Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
270 AZiti.
KCtal zielen.
Borneo. 12,262,621.
Westcr-Afileeling............ 245,651.
Zuid- en Ooster-Afdeeling......... 448,897.
Celebes cn onderhoorigheden......... 264,166.
Molukken.
Amboina............... 130,429.
Banda................................6,32.S.
Ternate................................99,125.
Menado................................232,851.
Timor................................1,846,874.
Te zamen 15,536,937'.
De bevolking van Nederlandsch Indië kan men — behalve do
natiën, wier vaderland buiten den archipel ligt, als Europeanen,
Arabieren en Chinezen ■— onderscheiden in Maleijers, Javanen, Celebe-
zen, Moluldanen, Ceramezen, Alfoeren, Borneolen, Papoes cn Timorezen,
Do voornaamste talen, die in den archipel te huis behooren,
zijn Maleisch, Javaansch, Soendaasch, Boegineesch, Ilowamohelisch ,
Timoreesch en Papoesch.
AVat godsdienst betreft, behalve drie klassen van Heidenen,
heeft men in dezen archipel belijders van de Christenleer, den Islam
cn het Boddhisme. Alle godsdienstoefening is geoorloofd, zoo lang
die voor de openbare rust niet gevaarlijk is. De verschillende Pro-
testantsche afdeelingen vormen slechts één Protestantsch kerkgenoot-
schap, alhoewel te Batavia, uit kracht dier verordening, steeds een
Luthersch predikant in dienst moet zijn.
De vorsten, die onmiddelijk aan het hoofd der inlandsche bevol-
king staan, dragen den titel van Soesoehoenan (aangebedene), Maha-
radzja (oppervorst of keizer), Sultan (koning), Radzja (vorst), Panumha-
hrm (prins of hertog), Pangeran (bestuurder of regent)', enz. AVelken
titel de vorst echter moge voeren. hij regeert altoos zonder beschre-
vene wetten. Hij mag dit evenwel niet naar willekeur doen, maar
moet zich schikken naar de adats of voorvaderlijke gebruiken. Deze
adats hebben bij de inboorlingen meer gezag, dan beschrevene en
bezworene wetten in vele andere landen.
'De staten en rijken van den Indischen archipel, die het gezag
van Nederland erkennen, staan, ingevolge de grondwet, tot nu toe
regtstreeks onder het bestuur van den koning der Nederlanden,
zonder de minste inmenging of bemoeijenis van de staten-generaal.
Waar de bevolking niet regtstreeks door Nederlandsche ambtenaren
bestuurd wordt, maar wel door inlandsche vorsten, worden ook
deze door of van wege den koning benoemd en aangesteld of be-
vestigd. De hoedanigheid van troonopvolger wordt alleen verkregen
onder medewerking en goedkeuring van het Nederlandsch bewind.
De gouverneur-generaal vertegenwoordigt den koning. Een ad-
vizerende raad, Raad van Indië geheeten, en bestaande uit een
vice-president, vier leden en eenen secretaris, is hem toegevoegd,
en moet door hem geraadpleegd worden. Hij oefent het regt van
gratie en van verzachting van opgelegde straf uit; ook dat van am-
nestie; alsmede van ambolitie van allen regtsingang, doch, voor
zoo ver inland.sche vorsten of staatspersonen betreft, ook na den regts-