Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
852
AMEUIKA,
ten noorden aan Venezuela, Engelsch, Nederlandsch en Fransch
Guyana, ten oosten aan de Atlantische Zee, ten zuiden aan Uru-
guay, en ten westen aan de staten la Plata, Paraguay, Bolivia,
Peru en Ecuador.
De geschiedenis van Brazilië is misschien ouder dan die van Peru en Mejico,
zoo als eene oude en prachtige stad in het binnenland, met inscriptiën en fraaije
woningen, in 1845 ontdekt, te bewijzen schijnt. Voor ons echter begint zijne
geschiedenis eerst met de onirtekking door Europeanen. Een toeval was het,
dat in 1500 den Portugees Pedro Alvarez Cabral aan de kust van het tot
dusverre onbekende land wierp. Portugal nam nu wel het uitgestrekte land in
bezit, doch zond jaarlijks slechts twee schepen derwaarts , met misdadigers, Joden
en ligtekooijen, welke schepen dan hout en papegaaijen terugbragten. Ook verwees
men daarheen de door de inquisitie veroordeelden, die het van Madeira naar
Brazihë verplante suikerriet met zooveel succes bouwden, dat het weldra een
voorwerp van uitvoer werd. Eindelijk besloot koning Jax III het land te kolo-
niseren. Op zijn bevel stichtte Tomas de Solsa er in 1549 de stad Bahia, en
Jesuïten deden hun best om de inlanders te beschaven. Tevens veroorloofde de
koning den adel, streken gronds voor zich te veroveren en te bebouwen, waarop
de cultuur des lands snelle vorderingen maakte. In 1624 veroverden de Neder-
landers de stad Bahia, en in 1630 het geheele landschap Bahia, met Pernam-
buco, waarop de Nederlandsehe stadhouder, prins Maürits van Nassad, iji
1637 en volgende jaren, van de 14 provinciën, waaruit Brazilië bestoud, de aau
de kust gelegene helft aan de republiek onderwierp. Na de troonbeklimming van
het huis Bragan^a in Portugal, in 1640, sloor de republiek met Portugal een tien-
jarigen wapenstilstand, volgens welken zij in het bezit van Brazilië bleef. Poch
reeds in 1645 stonden de grondeigenaars tegen Nederland op, in het geheim on-
dersteund door Cromwell en de Portugesche regering. Een vermetele avontu-
rier, Calvacantk, noodzaakte, na verscheidene gelukkige gevechten, de Neder-
landers op 28 Januarij 1654 te capituleren en Brazilië te ruimen, waarop de re-
publiek in 1661, door Engelands tusschenkomst, tegen eene som van 350.000 p. st.
(ƒ 4,200,000) van alle aanspraak op Brazilië afstand deed. Thans echter geschiedde
niets meer voor de beschaving des lands; want de Jesuïten hielden den geest der
kolonisten in boeijen, en de inlanders in voortdurende onmondigheid. Daarbij
kwam dat de regering aan de laatsten heerendiensten oplegde, en door de in
1679 aan de La-Plata-rivier gestichte kolonie öan Sacramento, wegens den hier
met de Spaansche provinciën gedreven sluikhandel, met Spanje in oneenigheiJ
geraakte. De Spanjaarden maakten zicb van deze kolonie meester, en bleven dat
tot 1777. Intusschen was de waarde van Brazilië voor Portugal al hooger en
hooger geklommen, naardien men er in 1698 goud en in 1730 diamanten ontdekt
had. Rio de Janeiro was de stapelplaats voor de opbrengst der Braziliaai'sche
mijnen en der inlandsche voortbrengselen.
be oorzaak intusschen van den tegenzin, dien de Braziliaan te allen tijde tegen
de Portugezen gevoeld heeft en die eindelijk omwentelingen ten gevolge had, werd
niet uit den weg geruimd. De koningen uit het huis Braganga. namelijk, bleven bij
voortduring aan arme Portugesche edellieden groote landstieken van Brazilië uit-
deden, of sloten verdragen met avonturiers, welke de verovering van onbekende
streken gronds voor eigene rekening op zich namen. Zoowel de eersten als de laatsten
regeerden raet groote willekeur, vestigden zich er geheel en al, en ontvingen, tot
loon voor hunne diensten, de toezegging van nog grootere privilegiën. Het hof. dat zich
in 1808 te Rio de Janeiro gevestigd had. bevoorregte Portugezen van duistere af-
komst, terwijl men de aanzienlijkste Brazilianen onverschillig behandelde, de be-
lastingen verhoogde, goud én edelgesteenten, die in de landerijen van particu-
lieren gevonden werden, als eigendom van de kroon zich toekende, en zelfs in
de regtspleging niet onpartijdig te werk ging, wanneer er klagten tegen Portu-
gezen werden ingebragr. Dat bet verblijf der koninklijke familie in het land
het afschaffen van menig oud misin-uik ten gevolge had, — dat de handel vrij
werd, zich verbindteiiissen met. de overige wereld vormden, aan vreemdelingen
veroorloofd werd om er zich te vestigen — dit alles was niet in staat om eene
geheime, doch vastgcwortelde ontevredenheid over de regering te verhinderen,
die wel blijken gaf van het goed te meenen, doch de kunst niet verstond^ om
het den vrij moeijelijk te regeren Braziliaan in alle opzigten naar den zin te
maken. Het voorbeeld der voormalige Spaansche koloniën bleef niet zonder
gevolg, terwijl zich eene menigte vreemde gelukzoekers in het pas voor hen ge-
opende Brazilië drongen en er allerwege revolutionaire denkbeelden verbreidden.
Met de vrij gewordene bewoners der Plata-staten kwamen de Braziliaansche troe-
pen in aanraking, toen Jan VI Montc-Vidco bezette. Ken te Pernambuco in April