Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1>E NIJLSTREEK. 285
D£ 2VIJriiSTREICH.
Hiertoe kan men de landen rekenen, die door den Nijl met zijne
zijtakken bevoclitigd -worden, namelijk Egypte, Nubië, Habes o^ Abes-
sinië, en de landen van den Bahr-el-Abiad of JFitle rivier. Deze streek
grenst alzoo ten noorden aan de Middellandsche zee, ten oosten aan
dc landengte van Suez, do golf van Arabië ofKoodezee en de straat
van Bab-el-Mandeb, ten zuiden aan weinig bekende binnenlanden,
en ten westen van Soedan of Nigritië, de »Sahara en Barbarije.
ï. Kg^ypte.
Het grenst ten oosten aan Arabië, waarmede het door de land-
engte van Suez verbonden is, en aan de Arabische golf; ten zuiden
aan Nubie, ten westen aan de woestijnen Sahara en Barka, en ten
noorden aan de Middellandsche zee. De oppervlakte beslaat 8800
vierk. mijlen, waarvan het bebouwde gedeelte echter slechts 765 v.
m. bevat.
Het land heeft slechts eene enkele rivier, de Nijl, die waarschijn-
lijk de grootste stroom van geheel Afrika is. Hij komt uit Nubië,
waar hij door de vereeniging van den zoogenoemden hlaauwen met den
ii'iittïi Nijl gevormd wordt, waarvan de eerste in het gebergte vau
Abessinie ontspringt; vervolgens doorloopt hij Egypte, in welk land
hij een dal van 2a3 mijlen breed doorstroomt, en ontlast zich met
2 armen in de Middellandsche zee. waarvan de oostelijke bij Da-
miette en de westelijke bij Kosette zijnen mond heeft. Beide uitstroo-
mingen vormen met de zeekust de vruclitbare, moerassige Delta, (*)
De Nijl draagt door hare jaarlijksche overstroomingen veel tot vrucht>-
baarheid van Egypte bij. Merkwaardig is het in 1820 voltooide ka-
naal Mahmoedi, dat 12 m. lang en 90 v. breed is; het loopt van den
Nijl, tegenover de stad Fua, naar Alexandrië. Onder de meren
komen in aanmerking het meer Karoen, het meer Moeris en het
vischrijke meer Menzaleh.
Het grootste gedeelte van den grond bestaat uit onvruchtbaar
zand; alleen de grond van het Nijldal en de Delta zijn voor den
landbouw geschikt. Aan de oost- en westzijde des lands verhef-
fen zich eenige bergketenen, die den naam van Arabische en Libij-
sche gebergten dragen, en gedeeltelijk uit ruwe rotsmassa's bestaan.
Het klimaat is warm, on in sommige streken zeer heet; de lucht
is droog en met zoutdeelen bezwangerd. Tot de onaangenaamheden
des lands behooren veelvuldig voorkomende blindheid, de doodelijko
wind samoem en do chamzieneen schadelijke, drooge, heete zuiden-
wind.
(*) De Grieksche d draant flezen naam. en men loert op scholen, dat de Nijl-
dclta naar den vorm dier Grickscho letter (A) dus genoemd is. Wij twijfelen ech-
ter aan dc juistheid dezer verklaring. De benamingen van het Grieksche alpha-
bet (alphaf beta, gamma, delta enz.) ziju blijkbaar gevolgd naar die van het Ile-
brecuwsche {alepn, beth, gimel, daleth, enz.). Daar nu daleth ,\n\\Qi licbrceuwsch,
ingang, doorgang, xi/tgang (ons deur) bctcekcnt, kan men het v/oord delta gcree-
dclijk door uilgang oi' uitloop verklaren. Ook dc figuur der Ilobrccuwsche d (in
het thans gebruikelijke (juadraat- of koningsschrift t) had oudtijds mede den
A-vorm, soms met ccn krulletje van onderen er aan, waardoor ze wel wat naar
onze 4 geleek. Wij hcl>ben deur, op rivier-verbindingeti of uitgangen toegepast,
nog in Dordrec.ht (oudt. Thuretrecht, Doredreeht etc.) cn Duurstede (oudt. Dore-
stade of stadium).