Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
'272 A/Jc.
hoogte, als de Goenang'Sitnara van 11,780, de Gedeh vau 9230, dc Pa-
tnha van G936 en dc Salak van 0730 voet. Bijna in het midden van
het eiland verheffen zich de Alerapi en de Merapoe, die door een hoogen
bergrug verbonden zijn. Sommige bergen werpen water en slijk uit ,
bijna alle asch en lava, en aardbevingen zijn doorgaans altijd de voor-
loopcrs van uitbarstingen dezer vulkanen. De noordkust is vlak en
het vruchtbaarst, maar tevens het ongezondst; de zuidkust bestaat
uit rijen steile klippen. In Oost-Java verheft zich het Ardzjoeno-
gebergte, met zijnen hoogsten top van 10,300 voet. In de binnenlanden
is het klimaat zeer gezond en de plantengroei uitmuntend. Wat men
omtrent den Pohon-oepas (vergiftboom) verteld heeft, schijnt zeer
overdreven te zijn. Onder de voortbrengselen heeft men inzonderheid
rijst, kofilj, suiker, katoen, goeden tabak, indigo, peper, sago,
gember, ])isangs, enz. Hierbij komt tegenwoordig ook thee, coche-
nielje, saffraan en zijde. Aan de 'kusten wordt voortreffelijk zont
bereid. De cultuur van koffij en suiker is vooral in de laatste jaren
zeer toegenomen. Zeer aanmerkelijk zijn derhalve de staatsinkomsten,
maar ook de uitgaven; echter blijft er altijd (blijkens hierboven ge-
melde opgave van 185G) nog een aanzienlijk overschot. Het Neder-
landsch-Indische leger, dat deze Aziatische bezittingen moet verde-
digen, en vroeger slechts 16,000 man sterk was, doch thans aanzien-
lijk vermeerderd wordt, bestaat uit Europeanen, Maleijers en Ne-
gers. Behalve de staten der Nederlanders, heeft men op Java nog
twee staten van inlandsche vorsten, namelijk dio van den soesoehoe-
nan, die zijne residentie te Soerakarta heeft, en van den sultan,
wiens residentie Dzjokzjokarta in de provincie Mataran is. Zij zijn
van de Nederlanders afhankelijk, en leveren bij contract hunne voor-
naamste pro.ducten, tegen bepaalde prijzen, in de Nederlandsche ma-
gazijnen, zoodat men geheel Java als aan de Nederlanders onder-
worpen beschouwen kan.
Java is verdeeld in de residentien 1. Bantam en 2. Batavia., de
assistent-residentiën 3. Buitenzorg en 4. Krawang, de residentiën o.
Preangtr regentschappen (de grootste en vruchtbaarste van Java), C.
Gheribon^ 7. Tagal, 8. Pekalongan, 9. Samarang, 10. Kadoe, 11. Ba-
gelen, 12. Banjoemaas (hiertoe behoort het eil. Kambangan), 13. Soe-
rakarta of Solo\ 14. Dzjokzjokarta of Mataram, Japara (hiertoe be-
hooren do eil. Karimon-Java), 16. Rembang., ll.Soerabaia, 18. Kediri,
19. Madion, 20. de assist.-resid. Patsjitan, de res. 21. Fassaroean
22. Bezoeki met Banjoewangi,
Batavia, voorheen dc versterkte hoofdstad van al de Ncilerlandsche bezitiingcn
in Uost-lndic en residentie van den gouverneur-generaal, aan eene lange baai cu
aan den mond van Jakatra, met eene uitnmntcnde reedc, dio 1200 schepen he-
vaiten kan , is wegens het ongezond klimaat thans bijna geheel verlaten. Alleeiï
de Chinesciic kampong (kamp, voorstad of dorp) aan iie zuidwestzijdc van Hatavisv
is nog bewoond, en de handel brengt dc kooplieden gedurende eenige morgen-
uren te Batavia bijeen. De woningen der Kuropesche bevolking dezer weleer
zoo groote stad strekken zich, onder verschillende nanjcn, als Molenvliet, Rijs-
wijk, Noordu'ijk, Goenan sahari, Koningsjdein en Kramat, meestal langs rivier-
armen uit, om het nieuwe Batavia te vormen , dat den naam van Weltevreden draagt.
Deze wijken liggen echter zoo op zichzelve en zijn zoo vaak door tuinen, bos-
schen of groote vlakten (b. v. het Waterloo-plein en het Konings-plein) van elkan-
der gescheiden, dat zij alles behalve eene zamenhangcnde stad uitmaken. Als mid-
delpunt van al deze deelen, die zich, van Batavia af, met Javannsche dorpen
doormengd, wel vier uren landwaarts in uitstrekken, kan men het Walerloo-jAein
beschouwen, wnar men het paleis van den gouverneur-generaal (met al de biireaux
der regering) cu dc woningen der burgerlijke cn militaire ambtenaren aantreft.