggen ten o. van de zoo even genoemde eilandgroepen, zijn
meest vlak, zeer vruchtbaar en door zachtaardige inlanders bevolkt,
bezitten eenen overvloed van kokospalmen en andere boomen, en
bestaan uit 2 hoofdafdeelingen:
1) De Marshalls-eilanden, in 1783 door Maeshall ontdekt,
tot welke ook de in 1817 door Kotzebue ontdekte Radak-eilanden
behooren. Zij liggen ten oosten van de Carolinen, en bestaan uit 2
ketens van eilanden, Radak (d. i. oostelijke keten) met 6 groepen,
en R(xUk (d. i. v.'estelijke) met 9. De noordelijkste en westelijkste