Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
EUEOPA. 15
pen met de Apennijnen, die door Italië en Sicilië loopen. Het gebergte
van Corsica en Sardinië kan men als een zuidelijken tak der Zee-
Alpen beschouwen.
Deze bergketen is merkwaardig, daar zij in het noorden van Pie-
mont zich in den Mont Blanc (7° W. L. 45|° N. B.)tot het hoogste
punt van Europa verheft, namelijk tot 14,800 voet boven de zee.
Op de grenzen van Italië en Zwitserland heeft men, behalve den
St. Golhard met een 6650 voet hoogen pas, nog den St. Bernhard,
hoog 10,000 met een 7668 voet hoogen pas; den Mont Rosa, hoog
14,222 voet; den Simplon, met eenen pas. De Mont Cenis heelt een
6144 voet hoogen pas, die de voornaamste gemeenschap tusschen
Frankrijk en Italië uitmaakt. Eindelijk is de Vesuvius, bij Napels,
de eenige vuurspuwende berg op het vaste land van Europa. De
Etna, op Sicilië, mede een vulkaan, is hoog 10,000 voet. Op Cor-
sica is de Monte rotondo ruim 8500 voet hoog.
Van den St. Gothard strekt de zelfde Alpenrug onder verschillen-
de benamingen zich verder oostwaarts uit, scheidt Italië van het
overige Europa af, en verbindt zich door de Julische Alpen met het
Adriatisch gebergte, dat bij den Tsjar dagh (den /Scardus der Ouden)
zich in twee takken verdeelt, het Grieksch gebergte, dat zich zuid-
waarts naar kaap Matapan, en den Balkan, die zich oostwaarts
naar de Zwarte zee wendt.
Nier ver van den St. Gothard loopt uit dezen rug een tak, de
Graauwbunder Alpen, noordoostwaarts ; en verder naar het oosten we-
der een tak, de Tyroler Alpen, die zich onder verschillende bena-
mingen tot nabij .Weenen verlengt, en waarvan het Karpatisch ge-
bergte eene voortzetting is. De Karpaten strekken zich verder oost-
waarts uit, langs de noordergrenzen van Hongarije, en westwaarts
verbinden zij zich met het gebergte, dat Boheme omvademt, en
vervolgens als het Fichtelgebergte en het Thuringer-woud zich noord-
westwa.'irts, en daarna als het Hartsgebergte zich naar het noorden
uitstrekt.
Het Adriatisch gebergte heeft eene hoogte van 6000 voet, het
Grieksche in het zuiden van 7000 voet, de Balkan van 3000 voet.
Van de Alpen heeft de Ortles-punt, in het noorden van Italië, eene
hoogte van 14,400 voet. Voor het overige zijn de Alpen van 9000
tot 11,000 voet hoog. De Karpaten verheffen zich in Hlq' Lomnitser-
spits tot 8100 en in den Budos van het Zevengebergte tot 9000 voet.
Van het Bohemer gebergte bereiken de Arderberg en de Alvater eene
hoogte van 4500, en de Reuzenkop van het Reuzengebergte enne
te van bijna 5000 voet.
Eindelijk heeft men nog het Oeralisch gebergte, dat Europa van Azië
scheidt, doch grootendeels tot laatstgenoemd werelddeel behoort.
Afgescheiden van de overige bergen, heeft men in Noorwegen en
Zweden het Skandinavisch gebergte, waarvan het noordergedeelte den
naam van Kjölen draagt. Deze meer dan 200 mijlen lange bergrij is
niet minder stout dan de Alpen.
De eilanden medegerekend, bedraagt de oppervlakte van Eu-
ropa 176,000 V. m.
Wat het klimaat aangaat, zoo kan dit werelddeel onderscheiden
in: 1°. het warme gedeelte, waar de citroenboom in de opene lucht
tiert, dat is tot aan iS" n. br.; 2". het matige gedeelte, waarin het
koren tot rijpheid komt, tot aan 65", n. br.; en .3", het koude gedeelte.