Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14 RÜROPA.
of het meer Balaton. Het IJaarlemmer-meer, iu Nederland, is sedert
1850 drooggemaakt.
Van de talrijke kapen zijn de volgende de voornaamste: Aan de
Noordpoolzee, ten noorden van Lapland, de Noordhaap en de Noord-
kyn. Aan de Atlantische zee en hare onderdeelen kaap Lindenas, ten
zuiden van Noorwegen; kaap Skagen, ten noorden van Denemarken;
ten noordwesten van Schotland kaap Wrath; ten zuiden van Ierland
kaap Mizen en kaap Clear; ten zuidwesten van Engeland kaap Lands-
end en kaap Lezard; ten noorden van Frankrijk, kaap la Hogue; ten
westen van dit rijk, kaap Raz; ten noorden van Spanje, kaap Or-
tegal, kaap Finisterre ; ten westen van Portugal, kaap Cavoeira, k.
la Roca, k. Epicliel en k. St. Vincent. Aan de Middellandsche zee,
ten zuiden van Spanje, k. Tarifa; ten o. van Spanje, k. de Gata,
h. de Palos, k. la Nao en k. Creus; ten n. van Corsica, k. Corso;
ten n. van Sicilië, k. Faro: ten z. er van, k. Passaro, en ten westen
k. Boeo; ten zuid-westen van het vasteJand van Italië, k. Sparti-
vento, ten zuid-oosten er van k. Leuca; ten zuiden van Griekenland,
k. Matapan; ten oosten van Europisch Turkije, in den Archipel,
k. Athos', en eindelijk mede ten o. van dit land, doch in de Zwarte
zee, k. Emineh en k. Kalagria.
De bodem van dit werelddeel bestaat voor | uit vlak land en
voor i uit bergland. Het noordoostelijk gedeelte vormt eene aaneen-
geschakelde vlakte, die zich over bijna geheel Rusland uitstrekt, en
verder zich langs de Oostzee over Pruissen, Noord-Duitschland, de
Nederlanden, tot aan de Beneden-Seine verlengt. Voorts is het wes-
ten en zuiden van Europa bergachtig, met uitzondering van de
Lombardijsche en Hongaarsche vlakten. De Alpen zijn het hoofdge-
bergte van Europa, en maken Zwitserland tot het hoogst gelegen
rijk. Den St. Gothardberg O. L. en N. B.) kan men als
het middelpunt beschouwen. Van hier loopen de Berner Alpen west-
waarts (door Zwitserland) tot aan het Jara-gebergte (op de grenzen
van Frankrijk), dat noordelijk loopt, en waarvan het Schwarzwakl
(in Baden en Wurtemberg), dat zijne takken tot in Westfalen uit-
breidt, eene voortzetting is. Op den linker Rijnoever (in Frankrijk)
heeft men de Vogesen, die in het noorflen zich als de Haardt en de
Hondsrug verlengen. Ten westen van de Berner Alpen heeft men de
Sevennes (in Frankrijk), die ten noorden zich in het Ardenner-wotid
verliezen, maar westelijk naar het Kanaal eenen tak zenden, waar-
van het Britsch gebergte eene voortzetting is , en in het zuiden zich
aan de Pijreneên sluiten , die de grensscheiding van Spanje vormen
en takken door het schiereiland verspreiden.
Van deze bergketenen zijn de Berner Alpen het hoogst; zij ver-
heffen zich in den Finster Aarhorn tot 13,334 voet, en in de Jung-
jrau tot 12,872 voet boven de zee. Van de Jura bereikt de Reculet
eene hoogte van 5280 voet; de Feldberg van het Schwarzwald is hoog
4610, de Grand Vertrou der Vogesen 4500 voet. P^en tak der Seven-
nes bereikt in den Itlrnit d'or G288 voet. Van de Pyrene'én is de Ma-
ledetta in Spanje 10,720 voet (de Mont perda in Frankrijk is 240
voet lager). De Cmnbre de Mulhace van de Siërra Nevada in Spanje
is 11,100 voet hoog.
Een tweede tak der Alpen loopt van den St. Gothard in eene zuid-
westelijke rigting langs de grenzen van Italië tot aan die van Frank-
rijk, wend; zich daar zuidwaarts, en verbindt zich door de Zee-Al-