Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BINNENLANDEN. 297
»E BimmreivTiAMUEiv.
Hieronder verstaat men het gedeelte van Afrika, dat gewoonlijk
Ethiopië wordt genoemd, en ten zuiden van Nigritië en Abessinië,
tusschen Guinea, de Oostkustlanden en Zuid-Afrika ligt. Het is een
land, dat eene aanmerkelijke uitgestrektheid heeft en nog zeer on-
bekend is. In het noorden heeft men het Maaagebergte/inlxat oosten
het gebergte Lupata; en in het midden zou, volgens den Franschen
reiziger i/ürville, een gebergte zijn, Zambi geheeten, waarvan de
hoogste top ruim 14,000 voet bereikt. Een groot meer behoort hier-
toe, doch is nog weinig bekend. De bewoners der oostkust noemen
het 7Awa. d. i. versch-watermeer; die der zuidoostkust Njassi^ die
der Avestkust Njanja, d. i. grensmeer. Bij reizigers komt het voor
onder den naam van Marawi, Kuffoa, enz. De reizigers Barth,
OvEUWEG en Vogel hebben in den jongsten tijd deze streek onder-
zocht.
De grond is eene hoogvlakte, gedeeltelijk onder eene gematigde
hemelstreek gelegen, en op vele plaatsen van gebergten doorsneden.
De bewoners worden gewoonlijk in 3 hoofdvolken verdeeld, de Gal-
ias, de Bzjaggas en de Kaffers, waarbij men nog de Bietsjoeanneu of
Bosch)esuiaunen en de Hottentotten kan voegen.
I. Landen der Galla's.
Zij bewonen het noord-oosten van het binnenland van Zuid-Afrika. gedeeltelijk
ten zuiden vau Abessinie (aan welk land zij ook provincii^n ontrukt hebben), en
ten westen van de kustlanden Adel en Adzjan. Zij zijn nomaden en leven van
roof en plundering.
II. Landen der Dzjagga's.
Zij wonen ten zuiden van de Galla*s, en zouden misschien beter tot de bewo-
ners der oostkustlanden dan tot die der binnenlanden gebragt kunnen worden.
Tot de voornaamste volkstammen onder hen behooren: de wegens
hunne roofgierigheid berucht; de Movizas, meer vreedzaam en bedrijvig;; de Va-
zembes, onder eenen vorst, die eenen prächtigen hofstaat en een geoefend leger
onderhoudt; de Cassanges, waar de Portugezen eene factorij hebben.
III. Landen der Kaffers,
Deze zijn van eene aanmerkelijke uitgestrektheid, beslaande gedeeltelijk de
oostkust vau do Lagoa of Heilige-gecst-rivicr tot aan de Kaapkolonie, gedeelte-
lijk eeu binnenland, waar zij ten zuiden en weaten aan Hottentotsche stammen
grenzen. Hoe ver zij zich in het noorden uitstrekken, is niet te bepalen. De
Kaffers zijn groot, sterk en welgemaakt, cn vinden hun onderhoud in landbouw
en veeteelt, Ieder stam staat onder een eigen onafhankelijk opperhoofd. Aan de
oostkust, ten noorden en zuiden van Natal, wonen, onder anderen, die Kaffer-
stammen, welke Ma/cosaen, Mathimbas, Mambukkis, Zolas [Hollontonten) en Ama-
kosas of Kusas heeten, van welke de laatste aan de Kaapkolonie raken. Onder de
meer in het binnenland wonende Kaffers zijn de bekendste de Maatchapings of
Briquas, met de stad Lettakoe, die velerlei voorwerpen van ijzer cn koper vervaar-
digen. Noordelijk van deze laatsten heeft men dc Tammahas oï roode Kaffers,
en nog meer noordwaarts de Barrolougs, tot welke mede behooren de Mashoivs,
met do hoofdstad Mashow, en de Marotzees, die zeer beschaafd zijn, en wier
hoofdstad, Kurreechane, 16,000 inw. bevat; ook hebben de Engelschen er eeno zen-
delings-inrigting.
IV. Landen der Hottentotten en Boschj osmannen.
De Hottentotten, name'ijk de vrije, {die, welke in de Kaapkolonie wonen ,
leven in dienstbaarheid bij de kolonisten) wonen gedeeltelijk op dc zuidwestku><