Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
300 AFUIKA.
1838 cn 1840 tic tocnmalltre gouvovneur G. Napier met dc stamhoofden der Kaffers
vrede te i^luiten; doch onder het bestuur van Maih.and, die Nai'IER in 1844 op-
volgde, borst de oorlog uit. In het begin van 1847 trad Henuy Pottinorr in
Maitlanü's plaats, terwijl GooRf^u Bkrkkley opperbevelhebber van hei Britsche
leger werd. Beide wilden de Kaffers met meer ernst bestrijden; doch hunne po-
gingen hadden alleen ten gevolge , dat in November 1847 het stamhoofd Pato den
ioloncl Somerset in handen viel. Harry Smith, die Pottinger nog in dar jaar
opvolgde, wist het weldra zoo ver te brengen, dat de stamhoofden der Kaffers in
eene vergadering ojï 7 Januarij 1848 den vrede en hunne onderwerping bezwoeren,
waartegen &ij als ccne soort van Britsche ambtenaren aan het hoofd hunner
stammen zouden blijven. Tevens verklaarde en organiseerde Smitii het land der
onderworpenen als Britsch Kafraria, en verbond dit gebied met de kolonie. De
inwendige rust der kolonie, die door den oorlog zoo dikwijls in gevaar was ge-
bragt, werd spoedig weder bedreigd , toen de Britsche regering het plan opvatte
om ook aan de Kaap de in het moederland tot straf veroordeelde misdadigers over
te zenden. Het misnoegen der Kaap-bevolking openbaarde zich zoo dreigend,
dat het Britsche ministerie zich genoodzaakt zag in Februarij 1850 het besluit
formeel te herroepen. Naauuelijks was deze storm bedaard, of in October van
dat jaar begonnen andermaols de invallen der Kaffers. Ofschoon de gouverneur
Smith alles in het werk stelde om het nieuwe gevaar in den kiem te verstikken ,
ontwikkelde zich echter de strijd ontzaggelijker dan ooit, en iu weerwil van
groote opoff'eringen was het nog tegen het einde van 1851 niet gelukt de kolo*
nie tegen de verAvoestingen van den vijand tc beschermen.
Intusschen waren er zoogenaamde Boeren reeds in 1847 ten noorden van den
Oranje-rivier getrokken, welk gebied echtcr door het Britsch bewind op 3 Febru-
arij 1848 als eigendom van te kroon verklaard werd. De Boeren gaven van
hunnen kant in volksvergaderingen eenparig te kennen, dat zij ook liever deze
vreedzaam^ en wettig verworven landstreek wilden verlaten, indien het hun niet
gelukte die tegen Britsche magt te verdedigen. Menigmaal greep men de wa-
penen aan , en verzamelde zich in het hoofdkwartier te "Winburg. Terwijl hun
hoofdaanvoerder A. W. J. Pretoimus op 17 Junij 1848 zonder slaj; of stoot
Bloemfontein bezette, waar reeds eene Britsche bezetting lag, en verlof ontving
om de Oranje-rivier over te trekken, was aan gene zijde Harky Ö.'^iith met zijne
troepen reeds aangekomen; hij stak, tegen verwachting van Pretorids, op 22 Aug.
den stroom over, en viel 29 Aug. de Boeren bij Boomplaats in eene voordeelige
stelling aan. Na den dappersten tegenweer, waaraan zelfs Smith zijnen lof niet
kon weigeren, moeiten de Boeren wijken, doch deden dit, zonder vervolgd te
worden, in do beste orde. Phetüriüs stak met het groot&te gedeelte der zijnen
de Vaal-rivier over, en stichtte ten noorden daarvan een nieuwen vrijstaat, onder
den naam van Transvaalsche republiek. Omstreeks 1200 meestal Britsch gezinde
Boeren bleven achter, terwijl Smitii, die een aanzienlijken prijs op het hoofd van
Pretoriüs gezet had, zich vergenoegde met het Oranje-rivier-gebied bezet te
houden.
Dit schijnt echter slechts een voorloopige maatregel geweest te zijn. De vrees
van het gouvernement aan de Kaap, gedurende den Katfer-oorlog van 1847 tot
1849, dat de Boereu met deze gemcene zaak konden maken, werd beschaamd
door de achting gebiedende houding van Pretobiüs, die den Kaffers liet weten,
dat hij met al de de zijnen hen overvallen zou, indien zij het durfden wagen om
Natal. waar nog vele Boeren leefden, te verontrusten; hij beschermde hierdoor
deze kolonie op eenen tijd. dat de Kaap-regering haar uit gebrek aan troepen
bijna geheel aan zichzelve overgelaten had. De laatste Kaffer-oorlog in 1851
heeft waarschijnlijk het Britsch bestuur in het voorjaar van 1853 het besluit doen
nemen om de souvereiniteit aan dc Oranje-rivier te laten varen. In September
van het zelfde jaar kwam Sir G. Ci.eric te Bloemfontein, om met de Boeren over
de onafhankelijkheids-verklaring te onderhandelen, eu den 23sien Februarij 1854
werd het verdrag gesloten, waarbij de bewoners van het gewest aan de Oranje-
rivier ophielden onderdanen van Hare Britsche Majesteit tc zijn en als vrije cn
onafhankelijke ingezetenen van den Oranje-vrijstaat erkend werden. Men kwam
hijeen, om eene nieuwe grondwet te vervaardigen, die reeds op 10 Aprd 1854 on-
derteekend en door het Britsche gouvernement erkend werd. Zoo ontstond ne-
vens de reeds vroeger georganiseerde Transvaalsche republiek een broederstaat,
die, bij de gelijkheid der belangen, welligt eenmaal daarmede tot ce'nen staat zal
zamensmeltcn.
Het Kaapland of de Kaapkolonie.
Dit strekt zich uit van Afrika's zuidkust, ten n. w. tot aan den
mond der Oranje-rivier (vroeger tot aan de Koesi- of Zandrivier),