Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
oosT-iNUië. 257
IVIaliarattenstaut van den radzja Sindia onafhankelijk gebleven. Maar
ook deze staat heeft in 1843 zijne onafhankelijkheid verloren, en de
maharadzja behoort nu tot de sehattingpligtige vorsten van Britsch
Oost-Indië, even als de andere Maharatten-vorsten.
Hierin liggen: Oedzjem, tot aan 1810 de hoofdstad en de residentie van deu
radzja, aan de rivier S'epra, met 100,000 inw. Givalior, tegenwoordige hoofdstad
en residentie, is amphitheatersgewijze aan de helling van eenen alleen staanden
heuvel gebouwd, op welks top eene der sterkste vestingen vau Oost-Indië ligt. Zij
heeft 80,000 inw.
Gelijk men ziet, behoort ook van de hierboven genoemde zooge-
naamd vrije staten reeds een groot gedeelte aan Engeland. Bij den
opstand echter, die, terwijl Avij dit schrijven, in Britsch-Indië
heei'scht, gelooven wij de zaak te moeten laten, zoo als zij oor-
spronkelijk gesteld was. Wij mogen den tijd niet vooruitloopen.
R. Rezitting^eii der Engelsclten.
Deze landen, waarvan het grootste gedeelte in het begin der acht-
tiende eeuw het rijk van den Groot-Mogol vormde, behooren thans
aan de Engelsch Oost-Indische Compagnie. Gemelde' compagnie re-
geert er onbepaald over; hare raagt echter, die slechts tijdelijk is,
moet om de 20 jaren worden vernieuwd door het hoofd van de
Britsche kroon, bij wie zij verantwoordelijk is omtrent de gedra-
gingen van hare gouverneurs generaal en andere hooge ambtenaren.
Deze bezittingen worden onderscheiden in onmiddelijke, die regtstreeks
door de ambtenaren dezer compagnie worden bestuurd, en mzV^t/e/y^e,
die wel hun eigen bestuur hebben, doch wier vorsten bondgenooten
of henheeren van de compagnie zijn en aan haar schatting betalen.
Zij beslaan, volgens de jongste opgave, ruim 65,000 vierl^. mijlen
oppervlakte, en tellen ruim 170millioen bewoners.
Hierbij komen in Achter-Indië: Assain, Dzjinitah met Katsjar, Ara-
hm, de kusten van Tenasserivi, Martaban, Tam}} enz , sedert Dcc.
1852 Pegu, en voorts de kolomëa aan de straat van Malakka, Het
eiland Ceylon behoort niet aan de Eng. O. I. Compagnie, maar aan
de Engelsche kroon.
1. Bengalen en Ag ra.
De onmiddelijke bezittingen der Compagnie in Voor-Indië zijn:
het presidentschap Bengalen, het gouvernement ^^rrti oï Noordwest-
provinciën, het gebied van Pendzjaah, qt\ de presidentschappen Madras
cn Bombaif. De presidenten van Bengalen, Madras en Bombay en de
gouverneur van Agi^a staan onder den gouverneur-generaal of opper-
stadhoudcr, terwijl het gebied van Pendzjaab onmiddelijk onder gemel-
den opperstadhouder staat. Bengalen en Agra, alsmede Nepaal, zijn
thans (1857) grootendeels in opstand tegen het Eng. gouvernement.
tak
beschermd door het sterke fort William, en bestaat eigenlijk
slecht gebouwde -^icarte Stad en de fraaije Blanke Stad, die door de zich hier be-
vindende 8000 Engelschen wordt bewoond. Het valt echter moeijelijk te zeggen
waar Calcutta begint cn waar het ophoudt; want buiten de eigenlijke stad schaart
zich huis aan huis cn dorp aan dorp. Zij is voorts de residentie van den gou-
verneur en den Engelschen bisschop, heeft velerlei geleerde inrigtingen, vele
fabrieken en grooton handel. Barakpocr, aan den Hocgli, met het fraaije zo-
17