Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
3G2
AUSTKALië.
acliterbiijven, gelijk dit ondeniemendc volk, voor zijne andere stoombootlinie van
Indië naar Australië, zich nu reeds van de Kokos-eilanden heeft meester gemaakt j
eene gebeurtenis, die eene verstandige politiek van onze zijde zeer zeker had moe-
ten voorkomen, al moge het waar zijn, dat deze eilanden vroeger nooit lot Ne-
derlandsch Indië behoorden.
„Engeland is dus reeds in naam onze buurman op Nieuw-Guinea, en zal dit
weidra ook inderdaad worden: het wordt dus dringend lijd, dat wij ons bezit in
die streken versterken, willen wij niet in het oosten van onze Indische bezittingen
eene even gevoelige inbreuk bekomen, als Singapore en Laboan dit in het westen
waren. Van harte juichen wij dus het plan onzer koloniale regering toe, om
Nieuw-Guinea op nieuw te bezetten, en wij twijfelen niet, of deze vestiging zal
spoedig bloeijen, mits men ze niet op de plaats der vorige, maar veel zuidelij-
ker, bij voorbeeld op het eerst in 1835 ontdekte Prins-Frederik-llendriks-eilaud,
zoo digt mogelijk aan de Torres-straat, aanlegge. Daar belooft eene Nederland-
sche kolonie het meest voor den handel, omdat een schip, dat de gevaren dier
straat ontworsteld is, reikhalzend naar eene andere haven dan het elfhonderd mij-
len verwijderde Koepang uitziet. Daar weert zij het best vreemden invloed uit
onze Molukken; daar verrijkt zij het meest de wetenschap; omdat de Nieuw-
Guineesche kust, van 143® tot 139® o.L en het tusschen haar en den Clarence-Ar-
chipel begrepen deel der Torresstraat, nog nooit ouderzocht is.
„Maar tegen al deze voordeden strijdt, zal men ons welligt tegenwerpen, het
klimaat van Nieuw-Guinea, welks doodelijken invloed men vroeger zoo zeer heefi
ondervonden. Wij bestrijden deze meening ten sterkste: niets bewijst, dat de
luchtgesteldheid van Nieuw-Guinea in het algemeen nadeeliger zoude zijn, dan
het op gelijke breedte gelegen Java of Sumatra. Ongetwijfeld was Merkus-oord
hoogst ongezond, cn is daaraan het mislukken dezer kolonie toe te schrijven; maar
deze ongezondheid lag alleen in de eigenaardigo liggii:g der plaats, iu de geheel
omsloten Tritons-baai. Dit is ten minste het oordeel vun deu in de Zuidzee zoo
bevaren Dumont ij'Ukville; hij bezocht Merkus-oord in 1839,cn zegt: Cetempla-
cement resserrê entre la mer et la montagne, semble peu propre a la fondation d'un
premier établissement. Aan deze ligging alleen scbrijlt hij do ongezondheid der
plaats toe, cn hij meent, dat men op Nieuw-Guinea genoeg punten met gunstiger
klimaat had kunnen vinden op eene der uitgestrekte vlakten, waar de zeewinden
telkens de lucht vernieuwen. In andere landen had men onder gelijke omstan-
digheden de zelfde ongunstige uitkomst, en daaraan is hoofdzakelijk dc mislukking
der Engelsche koloniën in Noord-Australië tc wijten. Zoo getuigt de commissaris
der kroonlanden te Port-Essington, G. Windsor Earl, die in zijn belangrijk
werk, Enterprise in Tropical Australia, met vele voorbeelden aantoont, dat, hoe
aanlokkend eene diep in het land vallende haven ook voor de veiligheid der sche-
pen en voor den aanleg eener krijgshaven moge wezen, deze omsloten baaijen in
de keerkringslanden wegens de ongezondheid steeds onbruikbaar zijn. Zoo hebben
wij meermalen het plan moeten opgeven, om aan Ambons heerlijke binnenhaven
een tuighuis te bouwen, en ankeren de schepen op Lombok steeds op de reede,
in plaats van in de veilige haven. Eveneens moest de Engelsch Oost-Indische
rompagnie de pogingen tot kolonisatie der Andaman-eilanden te Port-Chatham en
Port-Cornwall opgeven, daar men niet genoeg op de ongezonde ligging dier
plaatsen had gelet.
„Die zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht. Moge dit het geval met
de nieuwe expeditie naar Nieuw-Guinea zijn! Mogen de lessen der ondervinding
voor baar niet verloren gaan, opdat men niet wederom na weinig jaren gedwon-
gen zij de nieuwe vestiging te verlaten, en zoo doende al de aan haar teu koste
geiegde schatten vruchteloos verspild worden!"
Omtrent de Torres-straat vonden wij later in onze dagbladen nog
liet volgende:
De Torres-straat heefl te allen tijde groote moeijelijkheden voor de scheepvaart
opgeleverd, ten gevolge van de talrijke eilandjes, waarmede zij als het ware be-
zaaid is; doch diepe en op de kaarten aangeduide passages maakten het echter
aan de grootste schepen mogelijk, om met omzigtigheid deze zeearmen door te
varen._De in den laatsten tijd, op last der Engelsche admiraliteit, bewerkstelligde
opnemingen hebben aan het licht gebragt, dat in die passages zich steeds aan-
groeijende sterkoralen hebben gevormd, welke de scheepvaart in deze straat voort-
aan voor groote schepen onmogelijk maken. De kalkachtige polypen dier zee
groeijen met zulk eene snelheid, dat men berekend heeft, dat, indien deze ont-
wikkeling steeds de zelfde wetten volgt, de Torres-straat in ongeveer twintig ja-
ren over hare geheele breedte op onderscheidene punten daardoor zal zijn inge-
nomen. De straat is ongeveer 160 kilometers lang, bij eene zeer afwisselende