Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AUSTRALië. 060
scluitkibtcn hadden uitgeput. Evenwel ondernam vax Couveu, ook een Engelseh-
man, iu 1790 en volgende jaren belangrijke nasporingen, zoo der Sandwichs-eilan-
den als der westkust van Noord-Amerika. En Flinoers en Bass onderzochten,
van Botany-baai af, sedert 1799 het zniden van Nieuw-Ilolland, waarbij o. a.
bleek dat Van-Diemens-land een eiland was. De meer bekend geworden Oceaan
werd buitendien van vele handelschepen doorkruist; hoe langer hoe meer zag
men inzonderheid de vlag van de Noord-Amerikaansche unie. ZAï'a liusland,
welks schepen tot dusverre slechts om pelteiijen van Kamtj^jatka naar de legen-
overgelegene ruwe kust van Noordweat-Amerika hadden gevaren, zond expc-
ditiën van Europa daarheen. Dit geschiedde het eerst onder de leiding vau
IvRUSENSTEUN vau 1803 tot 18(»6, die kundige Duitschers en Zwitsers aan boord^
had. Op hem volgde in 1815 Otto von Kotzebue , voor wien de Kusiische graaf
Komanzov in Finland een eigen schip liet bouwen, om daarmede tusschen lage
eilanden en koraalriffen te kunnen varen. Daar kon te voren de En^elbchiuan
Dace-iiins had uitgevonden vleesch en groenten zóó in te pakken, dat zij bij voort-
during versch bleven, nam Kotzebdjs, onder weg, aan de Engelsche kust eene la-
ding daarvan in, en eene na verloop van drie jaren overgeblevene blikken doos
vol was nog versch en eetbaar. Door zijne rcjs werd de kennis van de Marshalls
en CaroliiK'u uitgebreid. Op hem volgde de ontdekkingsreis van den Franschman
DUiMONT i/U'RVti.f^B van 1826—29, wiens scliitterend uitgevoerde reisbeschrijving
de aardrijkskunde cn natuurwetenschap aanmerkelijk verrijkte.
13escliou\ven wij nu Nieuw-Holland en de eiLmdcn.
IVI li: uw- BI O ^ n.
Dit vaste land van Australië, groot 142 000 vierk. mijlen, in
1616 en vervolgens ontdekt door Dikk Haktog, Schouten , Lemaiuk,
enz., wordt door de Torres-slraat, welker zuidelijk gedeelte de straat
Endenvotir heet, van Nieuw-Guinea, en door de Bass-straat van
het eiland Van-Diemens-land gescheiden. Ten noorden, zuiden en
westen wordt het door de Indische en ten oosten door de Zuidzee
omringd. Deze beide zeeën vormen verscheidene baaijen, waarvan
de voornaamste zijn: de groote golf van Carpentaria aan de noord-
kust, de Spencer-golf aan de zuidkust, de Botany-baai en de Fort-
Jacksons-baai, beide aan de oostkust, enz.
Ilivieren, welke eene grootte hebben als die van andere wereld-
deelen, heeft mon nog niet aangetroffen. Van die der oostkust, alle
van èene middelmatige uitgestrektheid, zijn het merkwaardigst: do
Brisbane, de Ilastings, de Hawlcesbury, die vervolgens Nepean heet,
de George-rivier, enz. De rivieren, die men meer binnenwaarts, ten
westen der Blaauwe bergen ontdekt heeft, zijn grooter, zoo als:
de Macquarie, de Lachlan, de Castiereagh . de PeelS'rioicr ^ Ae AUigafor-
rivier cn de Murray, de grootste bekende rivier van Nieuw-IIol-
land, in welke de Morumbidgi, de Barliag (met zeer zout water) en
de Lindesay uitloopen, en die zich eindelijk in een ondiep meer, dat
van Alexandriria, ontlast, hetwelk aan de zuidkust met de zee in
verband staat. Behalve dit meer Alexandrina, dat nagenoeg 10 tot
12 mijlen lang en 6, tot 8 mijlen breed is, zijn er nog eenige kleine
binnenmeren. Als een nieuw ontdekt groot meer wordt de Torrens
opgegeven, in het zuiden van Nieuw-Holland, dat zich halvemaan-
vormig uitstrekt en met de Spencer-golf gemeenschap heeft. Volgens
den reiziger Stcut echter, die in 1845 tot dit meer doordrong, is
het slechts eene verzameling van water, dat van dc naburige hcr-
ü:eii stroomt.