Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
WEST-lNDlë. Mi
sterkte hoofdstad is Bridyetown, die 15,000 inw. heeft, welke aauzienlijkeu han-
del drijven.
IG. Granada (8J v. m , niet 30,000 bew.), met de Granadtllen of Grenadincïiy
eene groep kleine eilanden, van welke de minste bewoond zijn, wegens gebrek
aan water. Zij liggen ren zuiden van St. Vincent. De hoofdst. van Granada heel
Georgetown, eu heelt 10,000 inw.
c. De eilanden onder den wind.
17. Tabago (6 v. m., met 13,.500 bew.), ten zuidoosten van Granada, met
de hoofdplaats Scarborough, die 2500 inw. telt.
18. Trinidad (81 v. ni., met 60,500 bew.), in de nabijheid van het vasteland
van Zuid-Amerika, het grootste der Kleine Antillen, is door de natuur mild be-
gunstigd, doch nog zeer weinig bebouwd, en heeft tot hoofdstad Spanish-iown,
met 16,000 inw. Andere havensteden zijn: S. Joseph d'Oruna met 2000, Chagor-
ramus met 1800 en Anna parima met 2200 inw. — De laatstgenoemde eilanden,
van 13 tot 18, behooren aan de Engelscheti.
19. Cura9ao (met de kleinere eilanden in de nabijheid 28 v. m.), mede in
de nabijheid van het vaste land van Zuid-Amerika, is eene bezitting der Neder-
landers. liet is bijna geheel eene rots; doch door deu vlijt der inwoners brengt
het velerlei producten voort, cn het was voorheen van veel belang voor den
sluikhandel met Spaausch-Amerika. Het heeft 20,000 bew., waaronder bijna 5fi00
slaven, die bijna alle de K. K. godsdienst belijden. De hoofdplaats heet Willem-^
stad. Tot Cura9ao behooren de kleine eilanden Aruba, met ruim 3.100 bew ,
waaronder 600 slaven, alle R. K., en Bonaire {Buon-Ayre), met ruim 2200 bew.,
waaronder bijna 1500 slaven, allen R. K. Op het laatste eiland wordt veel zout
gewonnen en naar de Vereenigde Staten van Noord-Amerika uitgevoerd. In het
oosten dezer groep heeft men het eilandje Aves of Vogel-eiland, met eenige klipjicn
in de nabijheid, die alle onbewoond zijn.
Een ander eilandje Aves ligt ten westen van Guadeloupe, op 16° n. breedte en
63'' 30' w. lengte van Greenwich. Dit laatste heeft eenige vermaardheid verkre-
gen wegens den guano of vogelmest, dien het bevat, en waardoor een twist is
ontstaan tusschen het gouvernement van Nederland en dat van Venezuela. "We-
gens zijne nabijheid van Guadeloupe en Dominica, gingen van tijd tot tijd kleine
vaartuigen daar heen, om meeuwen-eijeren te zoeken en mangelhout te kap-
pen Hierdoor was op gemelde eilanden zeer wel bekend, dat het guano be-
vatte; doch men dacht, dat het de kosten niet waard zou zijn om deze mest-
stoffen te halen en te vervoeren. In 1855 werd het ook door eenige Amerika-
nen bezocht. Deze zagen den guano, en maakten er grooten ophef van in de
Vereenigde Staten, zoo zelfs, dat zich eene maatschappij vormde, die voor
eene aanzienlijke som inschreef (men zegt voor twee millioen dollars), om dezen
guano op te graven en te vervoeren; doch om dit met zekerheid te kunnen doen,
verzochten zij de bescherming van hun gouvernement. Het schijnt dat dit gou-
vernement, het eiland Aves hoorende noemen, niet gedacht heeft aan het onbe-
duidende eilandje van dien naam nabij Guadeloupe, maar dat het in het oog
heeft gehad het meer bekende eilandje Aves, dat men meende aan Venezuela te
behooren; want het verwees de aanzoekers naar het gouvernemCDt van Vene-
zuela, tot het vragen van concessie, om den guano van daar te mogen vervoeren.
Zoodra dit gouvernement vernam, dat het eigendomsregt van dit edaudje het toe-
gekend werd, en dat het eene aanzienlijke laag guano l)evatte, besloot het voor
zichzelf deze ontdekking zich ten nutte te maken, cn zond er in December 1854 een
garnizoentje heen van 25 man, die de Noord-Amerikanen, welke er aan wal wilden
komen om eijeren te zoeken en hout te kappen, afweerden. Zoodra dit bekend
werd, vorderde het Nederlandsche gouvernement de erkenning door Venezuela
van zijne regten op dat eiland en de teruggave van zijn eigendom, op grond dat
het vroeger door eenige Nederlanders, die door eene schipbreuk daarop gewor-
pen waren, in bezit genomen was. Venezuela bestreed deze bewering, en bleef
(zegt El Diario de Avisos van Caraccas) het luatste aan het woord, doch bood
aan, de questie van eigendomsregt te onderwerpen aan de uitspraak van ar-
biters. Gedurende deze orKlerhandelingcn met den zaakgelastigde van Neder-
land, verschenen er voor la Guayra drie Nederlandsche schepen, om de vorde-
ringen van hun land te ondersteunen. Door tusschenkomst van den heer Bing-
ham, zaakgelastigde van Engeland, geautoriseerd door zijn gouvernement om
de zaak te bemiddelen, kwam men overeen, dat er eerst te Cura9ao onderhan-
delingen zouden geopend worden, betreffende deze zaak; en dat, in gevalle er
binnen drie maanden geen vereffening plaats vond, de onderhandelingen te Ca-
raccas of in den Haag moesten voortgezet worden. Later bevatte El Dïario
de Avisos het berigt, dut de heer Fort-ünato Cop.va va benoemd was tot gevolmag-