Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
310 AMkiïIKA.
velden-slechts tot ruim 80° voortdringen; ook Cook werd in 1778 uit de Bering-
straat, toen hij aau do noordelijke spits der westkust van Noord-Amerika geko-
men was, door ijsbergen tegengehouden. Deze en andere pogingen van Engel-
schen, Russen en Nederlanders bragten de helanghebbenden eindelijk tot de over-
tuiging, dat eene noordwestelijke doorvaart uit den Atlantischen in den Grooten
oceaan niet voorhanden was. Daarentegen hoopten aardrijkskundigen dat een zee-
weg om de noordkust van Noord-Amerika veel minder zwarigheid zou hebben, cn
de zee op eenigen afstand van het vaste land vrij van ijs zijn zou. De Britsche en later
ook de Russische regering erkenden het belangrijke van dit geographische vraag-
stuk, door welks oplossing welligt geheel nieuwe handelswegen zouden kunoeu
ontstaan. Eene parlements-acte verzekerde den eersten zeeman, die noordweste»
lijk in den Grooten Oceaan zou komen, 20,000 p. st. (ƒ 240,000}, welke uitloving
door andere prcmiën werd gevolgd. De eerste Britsche expeditie zeilde in 1818
af: aan het hoofd der schepen stonden do kapiteins Büchan en Ross. Zij ont-
dekten de Lancaster-sound eu de Cumberland-straat, en kwamen iu November
1818 in Engeland terug. Eene tweede expeditie in 18iy, onder bevel van deu
luitenant Pakuy, viel gelukkiger uit, daar hij door de nieuw ontdekte Barrow-
straat in de Poolzee kwam, en op het Melville-eiland overwinterde. Na verloop
van tien maanden (1 Aug. 1820) verliet hij zijn winterkwartier, en zeilde west-
waarts, tot hij door onbewegelijke ijsvelden werd tegengehoudeu; op 16 Aug.
keerde hij terug, en 29 Oct. liep hij de haven van Leiih binnen. De ontdekking,
dat de kust van het vaste land naar het westen voortliep en ijs alleen den voort-
gang in den Grooten Oceaan scheen te stuiten, noopte de regering eene derde
expeditie uit te rusten, eu het opperbevel aau dc kapiteins Lyon en Parry op te
dragen; in 1823 keerden zij terug, zonder veel uitgerigt le hebben. In dit ze fde
jaar vertrok kapitein Sabina, om proeven met den slinger te nemen, naar Spits-
bergen, drong door tot 81® n. br., en keerde in Dec. naar Engeland terug, na-
dat hij de theorie omtrent de gedaante der aarde bevestigd had gevonden. Sco-
resbt, een Groenlandsvaarder, onderzocht in 1822 de oostkust van Groenland
tot 83» n. br. Nog verder drong van 1829 tot 1831 en iu 1834 de Deensche ka-
pitein Graaii door. Te gelijk met Ross en Pakry ontving kapitein Franklin
last, om de noordwestelijke doorvaart, doch te land, te onderzoeken. Van de
op 30 Augustus bereikte factorij York, aan de Hudsons-baai, trok hij door ge-
noegzaam onbewoonde woestenijen tot aan Providence, den noordeiijksten post
der Hudsons-baai-compagnie, bereikte in den zomer van 1821 de Kopermijn-
rivier, begaf zich aan de kust der IJszee scheep, keerde van gebrek gedwongen
terug, en bereikte zeer uitgeput met slechts weinig scheepsvolk in Junij 1822
York. _ Eene nieuwe Poolreis rustte de Britsche regering in 1824 uit, onder de
kapiteins Pakry en Lyon, die in Mei Engeland verlieteu. Lyon was genood-
zaakt door zeeschade terug te keeren. Parry liep 27 September dc Prins-rcgent-
baai binnen, waar hij overwinterde, waarna hij op 20 Julij 1825 weder vertrok,
en in October van dat jaar in Engeland terugkeerde.
Ook Franklin ondernam in 1825 weder eene .landreis, die tot September
1828 duurde; om den zelfden tijd zond de admiraliteit kapitein Parry naar de
Noordpool, vanwaar bij in September 1827 in het zelfde uur met Franklin
bij de admiraliteit te Londen terugkwam. Kapitein Ross ondernam in 1829 op
eigen kosten en die zijner vrienden eene nieuwe expeditie, verliet Engeland aan
boord van de stoomboot Victory, welke voor driejaren geproviandeerd was, den
22sten Mei, bragt vier winters aan dc noordkust van Amerika door, waar hij tot
70" n. br. doordrong, ontdekte de magnetische noordpool, verloor zijn schip,
en keerde in booten terug, tot een naar llull bestemd vaartuig hem opnam, dat
2 October 1833 in Engeland binnenliep. Men had hem verloren geacht, en van
wege het koninklijk geographisch genootschap was kapitein Back afgezonden
om hem op te zoeken, die 17 Februarij )S33 Engeland verliet, en ofschoon hij
den terugkeer van kapitein Ross vernomen had, in 1834 en 1835 over Montreal
tot aan het Slavenmeer doordrong, de groote Visch-rivier tot aau haren mond
afzakte, en de ontdekkingen van Ross in Williams-land meer volledig maakte,
doch terugkeerde zonder de slechts 78 m. van daar gelesene kaap Turnagain te
kunnen bereiken. Ook zijn zijne tot onderzoek van de Frozen-straat in l83ö en
IS37 ondernomene zeereizen mislukt.
Meer gewin voor de kennis der poolkusten van Amerika leverden de drie lan-
dreizen op, welke Peter Wai{ren, Dease en Thomas Simpson op last der
Hudsons-baai-compagnie in 1837, 38 en 39 ondernamen. Zij ontdekten de kust
van de IJskaap tot aan den mond van de Castor-en-Pollux-rivier, het oostelijkste
in die streken bereikte punt, van welke uitgebreide landstreek voor Franklin's
eerste landreis slechts twee punten bekenU waren. Beide reizigers hadden aan
gene zijde van het genoemde punt opene zee gezien, cn hieruit opgemaakt dat
daar eene straat in de Prins-regcnt-invaart uitliep. Nu werd tegen do door Ross