Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16 RÜROPA.
waar zelfs geen hout wil voortkomen, en niets behoorlijk groeijen
wil dan rendiermos. Dit beslaat Europa's noordelijkste gedeelte.
De voortbrengselen van Europa wordendoor klimaat en grond
bepaald. Zij zijn in het zuiden van dit werelddeel het menigvul-
digste, en nemen naar het noorden toe allengskens af, tot zij aan
de Noordpoolzee bijna uitsterven. Eenige onvruchtbare dadelpalm-
boomen in het zuiden van Spanje, zoowel als de in het wild le-
vende apen op de rotsen van Gibraltar, herinneren aan de nabij-
heid van Afrika. Suikerriet, de cactus-soorten, aloë en Johannis-
brood kunnen derhalve daar groeijen, of zouden er niet zonder
hoop op goeden uitslag geplant kunnen worden. Eenige graden
hooger vindt men katoen en kurkhout in Spanje en Macedonië.
Oranjeappelen groeijen zelfs nog aan de Genuesche kust in de opene
lucht op 44doch aan de ^gesche zee slechts tot op 4P. Even
zoo olijven en zoete, vurige wijnen in de drie zuidelijke schierei-
landen en aan de Fransche kust van de Middellandsche zee.
De Pyreneën, Sevennen, Alpen, Dinarische bergen en de Balkan
vormen de grenzen van dit zuidelijk gewest, buiten welke zich de
eigenlijke zuidvruchten, de rijstbouw en de eeuwig groene eiken en
pijnboomen niet meer uitstrekken.
Intusschen heeft men zoete kastanjes, mais, wijn (doch niet meer
van de vorige zoete soorten), walnoten en den wilden olijfboom nog
in een groot gedeelte van Midden-Europa, hoewel minder in het
vlakke, vochtige westen van Frankrijk en in het zuiden van Rus-
land. Op Duitschen grond laat de wijnstok zich het meest noorde-
lijk verbreiden; want terwijl hij in Frankrijk niet boven Cham-
pagne groeit, wordt hij aan den Rijn tot de Aar (50J''), waar de
uitmuntende roode Aarbleekert wast, en zelfs aan de Boven-Elve,
ofschoon niet zoo gelukkig, tot aan Meissen verbouwd; in oostelijk
Europa echter slechts tot 48", in Hongarije ten zuiden der Karpa-
ten , en in Rusland nog bij Tsjoejoegev aan den Donets, en bij Sa-
repta aan de Beneden-Volga.
Men kan derhalve als grens van den wijnbouw eene lijn trekken
van de Beneden-Loire noord-oostwaarts tot aan de Marne en tot
aan den Rijn nabij Bonn, tot aan de Elbe nabij Meissen, aan de
Sudeten en Karpaten tot aan Moldavië, en op gelijke breedte tot
aan Sarepta.
Volgt men deze lijn op eene kaart van Europa, dan vindt men
dat zij midden door den gordel van ooft- en graanbouw loopt; want
even als deze zich over geheel Zuid-Europa uitstrekt, breidt zij
zich ook nog ver naar het noorden uit, over Brittanje, Noord-Frank-
rijk, de Nederlanden, Noord-Duitschland, Denemarken, Polen, Zuid-
Skandinavië en het grootste gedeelte van Rusland; rogge en haver
zelfs nog noordelijker. In dezen verder noordwaarts gelegen gordel
kan men echter het afnemen der productie goed bemerken. Nabij de
wijngrenzen vindt men nog walnoten, perziken, abrikozen, wijnstok-
ken in tuinen, en zoete kastanjes; weldra echter houden zij in het
vlakke land op; ook de appelen en peren, waarvan Nederland nog
overvloed heeft, verdwijnen bijna overal met 55' n. b. De beuk
houdt op in Zuid-Schotland en Zuid-Skandinavië, en eenige graden
verder de eik en de mogelijkheid van graanbouw. "Waar geen eik
meer groen wordt (in Rusland staan de noordelijkste eiken bij Pe-
tersburg , en in Groot-Brittanje even boven Edinburg) en geen koren