Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
wm
280
AFRIKA.
klein het getal der laatste zijn raogc, beijveren zich toch steeds op nieuw wak-
kere mannen, om hun voorbeeld te volgen. Aan de aardrijks- cn volkenkunde cn
alle takken van natuurwetenschap zijn daardoor reeds groote diensten gedaan.
Verscheidene wegen door do Sahara zijn bekend geworden, het grootste gedcelto
van het stroomgebied des Nijls, aanzienlijke streken in de Tsjad-en Nigerlanden,
gedeeltelijk zelfs oostelijk en zuidelijk Hoog-Afrika. Nog zijn Duitsche cn En-
gelsche zendelingen ten noordwesten van de Jvalihary-wocstijn, in de landen der
Manakwas en der Omaherrcros, vooris aan het gebergte Kasban, aan het meer
Njami en in de nabijheid van het Maaugebergte werkzaam; onder de jongste navor-
schers verdienen Bakth, Livingstox, Üverw£G en Vogel inzonderheid genoemd
tc worden. Men zal hoe langer hoe verder trachten voort te dringen, en dat dc aan-
staande beschaving van vele daartoe geschikte volken er het gevolg van zijn zal,
is tc hopen, inzonderheid daar de slavenhandel—die oude ingewortelde gewoonte
der Afrikanen, welke sedert drie eeuwen door de Europeanen, die zich Christe-
nen heeten. helaas zoo zeer begunstigd werd, dat men het getal der uit Afrika
"vveggeroofde menschen op meer dan 40 mill. schat — tegenwoordig aan het af-
nemen is. Engeland tracht de afschaffing van den slavenhandel aan dc kusten met
alle magt door te zetten, sedert de minister Cannino in 1824 het Kriiscbe par-
lement tot het besluit bewoog om den slavenhandel als zeeroof te straffen. Ook
van de zijde der Noord-Amerikanen, bij welke toch millioenen zwanen in slaver-^
Hij leven, is aan de uitbreiding der Christelijke godsdienst en burgerlijke vrijheid
onder de Negervolken van Afrika gedacht, en een vrije negerstaat — Liberia —
aan de heete kust van Guinea gesticht.
Over de twee Nederlandsche vrijstaten in het zuiden van Afrika zal op zijn
tyd gesproken worden,
Afrika grenst len noorden aan de straat van Gibraltar en de
Middellandsche zee, ten oosten aan de landengte van Suez on do
Arabische golf, ten zuiden aan den Indischen oceaan, en ten avcs-
ten aan de Atlantische zee. De grootte bedraagt, met de eilan-
den, omstreeks 540,000 vierk. mijlen.
Men kende dit "werelddeel tot dusver genoegzaam alleen aan do
kusten, doch sedert de jongste ontdekkingsreizen, hierboven ver-
meld, zijn ook gedeelten van de binnenlanden meer bekend gewor-
den. Wat de bodem betreft, geheel Zuld-Afnka en een groot deel
van IMidden-Afrika is een hoogland, dat aan de groote rivieren al-
daar haren oorsprong geeft. De noordelijke rand van dit hoogland
schijnt een groot gebergte te zijn, dat Afrika van het westen naar
liet oosten doorsnijdt, waarvan de Sierra Leone in het westen en
kaap Guardafui in het oosten de eindpunten uitmaken, en waartoe
tevens behooren het lage Kongogebercte, hetwelk van den BzjoUba
wordt doorgebroken, het Maangebergie en de Ahyssinisclie Alpen, Aan
den oostelijken rand van dit hoogland breidt zich het nog genoeg-
zaam onbekende gebergte Lupata uit. Dit hoogland daalt ten noor-
den af tot Soedan of Nigritië en de Sahara, zijnde de grootste woe-
stijn op den ganschen aardbol, waarin, even als eilanden in den
oceaan, groene beAvaterde cn bewoonbare landstreken (oasen, beter
wazen) liggen. Deze Sahara is echter geenszins in al hare uitge-
strektheid, van den Atlantischen oceaan in het westen tot aan den
Nijl in het oosten, een vlakland, of zelfs diepland, zoo als de aard-
rijksbeschrijvers tot dusver aannamen, maar wordt van talrijke berg-
ketenen doortrokken, die niet zelden eene aanzienlijke hoogte hebben.
Ten noorden van de Sahara stijgt Afrika weder op tot het kleinere
hoogland Barbarije, waarvan het Atlas-gebergfe den zuidelijken rand
vormt. De hoogte der bergen in Afrika is weinig bekend; maar zoo
veel schijnt zeker, dat zij de hoogte der hoog.ste bergen in Amerika
en Azië niet bereiken. Niettegenstaande de groote woestijnen, vooral
in de noordelijke deelen, is de grond van Afrika meer vruchtbaar
dan onvruchtbaar. Het klimaat is, wegens de ligging in de heete
f
j
»
V