Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10 NATUUR- EN STAATKUNDIGE AAEDEIJKSEESCUßlJVlNG.
delijke IJszee oi Zuidpoolzee, in de zuidelijke koude luchtstreek; 3.
de AÜantische zee, tusschen Europa en Afrika in het oosten en Noord-
en Zuid-Amerika in het westen; 4. de Indische zee, tusschen Zuid-
Azië, Oost-Afrika, West-Australiö en de Zuidelijke IJszee; 5. de Groote
Oceaan of Stille Zee, tusschen Amerika in het oosten, en Japan,
de Philippijnsche eilanden en Nieuw-Holland aan de westzijde. Dat
gedeelte der Stille Zee, hetwelk ten zuiden van de evennachtslijn ligt,
wordt Zuidzee geheeten.
De aarde is van alle kanten door lucht omringd. Dat gedeelte,
waarin de uitdampingen der aardsche ligchamen opstijgen, heet at-
mospheer of dampkring. Deze dampen veroorzaken velerlei luchtver-
schijnsels , verhevelingen , meteoren, welke men in waterachtige, blinken-
de en vurige onderscheidt. Daartoe behooren dauw, nevel, hagel, bij-
zonnen, bijmanen, mist, schemering, morgen- en avondrood, luchtspiege-
ling (ook kimming of fata morgana genoemd), dwaallichten, meteoorstee-
nen, onweder, wind, storm en orkaan. Volgens sommigen behooren
daartoe ook de vallende sterren, benevens het noorder- en zuiderlicht,
hetgeen echter nog bewezen moet worden.
Het wiskundige klimaat, waarvan hierboven gesproken is, ver-
schilt zeer van het natuurlijke klimaat van een land, of van de na-
tuurlijke gesteldheid des dampkrings. Dat klimaat hangt niet alleen
van de geographische breedte af, maar ook van de hoogere of lage-
re ligging der landen en de gesteldheid van den grond, waardoor
sommige oorden onder den evenaar kouder zijn dan andere in de
gematigde luchtstreken. In hooge landen, waar bergen zijn met
eeuwige sneeuw bedekt, is het klimaat altijd kouder dan in vlakke
landen op gelijke breedte. Uitgestrekte wouden maken de lucht altijd
meer ruw, en door ze uit te roeijen en te bebouwen, wordt de lucht
zachter en aangenamer. Uit poelen en moerassen ontwikkelt zich
eene schadelijke lucht, die den dampkring besmet. In zandige vlak-
ten , geheel van water ontbloot, wordt de lucht heet, eu de wind,
die er over heen waait, is gloeijend en brandend.
Producten of voortbrengselen noemt men alles, wat aarde en zee,
met of zonder menschelijke hulp, opleveren. Zij zijn natuur- of
kunstproducten. Onder de laatste rekent men de zoodanigen, die door
eene kunstmatige bewerking hunnen natuurlijken vorm verliezen.
Eene uitgebreide inrigting, in welke, tot bereiding van eenig kunst-
product, vuur en hamer gebruikt wordt, heet eene fabriek-, wanneer
deze bewerking geschiedt met de hand, of door eenige machinerie,
zonder daarbij vuur of hamer te gebruiken, dan heet dit eene ma-
nufactuur. Deze bepaling is echter zoo stellig niet, of zij wordt in
het gewone spraakgebruik wel eens verwisseld. De natuurproducten
verdeelt men in drie klassen, naar de drie rijken der natuur, het
delfatojfelijhe, het planten- en het dierenrijk.
Onder alle schepselen der aarde staat de mensch boven aan. Het
aantal menschen op den aarbol kan niet minder zijn dan 1300 mil-
lioen, waarvan 275 millioen tot Europa, 750m. tot Azië, 60 m. tot
Amerika en 3 m. tot Australië gerekend worden; voor zoover echter
Azië, Amerika en Australië betreft, is de bevolking thans stellig groo-
ter. Die van Afrika schat men op 250 millioen; zij kan echter, bij de
onbekendheid met de binnenlanden, veel grooter en ook geringer zijn.
In de hoofdeigenschappen komen de menschen met elkander overeen;
doch er bestaat eene groote verscheidenheid tusschen hen, ten aan-