Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
SENEGAMBJC. 293
smidswerk. Vele Exiropïsche natiën drijven hier handel, ook in
slaven.
Dit land is in vele kleine staten verdeeld, en op de kusten hebben
de Europeanen eenige bezittingen, Biunenlandsche staten zijn;
1. De landen der Foeliers of Poelen (het zelfde volk, dat in Nïprritic den
naam van Fellata's draagt), aan weerszijden van de Senetral. Goemel, aan eenen
urm van den Senegal, is de residentie, an Morphiel Bilbas z\)x\ eilanden in deze
rivier, Dc hiertoe belioorende staat F o e t atoro is een der grootste rijken in
deze landen, en heeft Sed^ met 6000 inw. tot hoofdstad. Andere staten zijn : Kas-
son, aan den Senegal, wel bevolkt en wel bebouwd, tuet de hoofdstad Komiii"
kari; Loedamar, een zandig land, met de hoofdstad Benaoem; Kaarta, met
de hoofdstad Kemmoe; Foeladoe en Foeta d'Ialon, heide bergachtige lan-
den aan den Senegal; 'steden van den laatsten staat zijn Timbo met 9000 en Labi
met 5000 inw. Het land 1 ranke wordt mede van hooge gebergten doorsneden.
2. Ilet land der Dzjalofen, tusschen den Senegal en den Gambia. Hierin
heeft men het landschap 11 o val of Wahlo, met het eiland Bifexje Q.n vele Fran-
sche koloniën voor akkerbouw. Ilikarkor of Wargor is de residentie des keizers
van Dzjalof. Gvjis is de hoofdstad van den staat Kajor, Giakan de hoofdplaats
van het landschap Sin.
3. Het rijk (Jalam of Kajaaga, welks bew. onder ecn koning staan, die nit
de regenten der kleine gewesten, waaruit dat land Ijcstaat, gekozen wordt. Do
Franschen hebben hier de kantoren St. Charles en Bakel of Baquelle.
4. De landen der Mandingoërs, aan den Gambia en den Falehme, met dc
volgende staten: a. Bamboek, dat van het goudrijke gebergte Taba-oera door-
trokken wordt; b. Salaba; c. Konkoedoe; d. Bon doe, met de hoofdstad
Boelibani; e. Dentilia;/! Manding, met de stad Kamalia; g. S a 1 o e m, langs
de kustrivier van gelijken naam, 900 v. m. groot, met 300,000 bew. en de hoofdst.
Cahone; h. Barra, ten westen van Salocm, met 200,000 bew. en de hoofdst.
Albreda, aan den Gambia, die 7000 inw. telt, en waar de Franschen een handels-
kantoor hebben; i. Jani, met het dorp Ptsania, aan den Gambia, als hoofd-
plaats;/ het rijk der Woeli, met de steden Medina en Barraconda, ieder met
2000 inw,
5. De aan den Boven-Dzjoliba en zijne bijrivieren gelegene landen, als: a.
Koeranko met de hoofdstad Kolakonka; h. Kissi, een bergland van ontelbare^
beken doorsneden, en waar de Dzjoliba zijnen oorsprong neemt; aSoelimana,
met de hoofdst. Falaba, die GOOO inw. telt; d. Baleya, een vruchtbaar land,
waardoor de Dzjoliba stroomt; e. Amana, met hetdorp Koeroesa, waar Caillik
het eerst den Dzjoliba ontdekte, die hier 900 voet breed is; f. Boerch, een
zeer goudrijk gewest; g Kankan, raet eene stad van gelijken naam, die 6000
inw. telt; h. Sangoran; i. Wassoela, een vruchtbaar land, dat door Ilindoe's
bewoond wordt, met het dorp Sïgala tot hoofdplaats: en k. Toron, door ne-
gers bewoond, die Heidenen, do^li uitnemende akkerlieden zijn.
6. De Bissagos-eilanden, nabij den mond van den Rio grande, zijn zeer
vruchtbaar en 16 in getal; dc bew. zijn zeer ruw en krijgszuchtig. Formosa cn
Kazegoet zijn de voornaamste.
Europische bezittingen.
1. De Britten hebben factorijen aan de gomrijke kust van Portandiek , en het
eiland James, met een fort van gelijken naam, in den Gambia. Op het eiland
St. Mary, aan den mond van den Gambia, hebben de Britten de versterkte stad
aangelegd; zij telt 2000 inw., en is de belangrijkste handelplaats aan
den Gambia.
2. De Franschen hebben het kleine eiland St. Louis, aan den mond van den
Senegal, met eene versterkte stad van gelijken naam, waar de gouverneur zijne
residentiè heeft; de bevolking met de nabij gelegene eilantlen Babaghé, Safal en
Geber bedraagt 11,000 bew. Voorts het eiland Goeree, door de inboorlingen Bir
genoemd, aan de zuidzijde van Kaap Verd, met eeue versterkte stad, die * van
het eiland be-ilaat en 8000 inw. telt.
3. De Portugezen hebben het stadje Cachao, aan den mond van den St. Do-
mingo met 500 inw.; voorts het eiland Bissao, en eenige etablissementen tusschen
de rivieren St. Domingo en Nunez, waaronder Geba, aan de rivier van gelijken
naam.