Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2G8 AZiè.
daar velen hij hunne komst in de Oost reeds door andere waren voorgekomen,
teiwijl ieders mai:t oj) zichzelve tegen de op zee rondzwervende vijandelijke
schepen niet bestand was. Zoodanige vereeniging kwam dan ook weldra tot
stand onder den naam van Oost-Indische Compagnie, en ontving van dc Staten
op 20 Maart 1602 octrooi voor den tijd van ecn-cn-twintig jaren; zij mögt bij
uirshiiiing van de Knap de Goede Hoop tot aan de straal van Magelliacns hau-
del drijven, en in naam der Staten-Generaal verdragen sluiten, vestingen aan-
leggen, gouverneurs, krijgsvolk eu andere ambtenaren aanstellen en hunne in-
wendige organisatie zelve regelen. Men verdeelde de compagnie in verscheidene
kamers; voor het algcnicen bestuur echter werden uit do 60 directeurs der bij-
zondere kamers 17 bewindhebbers gekozen, naar wier voorschriften de kamers
zich moesten gedragen. Ook benoemde men een gouverneur-generaal, tot welke
betrekkhig Piktek 13otii werd gekozen, die reeds vroeger (1599—1601) in Indië
vertoetd had. Op schitterende wijze werd het doel der nieuwe compagnie bereikt;
in korten tijd verwierven de Nederlanders het overwigt op Poriugezen , Sj)anjaar-
den en zelfs op de i'hjgclschen in Oost-Indië, en hun naam rees tot cenc te voren
nooit gekende hoogte. Door zich grootendeels bij de eilanden te bepalen, ontgingen
zij de menigvuldige moeijclijkhcden, waarin de Engelschcn en Franschen geraakten
door dc ontbinding van het Mongoolsche rijk op het vasteland van Oost-lndië, en
breidden van hunne zijde met zeldzame volharding op de eilanden hunnen invloed,
aanzien en handel uit. Ongevoelig voor alle bcleedigingen, indien er slechts eenig
handelsvoordeel te behalen was, offerden zij aan dit laatste al het overige op. Daar-
enboven handhaafde men met gestrengheid het monopolie, hield een waakzaam oog
op de ambtenaren , en betaalde stipt op zijn tijd. Door dit een en ander bevond de
compagnie zich reeds in 1005 in bet bezit van de Molukken, verwierf in 1607 Tcrnatc
cn Baiida, en in 1G37 den uitsluitenden handel op Japan , waardoor ruim eene eeuw
lang groote rijkdommen naar dc Nederlanden stroomden. In kleine oorlogen met
de inlanders, vestigde zich vervolgens in den loop der zeventiende eeuw de heer-
schappij der Nederlanders, tot wier middelpunt het in 1G18 gebouwde Batavia op
het eiland Java gekozen werd. Dc Portugezen ontrukten den Nederlanders in 1641
Malakka, in 1658 Ceylon, in 1663 Celebcs, en in 1665 de belangrijkste punten
aan de kust van Malabaar. In het begin der achitieude eeuw telde men zeven
gouverneurs-generaal van Necriands-Indië, vier directoriale nederzettingen, vier
kommanderijen en drie kantoren. Zonder schulden hield zich de compagnie tot
1697 ; van dien tijd af echter nam het deficit toe, ten gevolge van verkeerd en
kostbaar bestuur en de meer cn meer toenemende zedeloosheid der ambtenaren,
bovenal echter ten gevoiirc der politieke en handels-concurreniie der Kngeischcu ,
zoodanig, dat het iu 1794 tot f 118,265,447 was aangegroeid. Deze financiële
verwarring der compagnie trok eindelijk de opmerkzaamiicid der Staten van Hol-
land. Zij benoemden in 1791 cenc commi^sie van onderzoek, die intusschen
hare werkzaamheden nog niet had ten einde gebragt, toen de com])agnie, ten
gevolge van den revolutie-oorlog met Frankrijk en de oprigting eener Bataafsche
republiek (15 Septctnber 1795), door de nieuwe voorloopige volks-representantcn
werd opgeheven. Hare bezittingen werden het eigendom der natie, haar monopo-
lie werd vernietigd cn hare schulden voor nationale schulden verklaard.
Achtereenvolgens werd de waardigheid van gouverneur-generaal van Neder-
landsch Indië bekleed door: Pücter Botk (1609—1614), Gekahd Kkynst
(1614—1615), lauhiins Kicael (1616—1618], Jan Pietehz. Koen (1618—1623),
pieteu Caui'ENtieu (1623—1627), andermaal Koen (1627—1629), Jacou Si'ECX
(1629—1632), IlENintiK Huouwer (1632-1635), Antonie van Diemen (1635—1645),
coknelis van DEU LfJN (1645—1650), KaUEL KeINIEHSZ. (1650—1653), JoHAN
Maetsuyeeu (1653—1678), Ryklof van Goens (1678—1681), Cornelis Speel-
man (1681—1685), Jan Kamphuis (1685—1691), Wjlle.m van Outshoorn (1691 —
1704), Jan van Hoorn (1704—1709), Abuaham vanKieiïeek (1709—1713), Chris-
toffel van ZwoL (I7l3—1716), IIenduik Zwaaudekuoon (1716—1723), Mat-
Tiiijs de Haan (1723—1729), Diederik Durven (1729—1732), Dirk van Cloon
(1732—1735), Arraiiam Patras (1735—1737J, Adriaan Valckenier (1737— 174i),
JoiiAN Tiiedens fungerend (1741—1743), Gustaaf Willem Baron van Im-
iioff (17'13—1751), Jacob Mossel (1751 — 1761). Pieter, Aluert van de Parke
(1761 — 1775), Jeremias van Riemsdijk (1775—1777), Reinier de Klerk (1777—
1780), Willem Arnold Alting (1780—1796), Pieter Gerard van Overstra-
ten 1801), Johannes Siebekg (1801 — 1804), Hendrik Albebt Wiese
(1804—1808), Hendrik AVillem Daendels (1803—1810). Java Fransche kolonie,
1810, Jan Willem Jansens (1811). Ncderl. Oost-Indië aan dcKng. O. I. Compagnie
overgegaan 18 Sept. 1811. Sir Stamford Uaffles, luitenant-gouverneur van
Java (1811 — 1816). Dc O. I. koloniën aan Nederland terug 1816. Gouverneur-
generaal G. A. G. P. van deu Capellen (1816—1825), Hendrik Merkus de
Kock luitcnant-gouvcrncur-gcncraal (1825 — 1826), Du Bus de Giiisignies (ecn