Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZUID-AFKIKA. 209
KIJIU.Ar RIHA.
Uieronder bevatten wij;
Het den Britten toebehoorende Kaapland, beslaande 6800 v. m.
De Britsche kolonie Natal......... 846
De Oranje-vrijstaat.......... 3200
De Tranvaalsche republiek..............2360
Vrij Kaffraria..........................1290
Derhalve te zaraen 14,496 v. ra.
De Kaap de Goede Hoop werd in 1486 ontdekt door den Portugees Bartolo-
meo Diaz, eu door een anderen Portugees, Vasco de Gama, in 1497 het eerst
omzeild. De Portugezen sloegen eehter geen acht op het belangrijke van deze
ontdekking, daar hun voornaam oogmerk op Oost-Indië gerigt was. Eerst later
werd het belangrijke van een veilig station daar ter plaatse voor de Oost-Iudie-
vaarders besef:, en toen de Nederlandsche scheeps-chururgijn van Kibeek vau
dc Hottentotten voor eeuig lijnwaad een stuk lands aan de Kaap gekocht had,
volgde de Hollandsch Oost*lndische compagnie zijn voorbeeld, eu kocht eene
aanzienlijke streek zuidkust voor de som van 15,000 gulden, die zij met allerlei
waren betaalde. Zoo ontstond in 1652 de kolonie Kaapland, die weldra in be-
langrijkheid en welvaart toenam. De ligging zoo wel als het klimaat begunstig-
den de nieuwe kolonie, in weerwil der oorlogen, waarin men dikwijls met Kaf^
fers, Hottentotten en Boschjesmannen gewikkeld was. Granen, oogsten zuid-
vruchten gedijden naar wensch. In weerwil van het belangrijke dezer bezitting,
dacht de Nederlandsche regering er echter niet aan om aan de iugeslopene en
zich meer,en meer uitbreidende misbruiken paal en perk te stellen, en voor ver-
betering van den staatkundigen toestand der kolonie te zorgen. Reeds tijdens den
Noord-Amerikaanschen vrijheidsoorlog beproefden de Engelschen eenen aanval op
de Kaapstad, d e door de Nederlanders na de Inbezitneming gesticht en van
vestingwerken voorzien was, doch vruchteloos. Daarentegen gelukte het hun
gedurende de Eransche omwenteling in 1795 zich in het bezit van de Kaap to
stellen en deze kolonie te behouden lot aan de vrede van Amiens, toen de Ne-
derlanders haar terug kregen. Maar reeds in 1806 verloren de laatsten haar op
nieuw aan de Engelschen, en bij den vrede van 1815 ttondeu de Nederlanders
het land formeel aan Groot-Briitannië af. De Britsche regering week ten op-
zigte van het bestuur weldra geheel af van dat der Nederlanders. Zij begun-
stigde de kolonisatie van kleine streken lands, beperkte de onmatige en derhalve
over 't geheel schadelijke jagtregten der Hollandsche Boeren (landeigenaars
van Hollandschen oorsprong), die zich er het eerst hadden gevestigd, en be-
paalde door het aanleggen van behoorlijke erfregisters den grondeigendom vol-
gens de Britsche koloniale regten. Onder lord Somerset was echter het bestuur
zoo slecht, dat deze het raadzaam achtte, voor het tot onderzoek kwam, in 1827
zijne betrekking neder te leggen, waarin hij door lord Cole werd opgevolgd.
Onder dezen werden in 1829 de Hottentotten en vrije kleurlingen, binnen het ge-
bied van het Kaapland, op gelijken voet met de overige bewoners gesteld. De
in 1834 en 1835 nutteloos gevoerde oorlog metn de Katfers werd, tegen het ein-
de van het laatste jaar, inzonderheid door den kapitein Stockenstrom tot een
voor de veiligheid der kolonisten weinig gunstig einde gebragt. Dit zoo wel
als het opheffen van den slavenhandel verwekte bij de Boeren groote ontevreden-
heid, die nog toenam, ja tot verbittering tegen de Britsche regering opklom,
toen in 1837 de vrijmaking der Hottentotten en in 1839 die der Negers ten uit-
voer gebragt zou worden. Bijna algemeen verzette men zich daartegen. Om-
streeks 5000 Boeren verkochten allengs hun land, en trokken bij groote gedeelten
noordwaarts, waarna zij zich gedeeltelijk aan gene zijde van de Oranje-rivier,
gedeeltelijk aan de Kersmis-kust in het gebied van den Zoeloe-vorst Dingaan ves-
tigden, waardoor de kolonie Natal omstond. Ofschoon deze landverhuizers bij
voortduring met Kaffers te strijden hadden, weigerden zij echter hardnekkig naar
het Britsche gebied terug te keeren, ja verklaarden zich zelfs van de Britsche heer-
schappij onafhankelijk, en smeekten den koning der Nederlanden om bescherming.
De Britsche regering wendde hierop, eigenlijk zonder bejiaalde reden, magt van
wapenen aan, en onderwierp de uitgewekenen aan de Oranje-rivier, terwijl zij Na-
tal als bijzondere kolonie in bezit nam.
Gedurende dit geharrewar hadden ook de Kaffers niet opgehouden zich tegenover
de Kaap kolonie door invallen en rooverijcn vijandig te tooncn. Wel beproefde in