Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
NIKÜW-GIJIN^A. 3GD
in (le hoofdzaak, bekend kan zijn. Het is te hopen dat men ten opzigte eener
plaats van aanvang, vooral met het oog op de zicli meer cn meer uitbreidende
gemeenschap met Nieuw-Holland door de «traat Torres, beter moge slagen cn
gelukkiger moge wezeu, dan vódr ecn dertigtal jaren met het vestigen van hot
fort du Bus aan Merkus-oord het geval was , dat, zoo men beweerde, uit hoofde
van ongezondheid voor de bezetting, doch volgeus eene andere lezing, door on-
handigheid, spoedig moest worden verlaten.
Om het voor ons Nederlanders belangrijke der zaak, laten wij- hier volgen een
door den Heer K. A. te Leiden, iu Dcc. 1857, aan de Konst- en Leiterhode inge-
zonden artikel over dit onderwerp, en geplaatst ia N^. 52, voor 1857, van dat
weekblad. Het artikel luidt aldus:
„De laatste landmail meldt, dat het Nederlandsch-Indisch gouvernement eene
wetenschappelijke expeditie uitrust, met het plan om op dit sedert 1835 door de
Nederlanders verlaten eilaiid dc plaats voor ccne nieuwe kolonie op te sporen.
Js dit berigt juist, dan zal die expeditie onze aardrijke- en natuurkundige kennis
zoo zeer verrijken, en de ontworpen vestiging belooft, bij den jaarlijks toenemen-
den Australischen handel, uit een koloniaal en commercieel oogpunt zulke schoone
vruchten, dat wij niet nalaten kunnen in dit tijdschrift eenige regels aan dit on-
derwerp te wijden.
"Niettegenstaande de onmiddelijke nabijheid der Molukken, eenmaal de parel
onzer koloniën, was Nieuw-Guinea, na liorneo het grootste eiland der wereld,
vódr honderd vijf-en-twintig jaren nagenoeg geheel onbekend j en geen wonder : dc
ontdekkingstogten, onder het vooruitziend bestuur van eenen Carpentier cn van
Diemicn ondernomen, hadden geen gunstige resultaten opgeleverd; het land bood
weinig handelsartikelen aan, terwijl men aan de bewoners, de wilde en onbe-
schaafde Papoes, nog minder slijten kon: niets lokte dus, bij de kortzigtige han-
delspolitiek onzer voorouders, tot een herhaald bezoek van dit ongastvrije eiland
uit. Zoo werd het, in de vier eerste eeuwen na de ontdekking door de Portugezen ,
slechts van tijd tot tijd en als bij toeval door Nederlandsehe, Fransche en En-
gelsche zeevaarders bezocht cn was alleen de noordkust eenigzins naauwkeurig
bekend. Desniettemin dreven dc inboorlingen der Molukken sedert lang handel
op Nieuw-Guinea, en maakte onze eenmaal zoo magtige vassal, de sultan van Ti-
dor, aanspraak op eenige kustdistricten, zoodat deze, indirect ten minste, tot
Nfderlandsch-Iudië behoorden. De noodzakelijkheid om dezen inlandschen handel
te beschermen, evenzeer als de zucht om onze koloniale magt in de Molukken
voor vreemden invloed vrij te waren, noopte den gouverneur-generaal Merkds,
van wiens verlicht bestuur zoo menijie heilzame maatregel getuigt, in 1826 tot
eene naauwkeurige opneming der Noordwestkust, die in 182ö door de stichting
vau het fort du Bus of Merkus-oord gevolgd werd; tevens werd deze kust, vau
141° 0.1. van Greenwich af, tot op de Kaap de Goede Hoop, de noordelijke spits
des eilands, in bezit genomen, welk bezit later over de Geelvinksbaai met h«re
talrijke cilHnden en over de noordoostkust tot aau de Hougainville-baai werd uit-
gebreid. De jeugdige kolonie werd na zes jaren, wegens het doodclijke klimaat,
wederom verlaten, en sedert bestaat liet Nederlandsch bezit op Nieuw-Guinea al-
leen in naam, eu wordt slechts van tijd tot tijd door het zenden van een oorlog-
schip en het planten van steenen palen, met het rijkswapen, quasi gehandhaaf»!.
" Keeds Temminck veroordeelde in zijn Coup dceil de politiek, die, wegens het
gemis van onmiddelijk voordeel, eene belangrijke vestiging verlaat, later veelal
slechts door veel grootere opofTeringen te herwinnen, en wijst er tc regt op, hoe
weinig het thans zoo belangrijke Java en Australië in den aanvang aan het moe-
derland opleverden. Een zoo uitgestrekt land als Nieuw-Guinca, waarvan het
hooge binnenland nog geheel onbekend is, zal ongetwijfeld met der lijd ruim-
schoots de kosten der eerste vestiging vergoeden, zoo men slechts met beleid te
werk ga, terwijl eene nieuwe kolonie thans voor den handel reeds terstond veel
meer belooft dan iu 1828, en uit een staalkundig oogpunt nog oneindig minder
gemist kan worden dan toen. Sedert den toenemenden bloei der Engelsche ko-
loniën in Australië, varen jaarlijks een aantal koopvaarders door dc vroeger zoo
eenzame Torres-straot, die, in weerwil harer tallooze gevaren,den besten en kort-
Kten terugweg van Sidney naar Singapore en Indië aanbiedt; deze drukke vaart
noopt als van zelf Engeland liet bezit dezer straat en der aangrenzendo kusten
voor zich tc verzekeren, en werkelijk heeft dc expeditie van Owen öranley, die
van 1846—1850 de Torres-straat naauwkeurig onderzocht, op Nieuw-Guinea de
gansche kust, van de Zuidoost kaap tot aan het eiland Bristow, in bezit genomen.
Wel zijn tot nu toe de pogingen der Engelschen tot kolonisatie van Noord-Austra-
lië te Fort-Dundas en Port-Essingion mislukt, doch zoodra eene geregelde stoom
bootvaart de Torres-straat doorkruist, kan eene blijvende vestiging der Engelschen
op een der talrijke eiluudcn dier zeecngte of op de haar omgrenzende kusten niet