Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
330 AMkiïIKA.
'2. en 3. De gebieden Nebraska en Kansas. Deze landstreek
van 34,200 v. m. grenst ten noorden aan Britscli Noord-Amerika,
ten oosten van het gebied Minnesota en de staten lowa en Missouri,
ten zuiden aan het Indianen-gebied en Nieuw-Mejico, en ten wes-
ten aan het Rotsgebergte, dat het van de gebieden Utah en Oregon
scheidt; het heeft zijnen naam naar den noordarm van de Platte-
rivier, die bij de Sioux Nebraska heet. De Missouri, die hier zijnen
oorsprong heeft, stroomt de geheele oostgrens van het gebied langs,
en neemt de Yellowstone, de Platte of Nebraska en de Kansas op. Dit
gebied is over het geheel vlak land, bestaat grootendeels uit prairiën,
en heeft gedeeltelijk een vruchtbaren, gedeeltelijk een dorren grond.
Voorheen was dit land zeer rijk aan wild, dat echter aanmerkelijk
gedund is. Een merkwaardig dier is de zoogenaamde prairie-hond,
die veel overeenkomst heeft met de veldrot. Hij graaft zich onder-
aardsche woningen, waarin honderden en duizenden dezer dieren
als goede buren bij elkander leven.
Men heeft hier slechts eenige aan rivieren gelegene forten, als Fori Laramie,
vroeger Fort William, St. Vrains-fort, Benis-fort eu Fort Leaven-ioord.
4. Het Indianen-gebied beslaat 5600 v. m., en bevat deland-
streek , welke door de regering der Vereenigde Staten tot verblijf
is aangewezen van de Indiaansche stammen, die vroeger, ten oos-
ten van den Missisippi, in de staten Florida, Georgië, Alabama, Te-
nessee en Missisippi leefden, en in de vier laatste staten zooge-
naamde reservaat-gebieden bezaten. Voor de door hen afgestane lan-
derijen betaalde de bonds-regering hun een gedeelte der koopsom in
geld; van het andere gedeelte betaalt zij de interessen, die, volgens
verdrag, tot bepaalde doeleinden, b.v. voorscholen, besteed worden.
Het getal Indianen, die hier leven, schat men op 100,000, die voor
een gedeelte het Christendom hebben aangenomen en in beschaving
toenemen. De Tsjirokezen, wier getal 26,000 bedraagt, zijn de an-
dere Indianen in beschaving verre vooruit.
Talequah, de hoofdst. der Tsjirokezen, heeft eene kerk, een raadhuis, fraaije
winkels en twee opvoedings-gestichten.
5. Het gebied Nieuw-Mejico, in 1848 door Mejico aan de
Vereenigde Staten afgestaan, beslaat ruim 100,000 v. m,, en grenst
ten noorden van de gebieden Utah en Kansas, ten oosten aan
het Indianen-gebied en Tejas, ten zuiden aan ïejas en de republiek
Mejico, en ten westen aan Californië. De hoofdrivier is de Rio
grande del Norte of Rio Bravo, die in het Rotsgebergte ontspringt,
zuidwaarts loopt, en zich in de golf van Mejico ontlast, na in zijnen
benedenloop de grenzen tusschen Tejas en de republiek Mejico ge-
vormd te hebben. Belangrijke bijrivieren zijn de Pecos en de C'ü-
lorado del Occidente. Het oostelijk gedeelte des lands is een bergland,
en wel eene voortzetting van de Cordillera's; sommige bergen berei-
ken eene hoogte van 10,000 voet. Het vruchtbaarste gedeelte des
lands begint beneden de hoofdstad Santa-Fé, de rivier afwaarts; ook
bij andere rivieren heeft men vruchtbare plekken; over het geheel
echter is de grond weinig productief. De bergstreken zijn zeer rijk
aan goud, koper en ijzer, en onlangs heeft men ook rijke zilver-
mijnen ontdekt; desgelijks heeft men steenkolen en verscheidene
zoutmeren, die geheel Nieuw-Mejico van zout voorzien, Deze groote