Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
262 AZiti.
bouw, beste rijst, zeer goed tin, eene onuitputtelijke hoeveelheid
bergolie en de beste robijnen. Opmerking verdienen hier ook de
eetbare vogelnesten. De industrie is van weinig belang; het meest
bewerkt men zijde en katoen, en scheepsbouw verdient ook mel-
ding. De handel ter zee is meest in handen van buitenlanders.
De bewoners zijn Birmanen, Assamezen, Maleijers, Siamezen,
Anamiien, enz. De hoofd godsdiensten zijn die van Eoddiia ,
Brama en Moiiaäxmed; ook vindt men er Christenen,
Onder de verschillende talen verdient de Maleische, als de
zachtste en welluidendste van Azië, onderscheiding; verder spreekt
men Peguaansch, Birmaansch, Siameesch, enz,.
In onderscheidene staten van Achter-Indië bestaat een despotiek
bestuur. Een gedeelte des lands behoort den Engelschen,
I. En ge 1 sch Ach ter-I n d ië.
Deze bezittingen liggen grootendeels aan de westkust van Achter-
Indië, en bestaan voorts uit het gebied van Malakka^ ten zuidwesten
van het scliiereiland van dezen naam, en de eilanden Poelo Pinang,
ten westen, en Singapore, ten zuiden van gemeld schiereiland.
1. Assam, (Onmidd.) Hierin heeft men : CrozüoAa«/, de tegenwoordige hoofdstad
van Neder-Assam. Goalpara, bloeijende stad aan de Boerampoeter. In Opper-
Assam is Dzjorhat de hoofdst. en residentie van den radzja. Zij is slecht ge-
bouwd, en heeft eene omtuining van bamboes. Rongpoer, aan den Dicho, is dc
volkrijkste stad des lands. Het kleine land Sodija, ten o. van Opper-Assam,
sedert 1825 aan do Birmanen ontrukt, heeft eene hoofdst. van den zelfden naam.
Middelijk gebied is het land der Katsjar (Cachar), met de hoofdpl. Kospoer;
Dzjintia (Gentiah), met de hoofdst. Dzjintiapoer; Moenipoer (Kassai of
Kosseah) is een dal van 2 h 300 hoog, en door bergen omringd, van welke
sommigen 10,000 v. hoog zijn, met de hoofdst. Tsjandrapoer,
3. Arakan, dat in 1826 den Birmanen werd afgenomen. Steden zijn: Arakan,
met een fort, haven en 20,000 inw.; zij was onder de Birmanen zeer bloeijend cn
volkrijk. Akyab, stad en vrijhaven, met veel rijsthandel. Sandoicay en Ramri
zijn mede zeesteden. Het eiland Tsjeduba, door een kanaal van het vaste land
gescheiden, heeft een vulkaan en 12,000 bew.
4. Pegu. Pegu, op nieuw herbouwde hoofdstad, met eenen merkwaardigen
tempel, die vergulde torenspitsen van 100 voeten boog heeft. Rangoen, de voor-
naamste haven- en koopstad, aan eenen mond van den Irawaddy, heeft 30,000 inw.
Bassein heeft 3000 inw. Kaap Negrais is een voorgebergte, met eene havenstad.
5. Martaban. Martaban, aan den voet eener lange heuvelketen, is met pa-
lissaden omringd. en heeft scheepvaart, handel cn 6000 inw. Het in de nabijheid
liggende eil. Pul i um of Balu levert uitmuntende rijst op. Amhersttown, met
10,000 inw., eerst in 1820 door de Engelschen aangelegd, heeft eene uitmuntende
haven cn levendigen handel. Moulmein, met 60,000 inw., is de zetel van het be-
wind dezer provincie.
6. He provinciën Ye, Tavoy en Mergoei (of Tenasserim) vormen eene
64 m. lange en 10 m. breede landstreek, ten z. van Martaban, ten w. van Siam
en ten o. van de zee. Onder de producten munt vooral het tin uit, dat in Tavoy
en Tenasserim gevonden wordt. Ye, Tavoy en Mengoei zijn hoofdsteden der pro-
vinciën van gelijken naam. Hierbij behooren ook de Mergoei-eila n den, meest
steile en onvruchtbare rotsen, door naauwclijks 1000 zielen bewoond, maar be-
langrijk wegens de tallooze eetbare vogelnesten, die hier, meestal met levensge-
vaar, ingezameld worden.
7. Poloe Pinang, of P r i n s-AV a 1 e s - eil., een 8 v. m. groot eiland, met
100,000 bewoners, is door aankoop het eigendom van Engeland geworden, en
wordt hoe langer hoe belangrijker door zijne uitnmntende voortbrengselen uit het
plantenrijk, inzonderheid kruidnagelen, peper, muskaatnoten en suiker. George-
town, met 25,000 inw., is eene stad met levendigen handel. Gloegoer, dc grootste
specerij-plantaadje op het eiland, levert jaarlijks eene zuivere winst van 12
15,000 pond St.
8. Het gebied van Malakka, op het schicreil. van dezen naam, dat in 1824,
bij ruiling, door de Nederlanders aan de Britten is afgestaan, bevat 34,000 bew.