Boekgegevens
Titel: Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Auteur: Frijlink, H.
Uitgave: Amsterdam: Hendrik Frijlink, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 680 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203765
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw handboek der aardrijkskunde, met geschiedkundige aanteekeningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
254 AZiti.
hun depót of kantoor (*). Kokocra is eene groote en versterkte havenstad, en
Firando een vrij groot eiland nabij de kust van Kjoe-sjoe.
3. Xikokv of Sikokf, ten noordoosten van Kjoe-sjoe, met de kleinere eilanden
800 v. m., is genoegzaam geheel onbekend. De hoofdstad is Awa of Jmahari, en
heeft de beste haven van het eiland. Tosa is eene volkrijke handelstad in het
binnenland.
4. Jesso, Jedzo ofMatsmai, ten noorden van Niphon, is geheel door ber-
gen en bosschen bedekt, en slechts vlak aan de kusten, waar het ook alleen be-
woond is. Met de Koerilische eilanden beslaat het 2950 v. m. De hoofdstad Mats-
mai heeft 50,000 inw. Eene andere stad is Chakodade. Aan de westkust-ligt het
eilandje Kosima, welks top de kleinste vulkaan der aarde is, daarbij zich slechts
150 voet boven de zee verheft.
Van de Koerilische eilanden bezitten de Japanezen thans Itoeru p, met
de hoofdpl. O erhitzj, en Kanasjier met eene versterkte haven. Ook hebben zij
eenige volkplantingen in de zuidelijke deelen van het groote eiland, of, volgens
anderen, schiereiland , TarakaiofKarafto, ook Sagalien geheeten. Tusschen
de Japansche eilanden en de Marianen ligt eene groep eilanden, die de Japanczen
13 o-n ien-Si m a heeten. Hun aantal is 89, waarvan echter slechts lObewoond
zijn. De gezamenlijke oppervlakte beslaat 85 v. m. Het voornaamste eiland,
Peel, is in 1829 door de Engelschcn in bezit genomen. Het dorp Boyd, met
eene haven, is do eenige bewoonde plaats.
OOST-IMDIK.
In den nitgebreidsten zin des woords worden aldus de landen
van Azië genoemd, die ten zuidoosten van het hoogland van Iran
en ten zuiden van het hoogland van Tibet en China liggen, zoowel
als de eilanden, diehen in den Indischen Oceaan omringen. Door
de Ouden kortaf Indië genoemd, ontvingen deze landen, sedert de
ontdekking van West-Indië door Colxjmbus , in tegenoverstelling den
naam Oost-Indië, en kunnen in 3 hoofddeelen gesplitst worden, name-
lijk: Voor-Indiër, Achter-lndie en de Oost-Indische eilanden.
Toor-Sndië» of liet Scliiereiland aau deze zijde van
den Cnanges.
Dit grenst ten oosten aan Achter-Indië en de golf van Benga-
len; ten zuiden aan de Indische zee; ten westen aan de Arabische
zee, Beloedzjistan en Afganistan; ten noorden aan Tibet. De grootte
bedraagt tegenwoordig, met de landen, die de Sjeichs den Afganen
ontnomen hebben en nu Britsch geworden zijn, bijna 63,000 vierk.
mijlen. Het getal bewoners wordt op 220 millioenen geschat.
De hoofdrivier en zijn: 1.T>q Indus oï Sind^ die in Tibet ontstaat,
en wel door de vereeniging van 2 rivieren, de Li en de Sjavjoek.
Na zijne vereeniging met de 5 rivieren van Pendzjab, neemt hij zij-
nen loop zuidelijk, eu ontlast zich met vele monden in de Arabi-
sche zee. 2. De Ganges, die door de vereeniging van Bagirati
de Alakranda ontstaat, welke beide op hooge toppen van het Himalaja-
gebergte ontspringen. De grootste takken van den Ganges zijn de
(*) Desima. ten zuiden van de stad Nangasaki gelegen , heeft den vorm van het ontvouwde blad
eens Japanschen waaijers. Door afneming van een in de nabijheid gelegen heuvel is dit eilandje
aangeslibt, en het wordt door een muur, nit bazaltblokken gebouwd, tegen de zee beveiligd. BIJ
hoog water steekt het nog omstreeks zes voeten boven de oppervlakte der zee uit. Het is aan de
zuidzijde 624 , aan de noordzijde 516 Rijnlandsche voeten lang, in het midden 210 Rijnl. v. breed ,
en door een smal kanaal van Nangasaki gescheiden, waarmede het door eene kleine steenen brug
en eene bewaakte poort verbonden is. Eene tweede poort aan den westkant wordt tot gemeenschap
met de voor anker 1'ggende schepen geopend. Als bijzonderheid mag hier niet worden onvermeld
gelaten, dat Desima de eenige jdaats {of liever stip) op aarde is, waar onder Napoleon I d<;
Nederlandsche vlag is blijven wapperen. In een bijkaarlje, voorkomende op de kaart van Azië, te
vinden in II. FiaJl.iNK's Nicutce hmd-.Mas der Aardr , wordt dc ligging enz. duidelijk voorgesteld.