Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
AMERIKA. 307
zee verbindt, en met de zitidelijke eilanden aan de Zuidelijke IJs-
zee; ten westen aan den Grooten oceaan of de Stille zee en aan
de lieringstraat; ten noorden aan de Noordelijke IJszee. De grootte
bedraagt nagenoeg 700,000 vierk. mijlen.
De grootste zeeboezems zijn aan de oostzijde de Baffinsbaai (of
liever de Bafjinszte, naardien het veeleer eene zee dan eene baai is),
de IJudsombaai en de Golf van Mejico; aan de westzijde de Purperzee
of Mare Vermejo, ook wel de Golf van Oalifornié geheeten.— Tie Be-
ringstraat, die Amerika van Azië scheidt, de Smith's-sound, Jones-
sound, de Barrow-ftreet, de Lancaster-sound, de Prins-regent-invaart,
hot Fox-lcanaal en de Iludson-straat, alle in het noorden, benevens de
Straat van Magellan in het zuiden, zijn de voornaamste zeeëngten.
Amerika heeft groote rivieren, als in Noord-Amerika: de Colum-
bia of Oregon, de Mackenzie, de St. Laurens-riuier en de Missisippi met
den Missouri; en in Zuid-Amerika de Amazonen-riuier oi Maranhon,
de Orinoco en de Rio de la Plata. Al deze rivieren ontlasten zich in
de zeeën, die Amerika aan de oostzijde omringen. Ook zijn er eene
menigte meren, vooral in Noord-Amerika, zoo als het Boven-meer,
het meer Michigan, het meer Hnron, het meer Erie en het meer On-
tario, die met elkander verbonden zijn, het Slaven-meer, het Winipeg-
meer en het meer Nicaragua. In Zuid-Amerika zijn de grootste meren
het Titicaca-meer en liet meer Maracaibo. Merkwaardig is ook de Golf-
slrnom, eene groote strooming van den Atlantischen Oceaan van het
zuiden naar het noorden, o[) eene lengte van vele honderd en eene
breedte van 45 tot 50 mijlen.
Amerika heeft zeer grooto en hooge gebergten, vooral in Zuid-
Amerika, waar aan de westzijde, op eenen geringen afstand van de
kust, de ontzaggelijke bergketen Cordilleras de los Andes zich uit-
strekt. Van dit gebergte zijn de hoogste toppen de Sorata (23,700),
de Illimani (23,000) en de Chimboraqo (20,000 voet hoog), waaruit
blijkt, dat deze, na de hoogste punten van het Himaleh-gebergte in
Azië, de hoogste bergen der aarde zijn. Vele dezer bergen zijn tevens
vulkanen. Dit zelfde gebergte breidt zich ook in Noord-Amerika
uit, vfaar het Rotsgebergte [liocky-Mountains) eene voortzetting er van
is, en zich in het westelijk gedeelte van Noord-Amerika tot aan de
IJszee uitstrekt. In het oosten van Zuid-Amerika heeft men het
Jlrazilische gebergte en het gebergte van Guyana, en in het oosten van
Noord-Amerika verheft zich het Allegany-gebergte, ook onder den
naam van de Apalachen bekend; doch deze gebergten zijn minder
hoog en woest dan de Cordilleras. Vele streken bestaan uit onme-
telijke bosschen of wijd uitgestrekte vlakten, welke men in Noord-
Amerika savannen oi' prairiën, en in Zuid-Amerika llanos of pam-
pas noemt, en die veel gelijkenis op heiden hebben. De noordelijkste
landen zijn treurige, eenzame, ongastvrije oorden; ook ontbreekt
het niet aan moerassige streken. Over het geheel echter is do
grond zeer vruchtbaar.
Ilet klimaat van Amerika onderscheidt zich over het algemeen
zeer van dat der Oude Wereld, bij plaatsen op gelijke breedte ge-
legen. Dit wordt veroorzaakt: door de uitgestrektheid van Amerika ,
van het noorden naar het zuiden, of de beide poolgewesten; door
de betrekkelijh geringe breedte van het vaste land, dat vooral tus-
schen de keerkriiagen allerlei zeeboezems vormt; door het openstaan
voor den oceaan, zoo ten oosten als ten westen; door de vlakte der
20*