Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
NATUUR- EN STAATKUNDIGE AAEDRIJK9BE3CHRIJVING. 11
zien van ligcliaamsbouw en kleur, spraak, levensmanier, godsdienst,
regeringsvorm, enz.
"Wat ligchaamsbouw en kleur betreft, onderscheidt men gewoon-
lijk vijf hoofdsoorten of stammen, als:
I. De Kaulzazische stam (dus genoemd omdat de Kaukazus van
oudsher het vaderland der schoone menschen is geweest),
die in Europa, op het noordelijkst gedeelte na, voorts in het
westen van Azië en het noorden van Afrika woont. De kleur
van dezen stam wisselt af van de blanke kleur der Zweden
tot de bruine der Mooren in Noord-Amerika en der bewoners
van West-Azië; zoowel ligchaamsbouw als gelaatsvoi-m zijn
regelmatig.
II. De Mongoolsche stam woont, behalve in het noordelijkst ge-
deelte van Europa, voornamelijk in Azië, met uitzondering
van het westen en de zuider-kustlanden. De hoofdkleur is
olijfgeel, de gestalte doorgaans klein en beenderig, het hoofd
bijna vierkant; de oogen hellen schuins naar den neuswortel;
het hoofdhaar is zwart en hangt sluik neêr; de baard bij
mannen is gering.
III. De Maleische stam woont in Australië en op de Oost-In-
dische eilanden: de kleur is bruin, de ligchaamsbouw klein,
het haar zwart.
IV. De Neger-&tü,m, in het midden van Afrika, is kenbaar aan
eene zwarte huid, vooruitstekende kaakbeenderen, breeden en
opgewipten neus, dikke lippen en zwart wolhaar. Hiertoe kan
men ook rekenen de Papeoa's (d. i. kroeskoppen) op Mada-
gascar en verscheidene eilanden in Australië (o. a. Nieuw-
Holland en Nieuw-Guinea) en den Aziatischen archipel.
V. De Amerikaansche stam, die de Indianen of oorspronkelijke
bewoners van Amerika bevat, is bruinrood of koperkleurig,
doch komt in ligchaamsbouw veel met den Kaukazischen stam
overeen. (*)
Ten opzigte der godsdienst, verdeelt men de menschen in;
I. Aanbidders van éénen God, namelijk:
1. Joden.
2. Christenen, in twee hoofdafdeelingen:
a. De Westersche Icerk, waartoe behooren Katholieken en
Protestanten, welke laatste wede'rom verdeeld worden in
Lutherschen, Hervormden, Remonstranten, Doopsgezinden,
Socinianen, enz. Evangelische Christenen bestaan daar, waar
de Lutherschen en Hervormden zich vereenigd hebben.
b. De Oostersche kerk, waartoe de Grieken, Armeniërs,
Nestorianen, Jacobieten, enz. behooren.
3. Mohammedanen, in drie klassen verdeeld, namelijk Sonnie-
ten, Schiïeten en Wahabieten.
II. Vereerders van velerlei Goden, of Heidenen, als Fetisch-aanbid-
ders, vei'eerders van sterren, menschen, beelden, enz.
Ten opzigte van regeringsvorm treft men onder de menschen we-
der groote verscheidenheid aan. Sommige leven, op de wijze der
{*) lüA PpKiFFER zegt in hare Tweede Reis rondom de Wereld, dat de roode
kleur der Indianen in Noord-Amerika veroorzaakt wordt door dat zij hun gezigt
met eene roode verf besmeren.