Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
290 AFfllKA.
meer, waarin zicli do Bahr-eUGazal ontlast. Van de plaats af, waar
de Sohad, een der grootste takken van den Witten Nijl, onder
n. br. zich in dezen uitstort, verandert het karakter des lands,
en moerassige vlakten breiden zich bijna 7° n. br. uit. De Noer- en
Kijh-Negers bewonen deze treurige oeverstreken; nog zuidelijker wo-
nen de Ileljab; dan volgen de Zier-Negers en het land der Barras, het
laatste land, dat de expeditiën op hunne Nijlvaart bereikten.
BV. vtbessinië of Habesj.
Het grenst ten oosten aan de Arabische golf, ten zuiden en
westen aan de landen der Gallas, en ten noorden aan' Nubië, met
welk land het in grootte overeenkomt.
Hier ontspringt de Bakr-el-Azrak (Blaauwe rivier), de oostelijke
hoofdbron van den Nijl. Ook heeft men hier nog de Takazze of
Athara en de Dender. Het merkwaardigste meer is dat van Demhea
of Tzana, waardoor de Nijl stroomt.
Een hoog gebergte, de Abessinische Alpen, wier toppen gedeeltelijk
met sneeuw bedekt zijn, neemt een groot deel van Abessinië in, en
maakt het tot een hoogland, waarvan het klimaat gezond en alleen
in de laj^e streken zeer heet is.
De producten zijn als van Kgypte en Nubië:
De gewone taal des lands is de Amharische. De bewoners zijn
deels Christenen, deels Mohammedanen, Joden en Heidenen. De in-
dustrie en handel zijn van geen het minste belang. Aan het
hoofd der regering stond vroeger groote A^e^ru^, die thans alle magt
verloren heeft. De Gallas hebben groote provinciën van het land
afgescheurd, dat tot den uitersten graad van regeringloosheid ver-
vallen is, en er bestaan onderscheidene onafhankelijke staten.
De afdeelingen van Habessinië zijn de volgende:
I. Het koningrijk Tigareh, dat 4000 v. m. beslaat en eirca een millioen bew.
telt. De daartoe behoorende provinciën zijn: 1. Het eigenlijke Tigareh, waarin
Axum, aangenaam gelegen stad in een vlakte; in de nabijheid heeft men eene 60
voet hooge obelisk, uit een enkel granietblok. Adoua, hoofdstad op een heu-
vel aan dc rivier Assam, hoeft S.'ïOO inw. en is de hoofdmarkt aan de oostzijde
van de Takazze. Er worden vele grove en fijne katoenen goederen vervaardigd.
2. Het landschap Agame, een rijk en vruchtbaar land, met de hoofdstad ♦.V/e-
nata oï Adrigat. 3. l)e provincie Enderta, waartoe een menigte kleine landjes
behooren, met de hoofdstad Antalo. 4. Woidzjerad, eene lange en wilde land-
streek ten zuiden van Enderta, met groote |bot.schen bedekt, waarin men vele
leeuwen, olifanten, rinocerov^sen en andere wilde dieren vindt. 5. Wofila, een
klein gebied, dat aan het meer Asjangie grenst, waar de Galla'szieh met dc oude
bewoners vermengd hebben en velen van ïien het Christendom beleiden. 6. liet
landschap Lasta, dat uit ruwe en bijna ontoegankelijke bergen bestaat, met de
hoofdplaats Sokota. 7. De bergdistricten 15 ora en öaloa. 8. Het landschap
Avergale. Het hoog gelegen landschap Sanum, met de stad Segonet. Voorts
10, 11 en 12 de landschappen Tem ben, Sjireh, Waldouba, Walkaiten
Hamacen, het laatste met de stad Dixan.
II. Het landschap A mhara, waartoe de landschappen Be8jemb er, Menna,
Bclessen, Foggora, Dembea, Sjerkin, Kuara, Tsjelga, Maidzja,
Godzjam en Damot behooren. In het landschap Dembea is Goiida de resi-
dentie van den thans onmagtigen Negus. De inwoners, wier getal 15,000 bedraagt,
drijven nog aanzienlijken handel. In^Besjember ligt de stad Devra-'Taboer, en in
Damot liggen Bima en den Dembetsja.
III. Het zuidelijk gedeelte van Abessinië, dat door de Galla's geheel van de