Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
oosT-iNDië. ' 255
'Dzjoemna en de Gogra, De Ganges ontlast zicli, na eenen loop van
300 mijlen, met vele monden in de goll' van Bengalen, en draagt
door zijne overstroomingen veel tot de vruchtbaarheid van Indië bij.
.3. De Boerampoe/er of Bmmapoetra, die uit Assam komt, het ooste-
lijk gedeelte van Voor-Indië doorstroomt, en aldaar, nadat de oos-
telijke arm van den Ganges zich met hem vereenigd heeft, zich door
den mond Megna in de Golf van Bengalen stort. Andere rivieren
zijn de Nerboeda, die in de prov. Goendwana uit een klein meer ont-
springt, en na eenen loop van 130 m. in de Arabische zee valt; de
Tapty, die mede in Goendwana ontspringt en zich in de zelfde zee
ontlast, de GodaVeri, de Kistnah en de Kaveri, die in het Gates-ge-
bergte ontspringen, en zich in de golf van Bengalen ontlasten.
Aan de noordelijke grenzen heeft men het Sneeuwgebergte, Himaleh,
ook Himalaja-gebergte, dat in Boetan een aanvang neemt, en, de gren-
zen tusschen Tibet en Oost-Indië vormende, in eene noordwestelijke
rigting naar Kasjmier loopt, waar het aan de grenzen van Kasjmier
en Klein-Tibet den Tsun-lin of het westelijk gedeelte van den Kuen-
lin en den Ilindoekoesj nadert, welke laatste hier als eene voort-
zetting van den Ilimaleh kan worden aangemerkt. Het llimalaja-
gebergte is het hoogste der wereld, waarin de Dhawalagiri of Bhoia-
dzjier eene hoogte van 27,000 en de Kientyien-dzjonga die van 27,10
voeten bereikt. Deze laatste zou derhalve de hoogste berg der
aarde zijn. Een derde reusachtige berg van den Himalaja is de
tusschen den Dhawalagiri en den Kientsjien-dzoenga gelegene Deo-
dhanga, die waarschijnlijk slechts weinig lager dan beide andere
bergen is. Aan de noordoost-grenzen van Oost-Indië loopt van
den Himaleh eene bergketen van het n. naar het z., waartoe het
Garran-gebergte behoort, en trekt, onder den naam van Joma-doeng
en Anapek-tomjoe, door westelijk Achter-Indië, tot zij met kaap Re-
grais in Achter-Indië eindigt. Door het zuidelijk gedeelte van Oost-
Indië, dat een schiereiland vormt, strekt zich met eene aanzienlijke
breedte het gebergte de Gates of Gaats uit. Tusschen de beide ke-
tenen hiervan, de onstelijke en westelijke Gaats, ligt de hoogvlakte
Dekan, een naam, die op het geheele schiereiland is overgegaan,
terwijl het noordelijk gedeelte, of het vasteland, Hindostan genoemd
wordt.
Over het geheel is de grond vruchtbaar en het klimaat ge-
zond. In de noordelijke streken is de lucht gematigd, in het zuiden
heet, doch wordt door den langdurigen regen en de moessonwinden
getemperd.
De producten van dit door de natuur rijk gezegende land zijn
onder anderen : olifanten, rinocerossen, buffels, gebulte ossen, drom-
medarissen, tijgers, luipaarden, allerlei soort van apen, velerlei
gevogelte, pareloesters, zijde, koren, rijst, mais, wijn, zuidvruch-
ten, suiker, peper, gember, kassia, opium, rabarber, kamfer, sc-
nebladen, benzoë, sago, aloë, katoen, indigo, kokospalmen, boom-
vrucht, sandelhout, bamboesriet, betel, areka, kostbare harstboo-
men, wijrook, goud, zilver, ijzer, koper, lood , diamanten, salpeter,
borax, amber, enz.
De industrie levert fijne katoenen en zijden goederen, het
fraaiste mousselin, gekleurd lijnwaad, schoone sjaals, matten, ma-
rokijn, enz. De handel is zeer belangrijk; onder de Europeanen
zijn vooral de ï>ngelschen in het bezit daarvan.