Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
rijpt, kan men de
delijker dan in Z
tuur langs de kus
X .....
Ui: ScliGolninssiai
EUROPA. 17
;rens van ooft en graanbouw aannemen. Veel noor-
eden ea fiMfató^tee^ TEitïlreene zachte tempera-
S^an WWffv^a'^u'';"waar peren b. v. nog op G2°,
kei-sen, pruimen, erw*«i»„eïuaelts.iarwe, tot aan 03" te vinden zijn.
De uiterste grens van tarwe kan^derhalve door de steden Drontheim
in Noorwegen, Gefle in Zweden, Abo in Finland en St. Petersburg
in Kusland worden aangeduid, ofschoon reeds een paar graden meer
zuidwaarts de eigenlijke korenbouw ophoudt.
Ten noorden daarvan wordt de productie hoe langer hoe kariger.
Men heeft wel nog rogge, haver en gerst aan de golf van Botnië,
en aan de kust van Noorwegen zelfs tot 68''; maar die is er toch
zeer schaarsch, en houdt eindelijk geheel op. Even zoo houden de
witte denne- en pijnboom aan den noordpoolcirkel op. In het uiter-
ste noorden eindelijk vindt men nog slechts mos, heidebessen en
varenkruid.
Van wilde of roofdieren heeft men in Europa den ijsbeer in het
noorden, voorts beeren, wolven, linksen of losschen en vossen door
bijna geheel Europa heen, meest echter in de bosschen van het oos-
telijk gedeelte. In het zuiden heeft men zelfs diersoorten uit de keer-
kringslanden, als hagedissen, wilde katten, slangen, en apen op de
rotsen van Gibraltar, zoo als boven reeds gezegd is. Van tam vee heeft
men alleen in het noorden het rendier; in Midden-Europa paarden,
runderen, schapen, varkens en geiten; in het zuiden ezels en muil-
ezels , en in het zuidoosten zelfs kameelen en buffels.
Edelgesteenten vindt men in het Oeralisch gebergte. Oostenrijk en
het koningrijk Saksen. Edele metalen heeft men in ruime mate in
zoo even genoemd gebergte en Oostenrijk. Koper vindt men het meest
in Groot-Brittanje, vervolgens in Frankrijk, Kusland, Pruissen,
Skandinavië, Oostenrijk en België, tin in Groot-Brittanje, zink in
Pruissen, steenkool voornamelijk in Groot-Brittanje en België; zwa-
vel in de beide Siciliën ; turf in de Nederlanden; bruinkool in Pruis-
sen; keukenzout in Kusland, Groot-Brittanje, Oostenrijk , Frankrijk
en de zuidelijke landen.
Het getal inwoners bedraagt ruim 275 millioen, die voorname-
lijk door oorsprong en taal van elkander verschillen. De oostelijke
helft van I^uropa wordt bewoond door den Slavischen stam: met den
Griekschen in het zuiden, den Tataarschen in het zuidoosten en den
Finnischen in het noorden; de westelijke helft heeft in het midden
en noorden den Germaanschen, in het zuiden den Eomanischea en op
den westelijken uithoek van het midden den KeUischen stam.
De heerschende godsdienst is de Christelijke, waartoe behoo-
ren de lioomsch-Katholieke (met de vereenigde Grieksche), de Grieksch-
Katholieke of niet-vereenigde Grieksche, ook wel Oostersche of regtzin-
inge geheeten , de Hervormde, de Lutliersche, de Evangelische (vereenigde
Gereformeerde en Luthersche) en de Anglikaansche of Engelsche kerk.
Voorts heeft men nog vele andere sekten [Kwakers, Unitarissen, Me-
thodisten, enz ). Twee millioen Joden belijden de Israëlitische en een
klein gedeelte der bewoners van Turkije de Mohammedaansche gods-
dienst. Onder de Samojeden vindt men nog Heidenen; ook bestaat
nog een zwervend volk. Heidens, dat vroeger door geheel Europa
verspreid was, en zich voornamelijk in bosschen ophoudt, doch ge-
lieel zonder godsdienst is.
Uit een staatkundig oogpunt beschouwd, laat Europa zich ver-