Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
3G2 AUSTKALië.
zevenjarige oorlog losgebarsten, en aller aandacht slechts op staatkunde en krijg
gevestigd. Maar naauwelijks was in 1763 de vrede gesloten, of bet Knge'sche
kabinet dacht weder aan ontdekkingsreizen, waaiin het door het Fransche werd
nagevolgd. Van Engeland voeren Byron, Wallis en Cakteukt, van Frankrijk
Bougainville naar de Zuidzee.
"Wat deze mannen verdienstelijks leverden, werd door de drie reizen van James
Cook overtroffen. Deze raet alle zeevaartkennis toegeruste man ontving van
de Londensche admiraliteit in 1768 den last, om op het eiland Ütahiti den
doorgang van Venus voor de zon waar te nemen. (*) Een sterrekundige, bene-
vens de natuurkundigen Banks en Öolander, vergezelden hem. De hun op-
gedragen taak maakte, dat zij op ütahiti geruimen tijd vertoefden, en dit schoone
eiland, benevens de andere Gezelschaps-eilanden , nader leerden kennen. Vandaar
stevende men naar Nieuw-Zeeland, dat Ahicl Tasman 120 jaren vrougcr slechts
vlugtig bezigtigd had, en vond twee eilanden, bijna ter grootte van Engeland
en Schotland. Niet zonder gevaar voer men hunne kusten rond, slechts zoo
na mogelijk bij den oever houdende. Cook legde over het geheel een viist ka-
rakter en groote volharding aan den dag, en streefde in zijne opnemingen en
plaatsbepalingen naar de meest mogelijke naauwkeurigheid. Dij vertoefde daarom
overal, waar dit met zijn doel overeenkwam, en zoo hadden de geleerde na-
tuuronderzoekers bij hem tijd genoeg om veel te beschouwen en te beschrijven.
Daarop stevende hij naar Nieuw-Holland, dat slechts hier en daar aan de
kusten bekend was. Cook wilde de minst bekende oostkust onderzoeken, en
voer er, onder groote moeijelijkheden, van het zuiden naar het noorden langs.
Nabij Nieuw-Guinea verliet hij de Zuidzee, om reeds na verloop van twee jaren
weder derwaarts gezonden te worden. Voor deze tweede reis, die hij in Julij 1772
begon, werden hem twee sterrekundigen, één teekenaar en twee Duitsche geleer-
den, Reinhold Fokster met zijnen zoon Geouge, medegegeven, bij welke zich
aan de kaap de Goede Hoop nog een leerling van Linai^üs, met name Spaar-
man, voegde. Na vruchtelooze moeite om aan de Zuidpool een vast-land te
vinden, zette men koers naar Nieuw-Zeeland; hierop werden de wateren der
Gezelschaps-eilanden, der Lage eilanden en der Vriendschaps-eilanden doorkruist,
cn daarop wederom een togt naar Nicuw-Zeeland gemaakt. Vervolgens zette
men koers naar het Paasch-eiland, en stevende de Mendana's of Marquisa's voor-
bij, om nogmaals het aanlokkende Otahiti te bezoeken, en door de Vriendschaps-
Archipel ten westen aan een eiland te komen, dat Bougainville gezien had.
Cook vond dat dit eiland tot eeue groep behoorde, die men de Nieuwe Hebriden
noemde. Vervolgens werd Nieuw-Caledonië ontdekt, nogmaals bij Nieuw-Zeeland
aangelegd en om kaap Hoorn heen de terugreis aanvaard. Daar de Engelsclie
admiraliteit thans haar oog op het noorden van den Grooten oceaan, inzonderheid
op bet gedeelte tusschen Azië en Amerika, rigtte, werd Cook in 1776 voor de
derde maal uitgezonden, en voer eerst naar den Zuidpool-cirkel, vervolgens naar
den Noordpool-cirkel, en wel door de Beringstraat, na alvorens dc eilandengroep
te hebben ontdekt, die naar den onbeduidenden lord Sandwicu haren naam ont-
ving. Cook, toen hij van de IJszee naar de Sandwich-eilanden'terug kwam,
vond hier helaas zijnen dood, daar hij op U Februarij 1779 door de bewoners
van Owaihi werd omgebragt.
Een gelijk lot trof den wakkeren Franschman Perouse. die in 1785 eene
ontdekkingsreis aanvaardde, welke voor onze kennis van de Zuidzee niet zonder
gewigt was, ofschoon voornamelijk de kusten in het noordoosten van Azië naauw-
keurig werden onderzocht. Van daar stevende la Pérouse naar de Botany-baai
in Nieuw-Holland, dewijl hij gehoord had, dat juist eene kolonie van misdadigers
door den Engelschman Piiilipps daar werd aangelegd, waar hij derhalve waar-
schijnlijk ververschingen zou kunnen innemen en gelegenheid vinden om zijn
schip te kalefateren. Zijn wensch werd vervuld, waarna hij in 1788 Botany-baai
verliet. Verder heeft men niets meer van hem gehoord; noch hij, noch iemand
van zijn volk is ooit naar Frankrijk teruggekeerd. Alle in het werk gesteld
onderzoek bleef vruchteloos, tot eindelijk in 1828 de zeereiziger Dillon onmis-
kenbare sporen van zijne schipbreuk op het eiland Vanicoro ontdekte; cn hier-
uit, plijk mede uit het verhaal van een eilander, bleek, dat la PióroüSE met
al zijn volk daar was omgebragt.
Dat zeelieden, die van Botany-baai naar Europa voeren, eilandgroepen ont-
dekten, zoo,als Marshal en Gilbert in 1789, geschiedde slechts ter loops cn
vlugtig. De togt van Bligh was reeds van meer belang; maar dc lust der re-
geringen, om opzettelijk wetenschappelijke reizen te laten doen, werd verzwakt
door do oorlogen, die sedert do Frausche omwenteling in Kuropa woedden cn alle
(,*) Deze door- of voojbij;^^«^ ^Prf^t in 1S74 Wf-dprrm plants vinflon.